Jaap van Deurzen

Ik wil de volgende maestro zijn

17 november 2019 06:20

Dirigeren, we doen het allemaal weleens. Thuis, als kind tussen de schuifdeuren voor de visite. Als puber voor de klas bij het zingen van Happy Birthday. Of zoals ik, na dertig bier, handenwapperend voor mijn maten van het roemruchte Weesper tuitlullengenootschap. Ik wilde ze het clublied van Feyenoord laten kwelen, maar de watjes kregen het niet uit hun strot.

Geef ze onder de omstandigheden maar eens ongelijk. 

Dirigeren, we denken allemaal dat we het kunnen. Vergeet het maar. Een symfonieorkest zonder goede leider is een zooitje ongeregeld. Temmen dat tuig. Misschien lijkt het alsof de dirigent de lucht staat te aaien met een stokje, maar hij brengt wel degelijk orde in de muzikale chaos.

Zoals acht amateurs, zonder dirigeerervaring, proberen in het televisieprogramma Maestro. Elke week valt er een kandidaat af. De dilettanten loodsen de muzikanten van het Orkest van het Oosten zo goed en zo kwaad als het gaat door klassieke meesterwerken heen. Hun kunstjes worden becommentarieerd door een vakjury. 

"Soms flirt hij via een oogopslag met een violiste, dan weer stuurt hij een bozige blik richting bassisten."

"Dirigeren is als de liefde bedrijven met honderd mensen", doceerde Leonard Bernstein. Een soort orkestrale orgie dus. Hij was een dirigent van de buitencategorie. Sommigen vonden hem een kwal, anderen zagen hem als de muzikale messias.

Bernstein kon orkesten meesterlijk aansturen. Het is te zien in een fameus YouTube-filmpje waarin hij Haydn's symphonie no. 88 dirigeert. Na de opmaat laat de maestro zijn baton zakken ('Ja, hallo, ik ga daar een beetje staan hakken met dat ding, ik ben gekke Leo niet').

Via subtiele trekjes van de wenkbrauwen legt hij de muzikanten zijn wil op. Soms flirt hij via een oogopslag met een violiste, dan weer stuurt hij een bozige blik richting bassisten. Bij een crescendo tuit hij de lippen, trekt zijn buik in en perst hij het lichaam samen alsof hij moet poepen. Meesterlijk.

"Als een beginner naar de partituur kijkt alsof hij op het punt staat om te gaan kotsen van de zenuwen, is hij reddeloos verloren."

"Ik word niet per definitie een betere muzikant van een goeie dirigent, maar het orkest in zijn geheel kan er wel beter door gaan klinken", vertrouwt een violiste me toe.

De orkestleden delen de dirigenten heimelijk op in verschillende categorieën. 

Zo is daar de 'houthakker', die zich als een monotone metronoom door een partituur heen hakt. De 'grapjassen' hebben altijd wel een anekdote opgediept over de componist. Gaap!  De 'schreeuwers' blaffen de orkestleden onbeschaamd toe, wat vaak wordt gezien als een teken van onzekerheid.

Uitstraling is natuurlijk cruciaal. Het gaat erom hoe de dirigent het rostrum opstapt en de aandacht opeist van de muzikanten. Als een beginner naar de partituur kijkt alsof hij op het punt staat om te gaan kotsen van de zenuwen, is hij reddeloos verloren. Het orkest vreet hem genadeloos op.

"Op het gevaar af te gaan behoren tot de kwijlebabbels die vragen en worden overgeslagen, meld ik mij schaamteloos als potentiële deelnemer."

Een charismatische dirigent heeft weinig woorden nodig om zijn interpretatie van een muziekstuk over te brengen. Maar charisma heb je of je hebt het niet, je kunt het niet leren. 

Maestro-deelnemers van weleer Catherine Keyl en Kleine Viezerik hadden genoeg uitstraling, maar schoten muzikaal tekort. Keyl dirigeerde het orkest via hink-stap-sprongen door een stuk van Strauss, waarbij ze letterlijk over iedereen heen walsten. Het leek alsof ze bus moest halen. De muzikanten waren bekaf. Andere klassiekers kabbelden als trage, orkestrale golfslagen de zaal in. Volkszanger René Froger dirigeerde zich fluks richting 'Een Eigen Huis', zonder plek onder de zon.

Maar er is hoop. De maestro van volgend seizoen staat al klaar in de coulissen: MOI! Op het gevaar af te gaan behoren tot de kwijlebabbels die vragen en worden overgeslagen, meld ik mij schaamteloos als potentiële deelnemer. Een gevalletje bucketlist. Een blauwe maandag was ik Robinson, dirigent was ik nooit. Met walgelijke zelfoverschatting zeg ik daarom onverschrokken: ik ben de volgende, virtuoze maestro!

Capice?