Jos Heymans

Vier vervangers voor één minister, een beetje te veel van het goede

02 november 2019 06:00

Het is niet voor niks dat het ministerie van Binnenlandse Zaken (en Koninkrijksrelaties) de moeder aller ministeries wordt genoemd. Van Justitie en Veiligheid tot Verkeer en Infrastructuur, van Volksgezondheid tot Landbouw; allemaal zijn ze voortgekomen uit het ministerie van Binnenlandse Zaken. Alleen Algemene Zaken, het departement van de minister-president, is eigenstandig opgericht.

Met die kennis is het wellicht te verklaren dat de taken van de minister van Binnenlandse Zaken over meer bewindslieden worden verdeeld, als de bewindspersoon in kwestie door ziekte langere tijd is uitgeschakeld. Kajsa Ollongren, om haar gaat het, is in ieder geval tot de kerst uitgeschakeld en haar werk wordt overgenomen door vier collega’s. Ze meldde zich dinsdagavond ziek, Mark Rutte had twee dagen nodig om haar ingewikkelde vervanging te regelen.

Haar staatssecretaris Raymond Knops is bevorderd tot minister en krijgt de algemene politieke leiding over het departement. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur is gepromoveerd tot minister voor Milieu en Wonen. Ank Bijleveld, minister van Defensie, krijgt als minister zonder portefeuille de inlichtingendienst AIVD onder haar hoede. En Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken, wordt vicepremier.

Hoe verklaarbaar ook, vervanging door vier anderen is nogal overdreven en bovendien volstrekt onnodig.

Het is niet eerder voorgekomen dat één zieke minister door vier collega’s wordt vervangen; althans Mark Rutte, de man die de reshuffle heeft bedacht, kan het zich niet herinneren. De vorige keer dat een minister langere tijd was uitgeschakeld, toevalligerwijs ook van Binnenlandse Zaken, nam Stef Blok de taken waar van de zieke Ronald Plasterk. Eén vervanger; dat bleek toen genoeg te zijn.

Hoe verklaarbaar ook, vervanging door vier anderen is nogal overdreven en bovendien volstrekt onnodig. Knops had dat best in zijn eentje gekund; het is maar voor twee maanden. Maar D66-leider Rob Jetten stond erop dat zijn partij – ook voor die twee maanden – een eigen vicepremier zou hebben. En ook het verlies van een D66-minister, hoe tijdelijk ook, diende gecompenseerd te worden. En aldus kwam Van Veldhoven bovendrijven.

Het is allemaal tijdelijk. Zodra Ollongren gezond en wel is teruggekeerd, degraderen Knops en Van Veldhoven tot staatssecretaris en is Koolmees weer gewoon minister en geen vicepremier. Het zijn geen ego’s; die kunnen daar wel tegen, zei Rutte op zijn persconferentie. Een hoop gedoe dus voor niks. Zelfs de koning moest opdraven om de twee staatssecretarissen tot de ministersstand te verheffen. Om ze straks weer te ontslaan.

En met een vaste aanstelling van Koolmees als vicepremier zou een weeffout uit de kabinetsformatie worden rechtgezet.

Van sommige taken is het jammer dat die slechts tijdelijk worden overgedragen. Bijleveld, toch al verantwoordelijk voor de militaire inlichtingendienst MIVD, kan de AIVD er ook definitief bij doen. Twee inlichtingendiensten onder de verantwoordelijkheid van één minister zou beslist een verbetering zijn.

En met een vaste aanstelling van Koolmees als vicepremier zou een weeffout uit de kabinetsformatie worden rechtgezet. Ollongren, die na een ambtelijke carrière drie jaar wethouder was, miste landelijke politiek-bestuurlijke ervaring, terwijl Koolmees al jaren als Kamerlid en als mede-onderhandelaar naast Alexander Pechtold al gepokt en gemazeld was.

Het vicepremierschap komt Koolmees als geen ander toe.