Jaap van Deurzen

Scènes uit een huwelijk (2)

03 november 2019 06:14

Een feuilleton - Deel 2

"Hou je nog van me?" vraagt vrouwlief Blond, op dezelfde toon waarmee ze ook kan vragen of ik de vuilniszak al buiten heb gezet. Het is een repeteervraag. "Sorry, ik wist niet dat je zat te lezen", voegt ze eraan toe als ze om de hoek van onze open keuken kijkt. 

Pardon!? Een krant kraakt bij het omslaan van een pagina. Dat hoor je in een doodstil pand. Bovendien, als ik niet lees zou de rigor mortis bij mij allang zijn ingetreden. Ik lees altijd. Dat kan voor een partner weleens vervelend zijn. Je wilt tenslotte ook weleens wat zeggen. Jammer dan, piept een stemmetje in mijn hoofd, maar die afwijking heb ik nu eenmaal.

"Ik word een walgelijk kwalletje als ik gestoord word tijdens het lezen. Ik vind het hartritmeverstorend."

Storen tijdens het lezen is heiligschennis. Daar zou ik wettelijk lijfstraffen voor willen invoeren. Blond, een gezellige babbeldoos, speelt dagelijks met haar neusbeentje. En ze weet het, dus blijkbaar zit haar iets dwars. Haar vraag is een inleidende beschieting. Ze heeft de huwelijkse Strategodoos wagenwijd opengeklapt. Alle helpers weg!

Ik moet eerst even wat bekennen. Ik word een walgelijk kwalletje als ik gestoord word tijdens het lezen. Ik vind het hartritmeverstorend. Mijn lichaamstaal is altijd duidelijk.

Tergend traag trek ik de leesbril van mijn neus en kijk verbaasd in de richting van het ogenschijnlijk buitenaardse geluid dat ik heb waargenomen. Meneertje speelt alsof hij maar moeizaam uit zijn leesbubbeltje kan komen. Hij kijkt om zich heen alsof hij in een exotisch doolhof is beland, zegt dan quasi verward: "Eh, ja natuurlijk, Blond, hoezo?" en maakt dan aanstalten om de bril weer op te schuiven.

"Leuke dingen doen. Nog zoiets, ik heb zó'n pesthekel aan die uitdrukking."

Pats! Boem! Fout! Met dat 'hoezo' ben ik in een mijnenveld gestapt. Door zelf een vraag te stellen, geef ik de opmaat voor een verbale veldslag. Ik ben nu al bezig met een achterhoedegevecht. De krant opnieuw openslaan is vragen om een verwoestende nekslag.

"Nou, ik vind dat we de laatste tijd niet zo heel veel leuke dingen samen doen", lispelt Blond suikerzoet, de hand bungelend boven haar virtuele pistoolholster. 

'Leuke dingen doen.' Nog zoiets, ik heb zó'n pesthekel aan die uitdrukking. Alsof ik naar een of andere bejaardenspeeltuin word gedirigeerd, waar ik moet gaan kaatsenballen met gepensioneerde poffertjesbakkers. Leuke dingen doe je met je kinderen. "Kom Tom, we gaan wipwappen. Daarna gaan we nog veel meer leuke dingen doen." 

Het theewater begint te koken, maar er is alweer een nieuw salvo onderweg.

'Ik zag Richard en Antoinette pas nog, wat een leuk stel is dat toch! Die doen van alles samen. Daar kan ik wel eens jaloers op worden, hoor. Jij zit de hele dag met je snufferd in die krant. Geeft niet hoor, dat mag, dat is je werk, maar ik zou het toch wel eens leuk vinden als wij ook iets samen konden doen", zegt Blond met hulpeloze ogen.

Het is een voltreffer. Het is tijd voor een hospik! Ik heb twee keuzes. Ik kan een lijst oplepelen van de gezamenlijke activiteiten die we de afgelopen tijd hebben verricht. Maar, is dat wel slim? Ik kies voor de tactiek van de verschroeide aarde: "Ja, we konden even niks samendoen, hè, want jij was ziek." Weer mis.

"De week daarvoor was ik niet ziek, toen zijn we ook nergens geweest", vervolgt ze en doet dan de ultieme zet: "Geef niks, joh, lees maar door, ik moet ook niet zo zeuren." Mijn koning klettert tegen het schaakboord. Mat! Die middag zitten wij in het Van Gogh Museum en eten daarna heerlijk in een visrestaurant. Het is een waarheid als een koe, vrouwen hebben altijd gelijk.