Pieter Klein

Een politiek patroon van onder de pet houden

29 oktober 2019 06:04

"Het heeft er de schijn van dat informatie zo lang mogelijk onder de pet moest worden gehouden." Aldus Geert-Jan Knoops gisteren in reactie op het verhaal dat een vertrouwelijk politiedocument over de affaire-Julio Poch is vernietigd, én dat het Openbaar Ministerie (OM) en minister Grapperhaus geen open kaart speelden over reisverslagen naar Argentinië en ambtsberichten aan opeenvolgende ministers van Justitie.

Ik vrees dat Knoops, advocaat van oud-Transaviapiloot Julio Poch, die acht jaar onschuldig in een Argentijnse cel zat, volstrekt gelijk heeft. Het OM vond het 'niet noodzakelijk' om Grapperhaus vorig jaar te informeren over een reisverslag waaruit bleek dat in een vroeg stadium – terwijl er geen zaak was tegen Poch – door Nederland met Argentinië over uitlevering werd gesproken. Terwijl de D66-Kamerleden Sjoerdsma en Groothuizen hier nota bene expliciet om hadden gevraagd.

"Het kan een foutje zijn geweest, maar ik denk dat het opzet was van het Openbaar Ministerie."

Het was ook belangrijk, omdat Knoops namens Poch overweegt een schadeclaim tegen de Nederlandse staat in te dienen, en omdat toen een rechtszaak in voorbereiding was. Grapperhaus moest ruim een jaar later een salto mortale verrichten om het alsnog op te biechten, omdat de documenten zouden opduiken in een Wob-procedure. Het kan een foutje zijn geweest, maar ik denk dat het opzet van het OM was.

Zoals ik ook denk dat er in het ambtsbericht aan Grapperhaus al wél iets stond over de gesprekken over uitlevering. En zoals ik ook denk dat wakkere ambtenaren – die de Kamervragen van D66 verdraaid goed begrepen – doelbewust niet even hebben gebeld met het OM om te zeggen: zeg, geef ons dat verslag. Zodat Grapperhaus met droge ogen kon beweren: "Ik beschik er niet over." 'Yes, minister' aan de Noordzee.

"Misschien gek om te zeggen, maar ik denk dat veel affaires vaak beginnen met kleine ambtelijke stommiteiten."

Onder de pet houden. De uitdrukking bleef door m’n hoofd spoken. Waar kwam-ie ook alweer vandaan? Gisteravond viel het kwartje. De parlementaire enquête naar de Bijlmerramp. 1999. Het feit dat El Al er destijds bij de luchtverkeersleiding op had aangedrongen om niet te melden dat het neergestorte vliegtuig explosieven, gif, munitie en nog veel meer troep vervoerde.

Gek genoeg was dat al geruime tijd bekend, maar dankzij de gebruikte formulering stond Nederland op z'n kop – vooral toen de transcripten van niet eerder gepubliceerde gesprekken werden gepubliceerd, over het 'onder de pet houden'. (Lees hier hoe dat destijds verliep.)

De uitdrukking werd sindsdien synoniem voor 'in de doofpot stoppen'. Misschien gek om te zeggen, en het klinkt wellicht naïef uit de mond van een licht-cynische, argwanende journalist, maar ik denk dat veel affaires vaak beginnen met kleine ambtelijke stommiteiten.

Taxatiefouten. Onkunde. Iets over het hoofd gezien. Stukken onvindbaar. De zaak niet écht doorgrond – omdat er al een andere crisis of politieke calamiteit was. Totdat, omdat tóch ergens iets schuurde in het dossier, alsnog politieke en publicitaire hoogspanning ontstaat, en dan met terugwerkende kracht álles begint te rafelen.

"Ik kom het patroon van onder de pet houden tegen in vrijwel ieder dossier waar ik per ongeluk of expres in verzeild ben geraakt."

Dát is het moment waarop ambtenarij en politiek steeds de verkeerde afslag nemen. Een fascinerend en verbijsterend fenomeen. Uit zelfbehoud en overlevingsdrang. De waarheid doseren, niet het hele verhaal vertellen.

Dingen onder de pet gaan houden, in de hoop dat het overwaait, dat parlement, publiek en pers de interesse verliezen en zich bezig gaan houden met andere dagkoersen. Het ingewikkeld maken, zodat niemand het meer begrijpt, en die enkele journalist die zich vastbijt een roeptoeter wordt, een gekkie: ja, nu weten we het wel. Soms werkt het. Soms ook niet. Denk aan de speurtocht van Bas Haan naar dat bonnetje uit de Teeven-deal.

Ik kom het patroon van onder de pet houden tegen in vrijwel ieder dossier waar ik per ongeluk of expres in verzeild ben geraakt.

"Er wordt geen open kaart gespeeld over wat toezichthouders intern al lang weten, maar wat niet op straat mag."

In de zaak-Poch. Waarvan ik nu denk dat ooit met de beste bedoelingen getracht is te voorkomen dat een mogelijke oorlogsmisdadiger de dans zou ontspringen. Maar waarin zoveel fouten zijn gemaakt (geen zorgvuldig onderzoek, verkapte uitlevering), dat de staat niet anders zal kunnen dan uiteindelijk aansprakelijkheid te erkennen.

In de zaak-Wilders. Waarin OM en ministerie zeiden dat er nooit, nimmer enig overleg of beïnvloeding was. Terwijl we nu weten dat die er wel was. En dat topambtenaren aandrongen op een keiharde aanpak van een 'kwaadaardige' oppositieleider. Grapperhaus laat nu – zegt hij – alles alsnog binnenstebuiten keren, maar het kwaad is al geschied: het hele proces is besmet geraakt.

In de zaak-Stint. We weten nu dat vanaf dag één het ministerie het eigen straatje schoonveegde. Maar nog steeds worden talloze documenten over het falen van het ministerie geheimgehouden en niet gedeeld met de Kamer. Morgen is er een debat – maar er wordt geen open kaart gespeeld over wat toezichthouders intern al lang weten, maar wat niet op straat mag: dat die elektronische bolderkar vanaf dag één in 2011 onder de Machinerichtlijn viel. En dat er dus toezicht had moeten zijn – benieuwd of die aap nog uit de mouw komt.

"Altijd kramp, altijd ontkenning, altijd gedonder. En dus – bijna – altijd prijs als je aan een draadje gaat trekken."

Ik zou ook de toeslagenaffaire kunnen noemen, maar dat bewaar ik voor een volgend moment. Ik zal niet alle oude en nieuwe dossiers langslopen waarin ik me heb gestort. Vanuit m'n vak geredeneerd denk ik weleens: wat mij betreft kan er niet genoeg onder de pet worden gehouden. Altijd kramp, altijd ontkenning, altijd gedonder. En dus – bijna – altijd prijs als je aan een draadje gaat trekken en het breiwerk van de officiële overheidslezing opeens niet meer houdbaar blijkt.

Maar voor de samenleving, voor het geloof in onze democratische rechtstaat is het natuurlijk funest. Want met dat politieke patroon van onder de pet houden, schieten ambtenarij en politiek zichzelf uiteindelijk in eigen voet. Het leidt tot complotdenken, tot erosie van vertrouwen, tot wantrouwen jegens alle instituties, tot twijfel over integriteit van ons bestuur.

Er zijn dus alleen maar verliezers.