Jaap van Deurzen

Scènes uit een huwelijk

27 oktober 2019 06:10

Een feuilleton – Deel 1

"Het huwelijk blijft de belangrijkste ontdekkingstocht die de mens kan ondernemen", schreef  filosoof Søren Kierkegaard ooit. De droge Deen had gelijk, ik blijf zoeken, maar ben in de verste verte nog niet op de plaats van bestemming beland.

Misschien had de Amerikaanse komiek Henny Youngman wel een betere beschrijving van het instituut. "Het geheim van ons huwelijk? Tweemaal per week nemen we de tijd om te gaan dineren: kaarslicht, een etentje, zachte muziek en een dansje daarna. Zij gaat iedere dinsdag, ik iedere vrijdag."

Vrouwlief Blond is ziek. Met geloken ogen staart ze lusteloos naar het zwerk. Ik maak beschuitjes en gemberthee en lees op haar verzoek voor uit eigen werk. "Dan val ik makkelijker in slaap", pruttelt Blond met overbelaste bronchiën. 

"Ze werpt een blik over het slagveld van onze woonkamer en gaat verbijsterd op een traptree zitten."

Het gaat beetje bij beetje beter met haar, maar de ultieme genezing is nog werk in uitvoering. Als een verkreukeld krantje strompelt ze plotseling de trap af. Met opengesperde ogen werpt ze een blik over het slagveld van onze woonkamer. Verbijsterd gaat ze op een traptree zitten.

"Ik ben een paar dagen ziek en het ziet er hier uit als een zwijnenstal",  zegt ze lief, alsof ze tegen een gedragsgestoord pubertje praat.

Ik heb flink wat bessensap gemorst toen ik de pitjes eruit moest filteren – voor haar! Ik ben daar net zo handig in als zes die het niet zijn. Het dieprode fruitvocht heeft een kleverig, bloedig spoor op de kastdeurtjes getrokken en drupt na op het parket. Het heeft wel iets weg van een plaats delict.

Een flinke stapel vochtige handdoeken ligt voor het gapende gat van de wasmachine en er staat een week vaatwerk op de gootsteen. Etensresten liggen her en der over de vloer verspreid. Het is alsof een blinde beer een houseparty heeft gehouden.

"Ooit heb ik schuldbewust een zelftest gedaan en kwam ik erachter dat ik altijd 'ja' zeg en vervolgens iets anders doe."

"Waarom ruim je niks op?" vraagt ze zacht. "Dat komt omdat ik voor jou aan het zorgen ben", zeg ik bedeesd, "Maar je hebt gelijk, ik maak er een puinhoop van."

Ze knikt. Ik wacht op een virtuele oorvijg. Als conflictvermijder ga ik op zo'n moment liever op de thee bij een beul van IS. Ik wil geen vermoeiende ruzie over huishoudelijke taken. 

Ooit heb ik schuldbewust een zelftest gedaan en kwam ik erachter dat ik altijd 'ja' zeg en vervolgens iets anders doe. Eén van mijn andere constanten is: "Blijf het vooral aangeven als ik iets niet goed doe!" Daar zou Blond dus een dagtaak aan hebben.

"Nu kan ik weer een hele dag gaan staan wassen, terwijl je weet hoe dat ding werkt", fluistert ze verbaasd. Bij wijze van misplaatste humor antwoord ik: "Gelukkig hoef je het niet met de hand te doen en kun je het zo in de wasmachine kieperen! Hupsakeetje! Klaar is Keesje!"

"Duidelijke, dichtgetimmerde bevelen blijven belangrijk. Leg geen natte handdoeken op bed! Gooi kleren niet náást de wasmand!"

Onder normale omstandigheden zou ik nu mijn helm en schermvest moeten aantrekken, wachtend op verbaal vuurwerk en vliegend servies. Maar opeens, gelijk Paulus op de weg naar Damascus, zie ik een hemelse lichtflits. Ik kom tot een verbijsterende conclusie en gil uit volle borst: "Ik ben een huishoudzwijn!"

Dat lucht lekker op. Volgens de Duitse filosoof en geboren zuurpruim Arthur Schopenhauer had ik beter kunnen weten: "In ons monogame deel van de wereld betekent het huwelijk de helft van je rechten verliezen en de plichten verdubbelen!"

Mannen hebben volgens experts wel last van tunnelvisie. Dat was ooit handig bij het jagen, maar die tijd is met prijsstuntende buurtsupers voorbij. Duidelijke, dichtgetimmerde bevelen blijven belangrijk. Leg geen natte handdoeken op bed! Gooi kleren niet náást de wasmand! Ruim ALLES achter je reet op! Pas dan volgt vergeving en zegt Blond: "Voor de rest vind ik je wel lief, hoor."