Pieter Klein

Polderpolitiek en de uitholling van de controle op de macht

22 oktober 2019 05:27

Herinner je je de onfortuinlijke val van VVD-minister Ard van der Steur van Justitie? In januari 2017 ruimde hij het veld, na de zoveelste onthulling over de Teeven-deal. Je weet wel, dat 'bonnetje' van die miljoenendeal met drugscrimineel Cees H., ooit gesloten door oud-officier van justitie Fred Teeven (VVD). De voorganger van Van der Steur, Ivo Opstelten, ook VVD, moest samen met Teeven in 2015 aftreden omdat door hen was gejokt over dat bonnetje en over wat ze wel wisten, maar het parlement niet vertelden.

De ironische speling van het lot was dat Van der Steur in 2014 meeschreef aan een leugenachtige Kamerbrief van Opstelten over de affaire. Bonnetje na een heel onderzoek niet gevonden, niemand die nog iets wist. 'Onvoldoende herinneringen' aan bedragen. Van der Steur souffleerde vanuit de Kamerbankjes hoe de minister overeind moest worden gehouden. En deed achttien suggesties voor verhullend taalgebruik. De noodgedwongen openbaarmaking van het concept met zijn krabbels vormde de nekslag voor Van der Steur. Omdat partij- en coalitiebelangen boven waarheidsvinding gingen, was zijn laatste restantje geloofwaardigheid verdampt.

"Ieder Kamerlid, zeker als je deel bent van een coalitie, weet hoe het achter de schermen kan lopen in Nederland coalitieland."

De zaak wierp een bijzonder licht op hoe ver rolverwisseling kan gaan: een Kamerlid dat een minister en zijn ambtenaren adviseert over schadebeperking en daarbij een loopje met de waarheid niet schuwt. Ik herinner me het ongemak in de politieke discussie toen. Ieder Kamerlid, zeker als je deel bent van een coalitie, weet hoe het achter de schermen kan lopen in Nederland coalitieland. Aftasten. Sonderen. Teksten voor wetgeving beoordelen. Concepten van compromissen, Kamerbrieven. Geven en nemen. Zou Van der Steur een uitzondering zijn geweest? Ik geloof er niets van.

Er is natuurlijk verschil tussen het meewerken aan een regelrechte cover-up en aan het onderhandelen over lastige vraagstukken waar een coalitie uit moet komen. Maar het oude adagium is: 'Regering, regeer, parlement, controleer'. En we zien steeds meer tekenen dat het parlement steeds meer gaat meeregeren of zelfs voluit gaat regeren. Dat het dualisme tussen de controlerende macht en de uitvoerende macht dus steeds verder wordt uitgehold. Ik beschreef eerder hoe fractievoorzitters vorig jaar in coalitieoverleg de klimaatplannen smeedden, om die vervolgens een half jaar later te moeten herzien. Met het kabinet.

"Regeerakkoorden hollen de macht van het parlement uit en binden coalitiefracties."

Het is geen uitzondering, het is regel. Het fenomeen is niet onbekend: regeerakkoorden hollen de macht van het parlement uit en binden coalitiefracties, waarmee dat dualisme al wordt ingeperkt. Toonbeeld van 'monisme' was het Torentjesoverleg onder oud-CDA-premier Ruud Lubbers, waar fractievoorzitters uit de coalitie wekelijks overlegden met premier en vicepremier. Oud-VVD-leider Ed Nijpels zei ooit dat dit recept prima werkte. 'Strategisch monisme', noemde hij dat. Alleen het politieke resultaat telde.

Tom-Jan Meeus beschreef onlangs in NRC Handelsblad treffend hoe onder het huidige kabinet deze staatsrechtelijke gruwel is geperfectioneerd. Iedere maandag treffen de fractieleiders uit de coalitie elkaar, op het ministerie van Volksgezondheid, waar ook de vicepremiers en premier Mark Rutte aanschuiven. Vroeger was het zo dat in coalitie- of Torentjesoverleg de grote lijnen werden uitgezet. Op donderdagavonden werd dat in 'eigen kring', in het bewindspersonenoverleg besproken en ministers namen het voortouw van het beleid dat uiteindelijk op vrijdagen in de ministerraad werd vastgesteld.

"De controlerende macht zit nu aan de knop, en de uitvoerende macht is gedegradeerd tot knechtenvolk. Totale rolverwarring."

Het zijn nu de fractievoorzitters die standaard het voortouw nemen, en beleid tot in detail vastleggen in compromissen, soms gesecondeerd door fractiespecialisten. Meeus omschreef dit als 'supermonisme': "De controlerende macht zit nu aan de knop, en de uitvoerende macht is gedegradeerd tot knechtenvolk. Totale rolverwarring." Ministers die soms niet eens weten wat de coalitietop voor beleid voor hen verzonnen heeft en dat in de Miljoenennota moeten lezen, ambtelijke expertise die niet wordt gehoord.

Ik snap dat polderpolitiek een prijs heeft. Dat overleg en afstemming nodig is, in een ingewikkelde parlementaire context. Dat er kennelijk therapeutische sessies nodig zijn om wekelijks stoom af te blazen als er weer eens een coalitiekikker uit de kruiwagen is gesprongen. Dat je politiek bruggen moet slaan. Maar dat is iets anders dan het stuur van de bus met vier fractieleiders overnemen.

"Met dat meeregeren maakt de Kamer zichzelf van leeuw tot lam. Wie controleert nou wie in het parlementaire domein?"

Er is weinig voorstellingsvermogen voor nodig om te snappen tot welke busroutes dit leidt. Of, beter: wat dit betekent voor uitvoerbaarheid van beleid. En uitvoerbaarheid is toch al zo’n zorgenkindje. Hoe politiek wensdenken kan leiden tot grote problemen, blijkt uit de stikstofdiscussie. Trouw publiceerde er vorige week een vernietigende reconstructie over. Ontstaan uit een oude coalitiedeal, tegen beter weten in uitgewerkt door ambtenaren en bewindslieden. Volhouden, wegkijken. En in de Kamer werd een kritische behandeling niet echt meer op prijs gesteld. Er zijn legio van dit soort voorbeelden

Met dat meeregeren maakt de Kamer zichzelf van leeuw tot lam. Nu coalitiefracties in toenemende mate zelf de opper-architect zijn van beleid, dringt de vraag zich op: wie controleert nou wie in het parlementaire domein? Het kán niet anders dan dat die medeverantwoordelijkheid een effectieve parlementaire controle gaat hinderen. Moet een Kamerlid de regering dwingen tot verantwoording afleggen over iets wat hij of zij zelf heeft verzonnen, iets dat de eerste tekenen draagt van een mislukking?

"Als een coalitie-Kamerlid iets kan bereiken, stelt-ie dan nog de kritische vragen die in een ander dossier nodig zijn?"

Ik vraag me sowieso af wat dat meeregeren mentaal aanricht. En waar het in de praktijk toe leidt. Volksvertegenwoordigers die geacht worden 'zonder last' te opereren. Onafhankelijk dus. Als een coalitie-Kamerlid iets kan bereiken, door mee te sturen in de bus, stelt-ie dan nog de kritische vragen die in een ander dossier nodig zijn? Of wordt-ie ingepalmd in de uitruilcultuur van belangen? Of onder druk gezet in z’n eigen fractie? Hoe werkt dit eigenlijk bij de oppositiefracties, die zo nu en dan de kans krijgen invloed uit te oefenen – als het kabinet aan een meerderheid geholpen moet worden? Welke prijs betalen zij?

De vraag houdt me ook bezig omdat op de achtergrond een Haags gevecht speelt over het 'inlichtingenrecht' van Kamerleden op basis van artikel 68 van de Grondwet: het recht van ieder individueel Kamerlid om informatie te ontvangen, documenten ook. Het zou een recht moeten zijn, maar deze crux van parlementaire controle staat vaak ter discussie. En dit recht kan alleen door een meerderheid worden afgedwongen door een minister desnoods naar huis te sturen.

"Het kabinet is vaak weigerachtig, ontwijkend, wil geen (interne) documenten verstrekken."

Het kabinet is vaak weigerachtig, ontwijkend, wil geen (interne) documenten verstrekken. Tot de politieke nood zo hoog gestegen is dat het echt niet anders kan. Ik kan me in een aantal dossiers niet aan de indruk onttrekken dat de coalitie ook hier stiekem meeregeert en regisseert. Dat informatievoorziening aan ons parlement, onze nationale postbus voor waarheidsvinding, onderwerp is van onderhandelingen. Van een uitruil dus van belangen. En dat de Kamer het vervolgens laat lopen.

Ik hoop oprecht dat dit niet waar is. En dat het parlement om te beginnen dat inlichtingenrecht weer stelselmatig en dualistisch gaat afdwingen. Regering, regeer, parlement, controleer.