Jaap van Deurzen

De tragische dood van opoes hondje

20 oktober 2019 06:04

"Ik heb een godgloeiende tyfusteringhekel aan honden", foetert Youp van 't Hek in zijn show van weleer, 'Ergens in de verte'. "En niet zozeer aan honden, want honden kunnen er niks aan doen dat ze hond zijn, maar aan mensen met honden. Dáár is iets mis mee."

Hij krijgt nog gelijk ook, blijkt uit een grappig bedoeld onderzoekje van vloerenboer Laminaat en Parket. De kop boven het persbericht: "Huisdieren grote bron van ergernis – Ze slopen het interieur en kakken, piesen en kotsen de boel onder."

Daar zit geen woord Spaans bij. Maar liefst 62 procent van de huisdier-houdende Hollanders beweert dat Fido of Froufrou weleens iets heeft beschadigd in huis. Vooral twintigers schijnen veel hinder te ondervinden. "Het lijkt erop dat jongeren het hebben van een huisdier behoorlijk onderschatten", zegt Floris Jeurissen van Laminaat en Parket. "Ik vermoed dat dit komt doordat zij geen, of bijna geen tijd investeren in het trainen en africhten van de dieren."

"Het ligt niet aan de huisdieren, maar aan de baasjes. Die kunnen ook de godganse dag doorjengelen over hun beestjes."

Hij onderschrijft dus Youps conclusie: het ligt niet aan de huisdieren, maar aan de baasjes. Die kunnen ook de godganse dag doorjengelen over hun beestjes. Zo schrijft een deelnemer over zijn hond: "Hij had gepoept op de deurmat en toen ik binnenkwam stond ik ermiddenin!"

Boeien! piept een vilein stemmetje in een hersenkwab – dan had je het dier maar op tijd moeten uitlaten. Een vrouw klaagde over haar kat: "Hij was op de tafel geklommen en had de shoarmapizza van mijn broer aangevreten. Daarna kotste hij eroverheen." Dat vind ik dan wel weer stijlvol. Het zegt waarschijnlijk iets meer over de pizza dan over de kat.

Overigens is niet alles kommer en kwel als het op huisdieren aankomt. Het merendeel van de ondervraagden beweerde geen negatieve invloed te ervaren op het seksleven. Kazan springt dus niet bij elk potje pret met zijn volle gewicht op bed. 

"Maud was een berg van een vrouw die elke dag werd bestegen door een roedel wellustige mannen."

Zelf heb ik sinds de dood van Robby een ietwat getroebleerde verhouding tot honden. Robby was het vrolijke vuilnisbakkenhondje van mijn oma. Het was een kruising tussen een keeshond en een bulldog, met een toefje teckel. Hij leed aan ADHD.

Opoe woonde op Katendrecht, destijds de bruisende hoerenwijk van Rotterdam. Ze woonde op de derde verdieping. Op de eerste etage woonden Joden-Aad en Maud, die we stiekem 2 Meter-Maud noemden. Het was een berg van een vrouw die elke dag werd bestegen door een roedel wellustige mannen.

Aad verhuisde bij elke klant naar het achterkamertje en las dan Het Vrije Volk. De pooier was een rasverteller en vaak lagen we blauw van het lachen. Elke avond zat hij in de kroeg en zoop zich vol. "Ik ben maar een arme joodse jongen",  huilde hij dan dronken en liet de tattoo uit het Duitse concentratiekamp aan zatte zeemannen zien, waarna het bier begon te stromen.

"Net toen ik had aangebeld gebeurde het. Op driehoog ging het raam open. Ik zie hem nog naar beneden komen."

Terug naar opoe. Vanwege Mauds onvoorspelbare clientèle moesten we altijd aanbellen als we op visite kwamen, zelfs als de deur beneden openstond. Opoe schoof dan het raam omhoog om te kijken wie het was. Ik moet een jaar of acht zijn geweest. Net toen ik had aangebeld gebeurde het. Op driehoog ging het raam open. Ik zie hem nog naar beneden komen. Robby was in al zijn enthousiasme op de vensterbank gesprongen en doorgegleden. Voor mijn voeten sloeg hij te pletter op de straattegels.

Met mijn ogen wagenwijd open stond ik als verstijfd. Maud hield hysterisch een spiegeltje voor zijn snuit, maar Robby was morsdood. Joden-Aad hing verveeld uit het raam en zag zijn handel voor die middag de soep inlopen. Jarenlang heb ik geen hond meer aangeraakt.