Pieter Klein

Bang voor de macht van de staat

15 oktober 2019 05:48

Soms zijn er mensen die een misstand publiekelijk aan de kaak willen stellen. Vaak nadat ze intern tegen tal van muren zijn opgelopen, maanden- of jarenlang geen gehoor vonden. Het bos in werden gestuurd. Soms zoeken deze mensen uiteindelijk publiciteit om een einde te maken aan onrecht, gesjoemel of wanpraktijken. Ze zijn soms aan het einde van de lijn, en op het punt gekomen dat ze bereid zijn alles in de waagschaal te stellen.

Als ik contact met zo iemand heb, trap ik eigenlijk altijd op de rem, ook als ik dolgraag en liefst direct zou willen publiceren: weet waar je aan begint. Publiciteit maakt meer kapot dan je lief is – en al helemaal als je zelf in het oog van de storm terecht zult komen. Het zelfreinigend vermogen van organisaties is zeer beperkt. Ontkenning, wegkijken, vuilspuiterij, het aanpakken van wie een misstand aan de kaak stelt – de reflex is vaak dezelfde: de boodschapper bevuilt zijn nest en wordt aangepakt.

"Soms zijn er gekkies, met oneindige dossiers en mailwisselingen, een onontwarbare kluwen van incidenten en zijsporen."

Klokkenluiders zijn er in alle soorten en maten. Professionals die je tussen neus en lippen door attenderen op een vorm van ongerechtigheid. Soms zijn er gekkies, met oneindige dossiers en mailwisselingen, reeksen rechtszaken, een onontwarbare kluwen van incidenten en zijsporen, waar je door de bomen het bos niet meer ziet. Mensen die in het verleden blijven leven en niet meer loskomen van wat hen ooit overkwam. Sommige klokkenluiders beschouwen zichzelf niet als zodanig – ze deden gewoon wat moreel juist was. En worden achteraf, omdat dat bekend wordt, aangemerkt als klokkenluider.

Zo ging het ook bij de klokkenluider in de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. Er was sprake van een nette ambtenaar die zag dat de eigen dienst de wet niet naleefde. Stukken achterhield in procedures van wanhopige ouders, bij wie onterecht de toeslag voor kinderopvang was stopgezet. Die anonieme ambtenaar toonde moed, door te zorgen dat ontlastende documenten alsnog in het dossier kwamen. Eén keer raden wat de Belastingdienst deed: die opende de jacht op deze ambtenaar. Ondanks waarschuwingen vanuit de politiek. Er werd voorgesorteerd op ontslag.

"Ik vraag me nog steeds af door welke vorm van verstandsverbijstering de top van de Belastingdienst bevangen werd."

Nadat Trouw en RTL Nieuws hierover hadden gepubliceerd, werd staatssecretaris Snel (Financiën) door de Tweede Kamer gedwongen te zeggen dat de klokkenluider goed werk had verricht, en dat betrokkene juist níet moest worden aangepakt. Ik vraag me nog steeds af door welke vorm van verstandsverbijstering de top van de Belastingdienst bevangen werd, toen de jacht eerder weloverwogen werd geopend. Ik vraag me ook nog steeds af of Menno Snel ervan wist, of hij tevoren is geïnformeerd. Een indringende vraag.

Nog steeds weten we niet hoe deze zaak is afgelopen. Er is in ieder geval nog geen standbeeld opgericht voor deze ambtenaar, vlak voor de deuren van het ministerie. Of er excuses zijn gemaakt weten we ook niet. We weten ook niet of we ooit nog het verhaal gaan horen van deze ambtenaar. Ik stel me zo voor dat dit de doofpot in gaat: afkopen met een 'vaststellingsovereenkomst', ongetwijfeld gekoppeld aan geheimhouding. Opgeruimd staat netjes. Als dit zo is, vraag ik me oprecht af welke lessen Snel en zijn topambtenaren hebben getrokken. Hoe kon dit zo ontsporen?

"De minister bezwoer dat er géén onderzoek van de Rijksrecherche liep. We weten nu dat dit een leugen was."

Ik piekerde hierover na de onthulling, vorige week, dat de klokkenluider in de WODC-affaire maandenlang is afgeluisterd door de Rijksrecherche. U weet wel, die beleidsonderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, dat onder het ministerie van Justitie valt. Een gerespecteerd wetenschapper, die vanaf 2013 intern aan de bel trok en in 2014 een interne melding deed over het bijsturen van onderzoek door ambtenaren. Kritische bevindingen van onderzoek naar het drugsbeleid proberen af te zwakken, omdat het toenmalig VVD-minister Opstelten (Justitie) niet uit kwam.

Die klokkenluider heet Marianne van Ooyen-Houben. Ze werd een klokkenluider omdat haar interne melding via iemand anders bij Bas Haan van Nieuwsuur terecht kwam, het programma dat hier eind 2017 over publiceerde. Ze werd dus beroemd tegen wil en dank. Het nieuws over oneigenlijke beïnvloeding van wetenschappelijk onderzoek leidde tot drie onderzoekscommissies, en tot meer onafhankelijkheid voor het WODC.

Uiteindelijk prees minister Grapperhaus de klokkenluider publiekelijk, in maart 2019. Ze verdient 'complimenten' zei de minister: "Het verdient groot respect dat je als individu aan de kaak stelt dat je de stellige overtuiging hebt dat er niets net goed loopt. Dit is het individu tegen de organisatie. En ik denk dat dat altijd bescherming verdient." Bij dezelfde gelegenheid bezwoer de minister dat er géén onderzoek van de Rijksrecherche liep 'naar deze casus'. Dat kon hij 'verzekeren'. We weten nu dat dit een leugen was.

"Op sombere momenten denk ik dat dit exact de bedoeling is. Dat mensen bang moeten zijn. Voor de macht. Die altijd beterschap belooft, maar er nooit naar handelt."

We weten nu ook dat een topambtenaar op Justitie sinds vorig jaar doorging met de jacht naar mogelijke lekken. En dat hij vanwege dit optreden inmiddels het veld heeft moeten ruimen. We weten nu ook dat het minister Grapperhaus zélf was die de kwestie van het lekken van de melding van de klokkenluidster voorlegde aan het Openbaar Ministerie (OM), samen met nog een twintigtal andere kwesties. Wat concludeerde het OM? Dat uitgerekend het lekken van de notitie van de klokkenluidster 'voldoende opsporingsindicaties' bood. Waarop de minister zich gehouden achtte aangifte te doen – en de Rijksrecherche werd ingeschakeld.

De klokkenluidster is maandenlang afgeluisterd door de Rijksrecherche. Niet omdat ze zelf verdachte was, maar omdat ze de missing link naar de dader kon zijn: "Ze vermoedden dat ik een goede band had met degene die de stukken had gelekt", zei Marianne van Ooyen-Houben in NRC Handelsblad. Om eraan toe te voegen: "Ik wil vooral dat duidelijk wordt hoe het ministerie – ondanks al zijn mooie woorden – achter de melders van misstanden aangaat in plaats van achter degenen die die misstanden veroorzaken."

Een uitspraak van de klokkenluidster bleef lang in mijn hoofd nagalmen: "Ik ben bang geworden voor de macht van de staat en het ministerie." Op sombere momenten denk ik dat dit exact de bedoeling is. Dat mensen bang moeten zijn. Voor de macht van boven ons gestelden. Voor dé macht. Die altijd beterschap belooft, maar er nooit naar handelt. Integendeel. En dat de top níet het morele leiderschap toont dat het schip van staat zo hard nodig heeft.