Susanne Uilenbroek

Waarom je niet gearresteerd moet worden op nieuwjaarsdag

09 oktober 2019 05:52

Gerard (niet zijn echte naam) had tot laat gewerkt. Moe stapte hij in zijn auto. Hij wilde maar één ding: zijn bed inkruipen. Hij nam de kortste route over een donkere polderweg en draaide daarna een rotonde op om bij zijn woonwijk te komen. Daar werd hij klemgereden door twee politieauto’s.

Gerard werd aangehouden op verdenking van een inbraak in een bedrijfsgebouw even verderop. Natuurlijk zei hij meteen dat hij het niet had gedaan, dat hij aan het werk was geweest. Maar hij en zijn auto voldeden aan het signalement dat de agenten hadden doorgekregen. Ook was het verdacht dat hij zo laat nog op de weg was en uit de richting kwam van het pand waar was ingebroken.

'Die sukkels' hadden hem gearresteerd voor iets dat hij niet had gedaan. 

Gerard werd naar het politiebureau gebracht en daar werd hem gevraagd of hij een advocaat wilde en of hij wilde dat die aanwezig zou zijn bij zijn verhoor. Natuurlijk wilde Gerard dat. In de politie had hij geen vertrouwen. 'Die sukkels' hadden hem gearresteerd voor iets dat hij niet had gedaan. 

Had hij zelf een advocaat of moesten ze een advocaat voor hem oproepen, was de volgende vraag. Gerard had geen advocaat. Hij was nog nooit met de politie in aanraking geweest en hij had geen idee wie hij om hulp moest vragen. "Bel maar iemand", had hij gezegd. 

Een paar weken later hoorde hij dat hij onterecht als verdachte was aangemerkt.

Ik interviewde Gerard jaren geleden voor een reportage. Op dat moment realiseerde ik mij dat iedereen op een dag als verdachte aangemerkt kan worden. Al ben je nog zo’n brave burger, betaal je al je belastingen op tijd en zet je je afvalcontainer nooit te vroeg op straat, toch kan er een moment komen dat je een strafrechtadvocaat nodig hebt.

Dat is geen fout van de politie of van het systeem, maar het kan je gewoon overkomen. Domme pech. En dat is niet erg zolang we een goed werkend rechtssysteem hebben waarbij dit soort misverstanden snel worden opgelost. 

Voor Gerard werd een advocaat opgeroepen die piketdienst had. Via de piketcentrale van de Raad voor de Rechtsbijstand geven advocaten aan wanneer ze oproepbaar zijn voor dit soort rechtsbijstand. Van de politie krijgen ze dan een melding als er een verdachte is aangehouden die een advocaat wil. Gerard kreeg een advocaat die aanwezig was bij zijn verhoor en daarna mocht hij naar huis. Een paar weken later hoorde hij dat hij onterecht als verdachte was aangemerkt.

Ook voor slachtoffers van een misdrijf is de staking slecht nieuws.

Voor Gerard was het fijn dat er destijds een advocaat beschikbaar was. Maar dat systeem staat onder druk omdat advocaten vinden dat de vergoeding die de staat betaalt voor dit soort oproepdiensten (en voor de sociale rechtsbijstand in het algemeen) veel te laag is.

Sommige advocaten stoppen daarom met de diensten. Honderden anderen gooien de handdoek nog niet in de ring, maar hebben besloten de eerste twee weken van januari te gaan staken. Ongeveer 85 procent van alle advocaten die piketdiensten draaien doet mee aan de staking.

En dat is slecht nieuws voor ons allemaal. Want dat betekent dat de kans groot is dat er geen advocaat beschikbaar is als jij, zoals Gerard, in die twee weken verdacht wordt van een inbraak. Dat er geen advocaat te hulp schiet als jouw puberzoon met oud en nieuw een bushokje opblaast. En dat er ook niemand komt als jouw beste vriend is gearresteerd omdat hij tijdens een nieuwjaarsborrel in de kroeg heeft gevochten met de nieuwe vriend van zijn ex.

Ook voor slachtoffers van een misdrijf is de staking slecht nieuws. De politie zal in de eerste twee weken van januari veel minder zaken kunnen afhandelen. Verdachten zullen worden heengezonden met een uitnodiging voor een verhoor later die maand en onderzoeken zullen vertraging oplopen.

Dat Gerard ook Sander D. had kunnen heten is voor minister Dekker waarschijnlijk ondenkbaar.

Minister Sander Dekker van Rechtsbescherming lijkt niet onder de indruk van de naderende staking van advocaten. Hij weigert al langer extra geld uit te trekken voor de sociale advocatuur en is ervan overtuigd dat het juist goed is als er minder vaak een beroep wordt gedaan op advocaten. 

Dat ons hele rechtssysteem gebouwd is op een scheiding van machten waarbij het individu geregeld beschermd moet worden tegen de staat, is voor de minister van Rechtsbescherming blijkbaar niet belangrijk. En dat Gerard ook Sander D. had kunnen heten, is voor minister Dekker waarschijnlijk ondenkbaar.