Olaf Koens

'Vriend, kan jij me de weg wijzen?'

30 september 2019 06:01

Er was een tijd voordat Uber bestond. Wanneer je aankwam op een luchthaven moest je onderhandelen met een roedel rokende taxichauffeurs. In de meeste landen betaal je dubbel tarief, in Rusland vaak het vijfvoudige.

Om het taxikartel te ontwijken was er in Rusland een andere optie: gewoon langs de kant van de weg gaan staan en je hand uitsteken. Binnen een paar minuten stopt er altijd wel iemand. Meestal zijn het snorders, soms forenzen of zelfs politieagenten die niet te beroerd zijn om in ruil voor een schappelijk bedrag in roebels een stukje om te rijden.

'Waar is dat?'

Zo stond ik, ergens in 2013, langs de kant van de weg bij de luchthaven van Moskou. Het was vroeg in de ochtend, ik was net aangekomen uit een stoffige provinciestad in Oezbekistan. Ik had mijn hand nog niet uitgestoken of er zwaaide een oude Lada over de vluchtstrook.

'Vriend, waar moet je heen?' vraagt de chauffeur. Hij leunt over de passagiersstoel om de deur open te doen.

'Naar de Serafimovitsjstraat', zeg ik.

'Waar is dat?' vraagt hij.

'Bij de Rode Oktober, de oude chocoladefabriek', zeg ik.

'Waar is dat?' vraagt hij.

'Op het Bolotnajaplein', zei ik.

Even kijkt hij voor zich uit. Het lijkt alsof hij nadenkt, of misschien doet hij maar alsof.

'Vriend', klinkt het aarzelend. 'Waar is dat?'

Maar wie de Rode Oktober niet kent, of zelfs het Bolotnajaplein niet – die kent Moskou niet.

De meeste snorders zijn gastarbeiders. Ze komen uit landen als Oezbekistan, Tadzjikistan of Kazachstan om geld te verdienen in de hoofdstad van het gewezen Sovjetrijk. Dat ze de Serafimovitsjstraat niet kennen is geen ramp, de meesten Russen kennen het ook niet. Maar wie de Rode Oktober niet kent, of zelfs het Bolotnajaplein niet – die kent Moskou niet.

'Tegenover het Kremlin', zeg ik. Daarmee moet het duidelijk zijn.

'Ga maar zitten', zegt hij. Even is het stil.

'Het Kremlin. Waar is dat? Vriend, kan jij me de weg wijzen?'

Na een paar kilometer begreep ik dat bestuurder net als ik met de vroege vlucht uit de Oezbeekse provinciestad was aangekomen. Hij is voor het eerst in Moskou, voor het eerst in Rusland. Van een oom heeft hij de sleutels van de Lada gekregen. In zijn broekzak zit nog een sleutelbos, dat van een appartement in wat hij denkt dat een buitenwijk van de stad Moskou is.

Hij kijkt zijn ogen uit. Moskou is het New York van het Oosten.

Ik wijs op de afslagen, de snelheidslimiet en de ringweg. Hij kijkt zijn ogen uit. Moskou is het New York van het Oosten. Alles is er, en alles is er te koop. Het is een stad die fonkelt, een magneet, een belofte met een aantrekkingskracht van over duizenden kilometers.

We rijden langs het Bolotnajaplein, voorbij het Kremlin, voorbij de oude chocoladefabriek naar de Serafimovitsjstraat.

'Veel succes nog', zeg ik als ik uitstap en betaal.

'Het is een andere stad in een ander land!'

'Vriend, nog een vraag', zegt de snorder dan. Hij kijkt in zijn portemonnee en vist een dubbelgebouwen briefje op met een adres. Het is een straat in een buitenwijk van de Wit-Russische hoofdstad Minsk, honderden kilometers verderop.

'Minsk', zegt hij. 'Is dat ver weg?'

'Ik ben bang van wel', zeg ik. 'Het is een andere stad in een ander land!'

'Vriend, kan jij me de weg wijzen?'

Olaf Koens (1985) is correspondent voor RTL Nieuws in het Midden-Oosten. Na zijn studie filosofie ging hij in 2007 als correspondent aan de slag in Moskou om verslag te doen over Rusland en de voormalige Sovjet-Unie. In 2014 is hij door Villamedia uitgeroepen tot Journalist van het Jaar. Koens heeft ook boeken geschreven: 'Koorddansen in de Kaukasus' en 'Oorlog en Kermis'.