Pieter Klein

Grapperhaus, de zaak-Wilders en een web van onwaarheid

03 september 2019 00:24

Het kardinale dilemma van de journalistiek is: je weet niet wat je níet weet. Ik weet ook nog steeds niet of oud-minister Ivo Opstelten (VVD, Justitie) inderdaad bij oud OM-topman Herman Bolhaar (vooraf) heeft aangedrongen op vervolging van een politieke tegenstander, PVV-leider Geert Wilders. Ik weet wel wat goed ingevoerde bronnen daarover hebben gezegd tegen mij en m’n collega Stephan Koole.

Opstelten en Bolhaar hebben tijdens een getuigenverhoor achter gesloten deuren bij het gerechtshof ontkend dat hiervan sprake was. Het OM nam 'zelfstandig' een vervolgingsbeslissing over de 'minder-Marokkanen'-uitspraak, de minister is 'eenzijdig geïnformeerd', en, oh ja, en marge van een overleg in april 2014 is één keer gesproken over het aangifte-traject (was altijd ontkend). Verder konden ze zich echt niet voorstellen dat er beïnvloeding was, ze hadden er althans geen herinneringen aan, ook niet aan overleg.

Wat denk je dat Opstelten en de oud-topambtenaren de raadsheer-commissaris van het hof vertelden over dat ‘bespreken’? Niets.

Nu moet je weten dat die verhoren bedoeld waren om de onderste steen boven te krijgen: het hof gaf daartoe opdracht in het hoger beroep in de stafzaak tegen Wilders, dat vandaag wordt hervat. Opstelten, de toenmalige hoogste ambtelijke baas van het ministerie, en een directeur-generaal, kregen ter voorbereiding van dat verhoor stukken van het ministerie. Onder meer de ambtelijke nota, waarover RTL Nieuws vrijdag publiceerde, en waaruit bleek dat er op 10 september 2014 nog geen beslissing was – er lag slechts een 'voorgenomen' beslissing. Wat krabbelde Opstelten in rode letters op die nota? ‘Bespreken, zie 4 punten van het OM’. Er volgde een overleg op 25 september 2014 tussen Opstelten en Bolhaar, beiden ondersteund door ambtenaren. Twee van het ministerie.

Wat denk je dat Opstelten en de oud-topambtenaren de raadsheer-commissaris van het hof vertelden over dat ‘bespreken’? Niets. Wat wist de verdediging van Wilders, of het hof van de stukken en de bespreking? Niets. Er is dus informatie onthouden aan het hof. Laat dit even op je inwerken – ik kom zo terug op de rol van het ministerie. En op de huidige minister, Grapperhaus, die in het moeras wordt meegezogen

Het is niet waar dat er geen ambtelijke bemoeienis en beïnvloeding was: ambtenaren gaven tips aan het OM om zich beter te prepareren op de verweren van de verdediging voordat een definitieve vervolgingsbeslissing was genomen, en op het hoogste niveau werd ingegrepen in persberichten van het Openbaar Ministerie.

We weten dit nu, omdat het ministerie van Justitie en Veiligheid documenten vrijgaf. Onder druk van de rechtbank Midden-Nederland, waar een beroep loopt van RTL Nieuws op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Inderdaad, nog geen bewijs van een verkapte opdracht. Maar wat we nu wijzer zijn, 14 maanden na de eerste vragen van RTL Nieuws, vind ik schokkend. We weten nu dat:

1. Het niet waar is dat Ivo Opstelten niets wist van de besluitvorming binnen het OM, zoals het OM in de rechtszaak in eerste aanleg heeft betoogd.

2. Het niet waar is dat er geen overleg of afstemming was over het ‘aangifte-traject’, zoals het College van procureurs-generaal begin vorig jaar nog officieel beweerde.

3. Het niet waar is dat er op 10 september 2014 een beslissing lag om Wilders te vervolgen – het was een voorgenomen beslissing.

4. Het niet waar is dat er geen overleg over was: dat was er op 25 september 2014.

5. Het niet waar is dat er geen ambtelijke bemoeienis en beïnvloeding was: ambtenaren gaven tips aan het OM om zich beter te prepareren op de verweren van de verdediging voordat een definitieve vervolgingsbeslissing was genomen, en op het hoogste niveau werd ingegrepen in persberichten van het Openbaar Ministerie.

Gisteren hebben we de rechtbank Midden-Nederland gevraagd om het ministerie van Justitie en Veiligheid tot de orde te roepen en een lesje rechtsstatelijkheid te geven.

Ik dacht nadat het ministerie de stukken vrijgaf, en wij er over publiceerden: ok, genoeg, succes ermee. Ik snapte de vergelijking van Wilders met Noord-Korea wel, maar dacht: dit is het einde van de lijn. Zaterdag snapte ik opeens dat dit niet zo is. Dat we weloverwogen nog heel veel stukken niet krijgen – van vóór het voornemen tot vervolging. En erna. Na ruim 14 maanden bakkeleien worden we wéér het bos in gestuurd. Wij vroegen om 'álle documenten over de mogelijke strafvervolging' van Wilders. Het ministerie perkt dat nu in tot documenten over de ‘vervolgingsbeslissing’. Waarom?

Gisteren hebben we de rechtbank Midden-Nederland gevraagd om het ministerie van Justitie en Veiligheid tot de orde te roepen en een lesje rechtsstatelijkheid te geven. (Hier de exacte tekst, voor de liefhebbers.) Of we nu eindelijk mogen weten wat we nog niet weten. Kennelijk valt er iets te weten wat te onverkwikkelijk is en niemand mag weten. Anders is de weigerachtige kramp onnavolgbaar.

Minister Grapperhaus raakt ook zelf verstrikt in het gesponnen web smoezelige halve en hele onwaarheden. De 'VVD-chaos', zoals de erfenis van Opstelten door coalitiepartijen met afschuw wordt genoemd.

Het wachten is ook op antwoorden van Grapperhaus op Kamervragen van 3 juli, van Wilders. Ze zouden vrijdag komen. Toen maandag. Gisteravond werd het: vandaag. Niet chic. Juist vandaag begint het pleidooi in het hoger beroep van de advocaten van Wilders, team Knoops.

Minister Grapperhaus raakt ook zelf verstrikt in het gesponnen web smoezelige halve en hele onwaarheden. De ‘VVD-chaos’, zoals de erfenis van Opstelten door coalitiepartijen met afschuw wordt genoemd, besmet nu de CDA-minister. Hij nam in dit dossier zélf al de verkeerde afslag door eerst tegenover het parlement te jokken over de ambtelijke nota, en door vervolgens expliciet geen antwoord te geven op de vraag of het een ‘voorgenomen’ beslissing, of een beslissing was. Zijn ambtenaren lieten hem tot afgelopen juni ook het gesprek van 25 september 2014 verzwijgen.

"Ik heb destijds nog even telefonisch contact opgenomen om te vragen of dit alles was. Het antwoord was: nee.”" Intrigerend antwoord.

Sta hier eens bij stil: iedereen in Den Haag die de rood geschreven instructie 'bespreken' van Opstelten las, wéét dat er dús een vervolg was. Dat móet het ministerie hebben geweten.  Dat moet Grapperhaus geweten hebben. Dat wisten Opstelten en de andere getuigen, die de ambtelijke nota zagen. Opstelten dekte zich tijdens het vertrouwelijk verhoor op 18 maart zelfs in tegen een toekomstig verwijt van meineed, en legde de bal bij zijn oude ministerie: "Ik heb destijds nog even telefonisch contact opgenomen om te vragen of dit alles was. Het antwoord was: nee." Intrigerend antwoord.

Het is dus heel simpel: de ambtenaren die Kamervragen voorbereidden en de getuigen stukken gaven, moeten hebben geweten van het overleg van 25 september 2014. Als ze het niet wisten, waren ze ziende blind – dan wilden ze het niet weten. Het kan, theoretisch: dat de mailwisseling over dat overleg en de punten die Opstelten met het OM wilde bespreken nog niet was opgedoken. In dat geval is er 'abusievelijk' informatie aan het hof onthouden. Als ze het wél wisten, is het een cover-up. In beide gevallen is de rechtsgang gefrustreerd. Ik heb hier eigenlijk geen woorden voor.

Ik vrees dat we nog niet de helft weten van wat hier allemaal is gebeurd en nog gebeurt. Ik denk dat het noodzakelijk is dat we dit alsnog te weten komen. Tot we weten wat we nu nog niet weten. Exact.

Wordt vervolgd.