Jaap van Deurzen

Tsjieken! Doe joe hef tsjieken?

28 juli 2019 06:22

We zitten op het terras van een café in het dorpje Rossas in noord-Portugal. De omgeving is prachtig; er waait een briesje en de zon is genadig. Een oude Opel met een Nederlandse kentekenplaat, met daarachter een minuscule Kip-caravan, rolt het bergdorp in. De bejaarde bestuurder parkeert voor de lokale kruidenier. Het is zo'n winkeltje met een opengewerkte gevel. 

De kleine man is kogelrond en gekleed in een roodgeblokt shirt met zwarte zweetringen onder zijn oksels. Zijn tengere vrouw kijkt angstig om zich heen. Waar zijn we nou weer beland, zie ik haar denken. Het gepermanente haar ligt in grauwgrijze rolletjes op haar schedel. Ze klemt haar handtasje tegen zich aan.  Haar bril glijdt continu over de bezwete neus naar beneden. “Ik wil naar huis!” staat er in neonletters op haar voorhoofd.    Het lijkt zo'n paartje waarbij je als het ware de lus van het zelfmoordtouw dagelijks moet ontvlechten. Manlief wilde per se dat pokkeneind naar Portugal toeren, want autorijden is zijn lust en zijn leven. Die caravan hebben ze tenslotte gekocht om er mooie reisjes mee te maken. Toch wil het maar niet lukken met de vakantiepret.

"Hij probeert tevergeefs een tokkelende kip na te doen. Dat lukt maar half."

Het paar heeft een korte, verhitte discussie voor het winkeltje. We vangen flarden op. "Ik spreek ook geen Portugees. We hebben afgesproken dat jij zou koken en ik zou rijden." Opeens draait de man zich driftig om en loopt op de winkel af. Zijn vrouw gaat aan het tafeltje naast ons zitten en bestelt twee kopjes koffie. Ze legt het schoteltje omgekeerd op zijn kopje. De voorstelling begint.   Met de moed der wanhoop stapt de oververhitte man op de vrouw achter de balie af en roept: "Tsjieken! Doe joe hef tsjieken?" Het vrouwtje kijkt hem aan alsof er een mollig marsmannetje voor haar is geland. "Tsjieken!" brult het baasje boos. Hij probeert tevergeefs een tokkelende kip na te doen. Dat lukt maar half. Het is alsof iemand een snoer om zijn strot heeft geregen. 

Het geproduceerde geluid lijkt op een Kip-caravan met een gebroken as. Opeens krijgt de man een ingeving en klapwiekt met zijn armen naast zijn lichaam en begint aan een gemankeerde vogeltjesdans, terwijl hij kipgeluiden blijft rochelen. "Tsjieken! Tok, tok, tok!"

"Naast ons horen we plotseling een zacht gepiep. Zijn vrouw zit te schudden van het lachen."

"Afonso!" blèrt het vrouwtje gealarmeerd naar achteren. Binnen twee tellen stormt haar pezige echtgenoot naar buiten. Die schrikt zich het leplazerus van de kakelende kabouter. 

Naast ons horen we plotseling een zacht gepiep. Zijn vrouw zit te schudden van het lachen. Ik wist niet dat ze het in zich had. Ze lijkt een beetje op een vleermuis met een permanentje. De tranen biggelen over haar wangen.

"Heeft u misschien een mobieltje, mevrouw?" vraagt vrouwlief Blond barmhartig. "U kunt het dan eens proberen met Google Translate. Dan tikt u in het schermpje: 'Heeft u kip', en dan komt er automatisch een Portugese vertaling in te staan. Die tekst laat u dan aan de verkoopster zien."

"In de verte horen we het triomferende gekakel van een haan."

Het paars aangelopen vrouwtje klapt nu dubbel en begint hysterisch te lachen. Kan het leven zo makkelijk zijn? Ze frutselt in haar tasje, pakt haar mobieltje en begint te tikken. Heeft u kip? "Você tem frango?" staat in het schermpje. Het Portugese paar kraait simultaan 'no!' en wijst naar het noorden. "Lidl! Cebasceiras de Basto!" Dat stadje ligt twintig kilometer verderop.

"Daar kom ik verdomme net vandaan", brult de brompot briesend. Hij wijst naar het terras. "We vreten 'franco' wel hier." Zijn vrouw streelt zijn rug en mompelt zachtjes: "Het is frangò, met een g, niet met een c, pas nou op, dat kan hier niet."

In de verte horen we het triomferende gekakel van een haan.