Jaap van Deurzen

De alarmerende grauwe klauwier (en andere vogelgeluiden)

14 juli 2019 06:09

Vrouwlief Blond heeft een trits vogelapps geïnstalleerd. Ik overwoog eerst een scheiding, maar ik ben om. Ons huis aan de gracht is veranderd in een virtuele volière. "Moet je horen! Dit is het geluid van een grauwe klauwier! Prachtig hè?" tsjilpt Blond opgewonden. Klauwier? Ik denk gelijk aan een of ander middeleeuws vuistwapen. Zo'n bijl waar Vikingen vroeger een vijandige schedel mee aan gort sloegen.

Op YouTube zie ik vervolgens een middelgroot zangvogeltje met een lange staart en een snaveltje als een haak. Blond laat bij elk geluidje ook gelijk een foto of een filmpje zien. Om de haverklap zit ik naar YouTube te kijken. Het beestje heeft een soort Zorro-masker op. Via de vogelapp hoor ik het geluid dat het kreng produceert. "Leuk!" brabbel ik quasi-geïnteresseerd en sla demonstratief de krant open.

"Ik zie een gestreste zenuwpees een idiote vogeltjesdans doen op een tak. Het staartje zwiept panisch van links naar rechts."

Daar kom ik niet mee weg. Ik moet en zal kijken naar het filmpje van de 'alarmerende grauwe klauwier'. Ik zie een gestreste zenuwpees een idiote vogeltjesdans doen op een tak. Het staartje zwiept panisch van links naar rechts, het beestje stoot allerlei geluidjes uit. In mijn oren klinkt het alsof het mormel langzaam wordt gewurgd.

Plotseling hoor ik het commentaar van een vogelaar die iets zegt wat klinkt als: "Rotje kro klauwier. Maakt zich druk omdat er een vos in de buurt zit."

"Ja, dus?" vraag ik me hardop af. "Dat is een prima maaltijd voor die vos. Vandaag staat er rauwe, grauwe klauwier op het menu. Lekker toch? Zo gaat dat in de natuur, hè?" leg ik Blond ietwat sarcastisch uit.

"In de gracht voor ons huis dobberen eenden en waterhoentjes met territoriumdrift. Die vechten elkaar de godganse dag de gracht uit."

Ik heb nooit iets met vogels gehad. Ik ben in de wijk Feijenoord in Rotterdam opgegroeid tussen een kazerne, een foeilelijke melkfabriek en de meurende 'Stinkhaven', een vervuilde tak van de Maas waar allerlei kwalijke zaken in werden gedumpt. Het stonk er voortdurend naar rotte eieren. Daar zag ik alleen meeuwen grauwe gebouwen onderschijten.

Het werd er niet beter op toen ik naar Weesp verhuisde. In de gracht voor ons huis dobberen eenden en waterhoentjes met territoriumdrift. Die vechten elkaar de godganse dag de gracht uit. Dat gekwetter begint al bij de eerste zonnestralen. Geloof me, daar word je ook geen vogelvriend van.

Toen kwam de familie Koolmees in ons leven. We hingen een huisje op ons balkon in de hoop dat de charmante vogeltjes ook eens bij ons kwamen buurten. Het is dit jaar gelukt bij de tweede leg. We zien pa en ma Mees af en aan vliegen om het onzichtbare grut in het hokje te voeden. Voordat de mezen zich door dat piepkleine gat wurmen met een worm, maken ze een geluidje (blijkbaar zoiets als: "Thuisbezorgd! Goed volk!") en hoppen dan met het voedsel naar binnen.

"Overdag lopen we door de polder, 's avonds proberen we de opgenomen vogelgeluiden te duiden via onze apps."

In dat hokje wordt dan gelijk een feestje gevierd, want we horen een heel iel opgewonden geluidje dat nog het meest lijkt op een tandwieltje dat aanloopt. Of we ménen dat geluid te horen, want we willen zo graag dat die kuikens nog leven. Volgend jaar gaan we sparen voor een hokje met een camera. We willen dat prille leven van dichtbij zien. Lang verhaal kort: zo is dus die fascinatie met vogelgeluidjes ontstaan. Pfff.

Dagelijks loop ik nu met Blond in de polder om via onze smartphones allerlei vogelgeluiden op te nemen. Die proberen we dan 's avonds te duiden via onze vogelapps. We vullen in hoe groot de vogels zijn, welke kleuren zijn opgevallen en spelen de geluidjes af. We kraaien van de pret als we weten wat we zien. Ons leven heeft weer zin.