#dfp-billboard1 [id^="google_ads_iframe_"], #dfp-halfpage1 [id^="google_ads_iframe_"] { margin-right: auto; margin-left: auto; }
Jaap van Deurzen

De onmacht van de geboren kluns

07 juli 2019 06:09

Een onhandige kluns. Iedereen schijnt er wel eentje in zijn directe omgeving te hebben. Het zijn van die mensen die tegen deurposten oplopen, een borrelglas fijnknijpen of koffiekopjes omkeilen.

Als S. een bezoek bij ons thuis aankondigt, krijgen we gelijk de neiging om alles vast te kitten. Dat geldt zeker voor het prijzige erfstuk van vrouwlief Blond, een klassiek porseleinen theeservies van tante R. Het kunstwerkje is ooit ergens in het Oostblok gefabriceerd. Het bestaat uit gapende theekoppen die rusten op schilferdunne schoteltjes. De fleurige theepot is het absolute pronkstuk. Daar heeft een Letse loonslavin minstens een manjaar werk aan gehad om die te kleuren. 

Het is zo'n setje dat op stoffige schappen wereldoorlogen en huwelijksconflicten breukloos heeft overleefd. In de handen van S. kun je het afschrijven. Daarom serveren we zijn vloeibare versnaperingen in solide stenen bekers, waar je ook met gemak een neushoorn mee kunt stenigen. Ooit liet hij zo'n beker uit zijn fikken vallen. Het gevaarte vloog dwars door de glazen plaat van onze salontafel.

"De hele kamer is zijn bühne. Als een blij ei vliegt hij van de ene naar de andere kant van het vertrek."

S. is een intelligente man die heel geestig uit de hoek kan komen. Dat is overigens ook de plek waar we hem graag parkeren: de hoek. Liefst in een dwangbuis, die met een stalen ketting aan de muur vastzit. Maar dat vinden we iets te ver gaan.

Hij is rusteloos van inborst en kan opeens de keuken in hollen om er even later weer met een steelpannetje op zijn hoofd uit te rennen. In zijn hand heeft hij een houten pollepel. Het is tijd voor zijn brave soldaat Schwejk-imitatie, de halfidiote romanfiguur uit het boek van de Tsjechische schrijver Jaroslav Hasek. Het is een vast ritueel tijdens feestjes.

De hele kamer is zijn bühne. Als een blij ei vliegt hij van de ene naar de andere kant van het vertrek. Hij trapt daarbij op tenen, struikelt over stoelen en trekt een spoor van vernieling. Hem afremmen heeft geen zin, want hij heeft zelf de grootste lol. Via reddende snoekduiken beschermt Blond het porseleinen erfgoed. Ze houdt hem weg van de houten wandtafel waarop het flinterdunne servies staat te pronken.

Langs de benen van onze bejaarde buurvrouw zie ik opeens rode bessenjenever druipen. S. heeft in het voorbijgaan haar glas verbrijzeld. Blond bevrijdt haar van het glazen voetje in haar hand. "Je kunt het ook gewoon zeggen hoor, als je geen sterke drank meer wilt!" buldert S. in haar oor. The show must go on.

"In zijn handen is een pollepel een levensgevaarlijk wapen. Iedereen houdt de adem in."

Ik ben het fenomeen brekebeen eens gaan googelen en stuitte op een onderzoek dat wetenschappers van de universiteit van Delaware in Amerika een tijdje geleden hebben gepubliceerd. Het gedrag van tachtig motorisch gestoorden werd vergeleken met dat van tachtig behendige boenders.

Wat bleek? De klunzige stakkers kunnen er niets aan doen. In de communicatie tussen brein en lichaam gaat er bij hen wat mis.  Boodschappen van de hersenen worden niet nauwkeurig doorgegeven aan de spieren en die trekken dan een eigen plan, met alle gevolgen van dien.

S. is met ritme in zijn lijf geboren. Trommelen is zijn lust en zijn leven. Een onderdeel van zijn act bestaat uit een drumsolo. Maar in zijn handen is een pollepel een levensgevaarlijk wapen. Iedereen houdt de adem in. Daar komt-ie: de doffe klap op tantes theepot. Het wonder geschiedt, de pot blijft heel. Een zucht van verlichting gaat door de kamer.

Pas dan knalt S. een oor van een theekop af. Het werkt bijna bevrijdend. Hij staat erbij als een beteuterde peuter van een meter zevenennegentig. En dan zegt Blond lief: "Geeft niet, joh, ik heb het nooit mooi gevonden."