Jaap van Deurzen

Tranentrekkende Portugese blues

05 mei 2019 06:05

Ik kom net terug uit Portugal, mijn favoriete vakantieland, en moet denken aan 19 juni 2004. We zijn in de Portugese stad Aveiro. Het Nederlands elftal speelt tegen Tsjechië tijdens het Europees kampioenschap voetbal. Het futuristisch uitziende stadion is geschilderd in zachte zuurstokkleuren.

De zon straalt, iedereen loopt te zweten.  De oranjefans compenseren het ondraaglijke vochtverlies met grote glazen bier. De Portugezen staren met bolle ogen naar in groteske gewaden geklede indianen, mannelijke boerinnen en halfblote kaasmeisjes met oranje geverfde vlechtjes. Het lijkt alsof alle open inrichtingen in ons land hun patiënten naar het zuiden hebben gestuurd.

"Hoewel ik geen woord van de tekst versta, rollen de tranen binnen twee tellen over mijn wangen."

Cameraman Hans van der Klaauw en ik zijn er om de sfeer te verslaan. Maar je kunt niet in elke speelstad een reportage maken over het gelal en gebral van oranjesupporters. Dus stappen we een platenzaak in voor een vleugje lokale cultuur.

Ik sta direct als aan de grond genageld. Uit de luidsprekers schalt de kraakheldere stem van fadozangeres Katia Guerreiro. Hoewel ik geen woord van de tekst versta, rollen de tranen binnen twee tellen over mijn wangen. Ik ben tot in mijn ziel geraakt door de fado, de 'Portugese blues'.

Het woord fado (spreek uit: fadoe) stamt waarschijnlijk van het woord 'fatum', dat je het best kunt vertalen als 'noodlot'. De stroming is rond 1830 ontstaan in de hoerenbuurten van steden als Lissabon en Coimbra. Het Portugese levenslied werd gezongen door pooiers, prostituees en zeelieden. De liederen werden begeleid door een twaalfsnarige Portugese gitaar, een normale gitaar (viola) en een bas.

"De taxichauffeur zet ons af aan de rand van de wijk, een wirwar van honderden smalle straatjes op een heuvel. Verder rijden durft hij niet."

Ik ben gelijk verkocht, net als vrouwlief Blond, die ik op deze reis heb meegesmokkeld. (Onze liefde was nog pril. Ik had haar toen een druipende wildernis in kunnen lokken, zo groot was het vertrouwen in mij. Tegenwoordig krijg ik haar niet eens een volle Hema in.) 

Op een avond neem ik haar mee naar de beruchte drugswijk Cova da Moura in Lissabon. De taxichauffeur zet ons af aan de rand van de wijk, een wirwar van honderden smalle straatjes op een heuvel. Verder rijden durft hij niet. Blond hupt onvervaard de taxi uit. Haar hakken klakken op de eeuwenoude straattegels van de favela.

We zijn op weg naar een beroemde fadoclub. Aan de gevel van de nachtclub brandt een rood lichtje. Als men had gezegd dat er binnen wilde seks met zwarte slavinnen te koop is, had ik het geloofd. We stappen de met rood velours beklede hal in en horen de muziek. Als 'boertjes van buten' willen we gelijk het lokaal inlopen. Mispoes! Een gigantische reus slaat zijn arm uit als een solide grenspaal en houdt ons tegen. Een fadista verstoor je niet midden in een lied. 

"Kippenvel. Niemand ademt. Op het roeren van een theelepeltje staat de doodstraf."

Als we binnen zijn, stapt een stokoude man het podium op. Hij heeft korte o-beentjes. De eerste aanslag van de Portugese gitaar klinkt, een prelude en een waarschuwing tegelijk: bek houden nu! Hier is kunst op komst.

De grijze gnoom haalt adem en begint te huilen. Tenminste, zo klinkt het. Het lijkt alsof zijn stembanden in een pvc-pijp liggen die is gevuld met grof grind. Zijn gemoffelde schreeuw komt uit zijn ziel.

Kippenvel. Niemand ademt. Op het roeren van een theelepeltje staat de doodstraf. Ik voel zijn pijn, verlangen en verdriet in één lied. Ik wil het manneke in mijn armen sluiten. Dit is andere koek dan "In een discotheek, zat ik van de week, en ik voelde mij daar zo alleen", van André Hazes. Ook briljant, maar ik voel zijn pijn niet. Hazes was dol op fado, de muziek die ooit door vertaler Dolf Spoor als 'weemoedslijden' is omschreven.

Nederland zou later overigens genadeloos het voetbaltoernooi worden uitgeknikkerd. Het was heel erg triest, 'mais é mais triste'.