Jaap van Deurzen

De sauna, schouwplaats van menselijk verval

28 april 2019 06:21

Lange leve de Finnen, geef ze een Nobelprijs. De onverstaanbare noorderlingen lijden aan een spraakgebrek, maar hebben wel de sauna uitgevonden. "Ik ga weer lekker kokie doen", roep ik monter tegen vrouwlief Blond als ik naar mijn favoriete zweethok ga. "Mij niet gezien", zegt Blond. Ze ziet er geen heil in om zo'n kunstmatige koorts op te wekken en vervolgens met een kop zo rood als een kroot in haar blootje door de sauna te gaan banjeren.

Die keer dat ze wél meeging, werd ze gelijk aangesproken door een griezel die nog wel een 'stil plekje' kende. Of ze zin had om zich even met hem terug te trekken? En niet om te pimpampetten. Ik lag twee meter verderop drie liter vocht uit te zweten. Blond vertelde het pas later. Dat was slim, anders had ik van het ijskoude dompelbad gebruik moeten maken.

"Sauna's zijn geen sexy plekken, maar schitterende schouwplaatsen van menselijk verval."

Natuurlijk was het een incident. Sauna's zijn over het algemeen geen sexy plekken. Sterker nog, het zijn schitterende schouwplaatsen van menselijk verval. Het naakte lijf is niet mooi. Zo leutert Linda in een vrouwenblad dat ze 99 van de 100 lichamen niet prettig vindt om naar te kijken. Ik geef haar volkomen gelijk. Je zou er de zin in pimpampetten voor eeuwig door kunnen verliezen.

Zo'n relatief luxe sauna functioneert overdag vaak als een hangplek voor financieel onafhankelijke ouderen. Die leren elkaar op een gegeven moment ook goed kennen. Je kunt dan conversaties optekenen als:

"Zo, ik ga ervantussen, ik ga lekker eten: worstje, gebakken aardappeltjes en worteltjes."

"Zo'n winterpeen?" vraagt een poedelnaakte tante Pollewop nieuwsgierig. Haar bolle boezem rust gezapig op haar dijen.

"Nee, bospeen!"

"Wat?"

"Gewoon bospeen, peen aan een bos! Dat ken je toch wel?" gilt Gert, want Pollewop is hardhorend.

"Onlangs ontmoette ik Lisa, een medisch wonder van een jaar of 50 met een schitterende uitstraling."

Gert is zelf ongeveer 103 en zou allang schijndood moeten zijn, maar hij hopt lenig van de saunabank af, geeft haar een kus en roept: "Dag schét! Tot volgende week!"

"Ik houd niet van peentjes," pruilt ze hoofdschuddend.

Enter: Theo, hij is 80 en stokdoof. Hij hoort alleen zichzelf praten. Wij ook. Het vaste epos over zijn openhartoperatie duurt een zandloper. Iedereen neemt hem voor lief en weet dat hij straks ligt te snurken in de rustruimte. Exit Theo.

Onlangs ontmoette ik 'lieve Lisa', een medisch wonder van een jaar of 50 met een schitterende uitstraling. Lisa was een soort Marijke Helwegen, met dat verschil dat haar operaties waren verricht door een linkshandige lasser met groene staar.

Toen ik haar lichaam zag, dacht ik dat ze was overreden door een trein. Haar lijf was bezaaid met littekens en leek op een menselijke variant van Google Maps. Eén van haar borsten was afgezet. Over haar maag liep een ritssluiting van een kleine 30 centimeter.

" Uitgebreid bespraken we het wereldnieuws en roddelden we over andere bezoekers."

Ik kon mijn ogen niet van haar afhouden. Op een gegeven moment vroeg ik wat er was gebeurd.  Je zit in het vragenvak of niet. Het antwoord was: "K."

"O", antwoordde ik uit het veld geslagen. "Wat goed dat je hier dan in je nakie gaat zitten, waar iedereen je aan zit te staren. Hoe hou je boel mentaal bij elkaar?"

"Hoofdzakelijk met chirurgisch garen", zei ze en ze begon te schaterlachen. Haar bezwete borst soleerde op en neer. Ook ik gilde het uit. "Ik geef het nooit op, joh", zei ze strijdvaardig.

Ik sloot de vrouw gelijk in mijn hart. Wat een levenslust. Haar littekens verdwenen met elk gezamenlijk rondje sauna. Uitgebreid bespraken we het wereldnieuws en roddelden we over andere bezoekers. Een prachtmens.

"Mijn man serveert vanavond tonijn met witlof", zei ze bij wijze van grap, de laatste keer dat ik haar zag. Lisa verloor vorige week alsnog van K.