Jaap van Deurzen

Een aswolkje op de wind

07 april 2019 06:00

De geest is uit de urn. Ssst, niemand vertellen! Mijn ma is terug op Katendrecht, in Rotterdam. In deze oude, opgepimpte hoerenbuurt was ze geboren en getogen. Haar as zit in een kale, kartonnen koker van een kilo of twee. Je kunt ze kopen met verschillende designs. Zo is daar modelletje 'Golfen', met een afbeelding van een strakblauwe hemel en een golfballetje in het gras.

'Tuinhuisje' is een andere, ietwat frivolere variant, waarschijnlijk bedoeld voor de overledene met groene vingers. Op de koker, ter grootte van een uit zijn krachten gegroeide rol beschuit, zien we een foto van een gieter, een paar bloempotten en een stel rubberlaarzen. Ik vraag me af wie die ontwerpen bedenkt. Dat kan geen jongensdroom zijn. Zelf houd ik hartstochtelijk van haring: ik wil model 'Maatje'.

"Ik hoor mijn ma nu schaterlachen. Een onaantrekkelijke koker zou haar ultieme wens zijn geweest."

Mijn persoonlijke favoriet uit de bestaande reeks is 'Sterrenhemel'. Ik heb een zwak voor Vincent van Gogh. "Deze mooie strooibus is bedoeld als alternatief voor de onaantrekkelijke strooibussen", staat op de site van uitvaartwinkel.nl.

Ik hoor mijn ma nu schaterlachen. Een onaantrekkelijke koker zou haar ultieme wens zijn geweest. "Doe maar normaal, dan doe je gek genoeg! Dood is dood, wat kan mij het nou schelen waar die as in zit, een Lidl-tas is ook prima! Ga alsjeblieft geen extra kosten maken. Hou dat geld in je zak en ga lekker uit eten", zou ze zeggen.

"We verspreiden de restanten van mijn ma met minuscule schepjes. Hier en daar, voor haar."

As uitstrooien zonder toestemming mag natuurlijk niet, ik weet het. Maar ik blijf nu eenmaal een rebels straatjongetje. Mijn nichtjes en ik doen het wel héél erg netjes. We verspreiden de restanten van mijn ma met minuscule schepjes. Hier en daar, voor haar. Vorige week zou ze 93 zijn geworden.

Het roemruchte Rotterdamse schiereiland Katendrecht was haar lust en haar leven, maar ook de plek waar ze het ultieme verdriet beleefde. Het wordt vaak gezegd: een moeder die haar kind verliest, voelt zich de rest van haar leven incompleet. Mijn moeder verloor zes jaar geleden haar dochter aan borstkanker. Het is nooit meer goed gekomen. Ze wachtte gelaten op het einde, waar ze dan wel weer als de dood voor was. Ze sprak een fatwa uit tegen een traditionele begrafenis. Je zou toch eens levend begraven worden. "De vlam in die kist en flink opstoken dat vuur!" was haar commando.

"Mijn moeder geeft die rollator een zwieper, stapt over Petrus heen, stiefelt naar voren en omhelst mijn zusje."

Het eerste minuscule schepje gaat in het graf van mijn lieve zusje Roos. Sssst! We doen er niemand kwaad mee. Ik probeer me het weerzien van die twee voor te stellen. Mijn moeder rollatort de hemelpoort in en geeft Petrus een gooi als ze mijn zusje ziet op wolk 3. Er is geen houden meer aan.

Tranen vloeien. De lelijke litteken-baard in haar gezicht, die mijn zusje op haar twaalfde opliep na een vreselijke brand, is verdwenen. De huid is strak en straalt een soort licht uit. De bolle rug van mijn kromgetrokken ma trekt ter plekke miraculeus recht. Ze geeft die rollator een zwieper, stapt over Petrus heen, stiefelt naar voren en omhelst mijn zusje. "Waar bleef je nou?" vraagt die gierend van het lachen. "Koppie thee? Lange vinger erbij?"

"Mijn moeder zat hier vaak aan de kade op een bankje uit te kijken over de Maas."

Terug naar de Kaap. Mijn moeder zat hier vaak aan de kade op een bankje uit te kijken over de Maas. Achter haar stond het bronzen standbeeldje van Ketelbinkie, van kunstenaar Huib Noorlander. 

We strooien een beetje as uit de koker en zien haar als een flinterdun wolkje wegwaaien op de wind. Dag ma!

Plotseling hoor ik een flard uit die befaamde smartlap Ketelbinkie:

"Die van zijn moeder aan de kade
wat schuchter lachend afscheid nam
Omdat-ie haar niet durfde zoenen,
die straatjongen uit Rotterdam..."