Susanne Uilenbroek

Bij Holleeder in de bunker

03 april 2019 05:55

Twee weken geleden mocht ik met verslaggever Rik Konijnenbelt mee naar de Holleeder-rechtszaak. Het was voor mij de eerste keer dat ik naar de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp ging. Vanaf de tramhalte was het tien minuten lopen en toen ik een verloederd bedrijventerreintje met voornamelijk autodealers opliep, begon ik eraan te twijfelen of ik wel goed zat.

"Versleten linoleum op de vloer, een systeemplafond, een lege snoepautomaat en spuuglelijke schilderijen van koeien aan de muur."

Het was dat ik aan het einde van de straat het vierkante gebouw met de dranghekken herkende, anders was ik waarschijnlijk omgedraaid. De streng beveiligde rechtbank leek in niks op een bunker. Eigenlijk zag het eruit als een doodnormaal bedrijfspand uit de jaren zeventig met erg veel camera’s aan de gevel en een hek eromheen.

Ook binnen had het gerechtsgebouw niet bepaald een statige uitstraling: versleten linoleum op de vloer, een systeemplafond, een lege snoepautomaat en spuuglelijke schilderijen van koeien aan de muur. Er waren journalisten, studenten en een stuk of 15 andere belangstellenden.

De parketpolitie deed om tien uur de deuren van de publieke tribune open en iedereen zocht snel een plekje. Toen iedereen zat, ging een hele rij elektrische rolgordijnen omhoog en keken we vanaf de publieke tribune door een glazen wand de zittingszaal in. Holleeder was alleen op zijn rug te zien. Hij had een naambordje voor zich staan. “Holleeder” stond er op.

"Net als bij sport is het leuker om naar een rechtszaak op topniveau te kijken dan naar een rechtszaak op amateurniveau."

In de pauze sprak ik de man die naast mij zat. Hij was een vaste bezoeker van de rechtszaak en vond het elke keer weer fascinerend. Hij was gepensioneerd en probeerde bij alle zittingsdagen aanwezig te zijn. "Alleen bij de uitspraak zal het wel niet lukken, want dan wordt het heel druk", zei hij met teleurstelling in zijn stem.

Ik voelde met hem mee, want een spannende zaak was het zeker. Net als bij sport is het leuker om naar een rechtszaak op topniveau te kijken dan naar een rechtszaak op amateurniveau. En bij de Holleederzaak mag je best van topniveau spreken. Zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging vechten voor wat ze waard zijn en dan is er nog een scherpe rechter als scheids. 

Hoewel we rechtszaken al sinds de tijd van het schavot op het marktplein als vermaak zien, is het dat in de kern natuurlijk niet. Willem Holleeder wordt verdacht van vijf moorden, één geval van doodslag, één poging tot moord, één poging tot doodslag en deelname aan een criminele organisatie. Het is in het belang van de rechtsorde dat hij terecht staat, een fatsoenlijk en eerlijk proces krijgt en uiteindelijk een afgewogen vonnis zal horen.

"In de reacties op onze Facebookpagina lijkt Holleeder zijn imago van knuffelcrimineel nog steeds niet helemaal kwijt te zijn."

Holleeder klaagde gisteren in zijn laatste woord over een ‘trial by media’.  Zijn zus Astrid zou samen met Peter R. de Vries een plan hebben bedacht om hem in de media zwart te maken. Door middel van de boeken van Astrid en de tv-series die daaruit voortvloeiden zou er zo’n negatief beeld van hem zijn geschetst dat hij door het grote publiek al is veroordeeld. Vraag is of Holleeder daar wel gelijk in heeft. In de reacties op onze Facebookpagina lijkt Holleeder zijn imago van knuffelcrimineel nog steeds niet helemaal kwijt te zijn en krijgt Astrid er vaak flink van langs omdat ze haar broer verraden heeft. De zaak is voor veel mensen juist interessant omdat het nog onbeslist is. 

Maar bovenal doet Holleeder met zijn klacht over een ‘trial by media’ geen recht aan het proces. Want wat het publiek er ook van vindt, wat de media ook schrijven en wat voor series RTL ook uitzendt, dat doet er helemaal niet toe. Uiteindelijk is het aan de rechters of Holleeder voor de rest van zijn leven de cel in moet. Die heeft nu drie maanden de tijd om een ongetwijfeld zeer uitgebreid vonnis te schrijven.