Jaap van Deurzen

Het tuitlullen-genootschap gaat op reis

31 maart 2019 06:00

Ik zit met zeven mannen van middelbare leeftijd in een boot, en vaar van Weesp naar Alkmaar.  We noemen elkaar afwisselend 'tuitlul', 'kansloze' of 'paardenhoef'.

Onze bagage bestaat uit twee shirts, twee onderbroeken, vijf kratten pils, drie flessen cola en twee flessen Bacardi. Er zijn vier kooien met acht bedden, gescheiden door dunne wandjes. 

's Nachts lijkt het alsof we allemaal ademhalen door een verstopte snorkel. Elk zichzelf respecterend varken zou zijn biezen pakken. Qua geluid kan geen zwijn hier tegenop. Niemand klaagt, iedereen snurkt. 

"De vrouwen moeten iets uitstralen van: ach, kijk die jochies toch eens lekker spelen."

We zijn op een doe-weekend, een jaarlijks uitje voor gezworen kameraden. De meesten kennen elkaar al veertig jaar. Ze komen uit keurige nesten en zijn allen maatschappelijk geslaagd. Ik ben een relatief nieuwe 'tuitlul' in de groep, maar zo voelt het niet. 

Kent u ze, die reclamefilmpjes met onbeholpen barbecueënde mannen van wie tijdens het bakken de ovenwanten in de fik vliegen? Die in de tuin gaan lopen ravotten als overjarige pubers? Ze worden vanaf de tuinbanken gadegeslagen door hoofdschuddende, plastic modellen, die de rol van goedlachse echtgenotes spelen, De vrouwen hebben gave gebitjes. Ze moeten iets uitstralen van: ach, kijk die jochies toch eens lekker spelen. "Straks goed jullie handjes wassen hoor jongens!"

"Het melige gedrag wordt erger als mannen in groepsverband zónder vrouwen reizen. Balorigheid is troef."

Het melige gedrag wordt erger als mannen in groepsverband zónder vrouwen reizen. Balorigheid is troef. De gitaar is mee. De bruine kroeg bij de sluis in Nieuwendam verandert in een Ierse pub. De muziek vormt plotseling het pompende hart van het buurtcafé.

Jan Wouter trilt als een trol door de kroeg en jaagt vier baco's naar binnen. André gebruikt een kruk als een bongo en slaat zijn duim aan gort. Gillen! De hele pub swingt. Maikel en Ronald zingen de songteksten mee via hun mobieltjes. 'Country Road', 'The Boxer', 'Het land van Maas en Waal'.

De jaren zeventig herleven, met blond schuimend bier en Malle Babbes aan de bar. Na zes afzakkertjes wankelen we de kooi in. Het abattoir komt tot leven. Katers loeren en pakken hun kans in de vroege ochtend. 'Paardenhoeven'. 

"Natuurlijk hebben we allemaal zo onze problemen, maar daar hebben we het niet over. We begrijpen elkaar ook zo wel."

Verder via de Zaan. Dick heeft een megafoon mee en brult op hoge toon tegen een brugwachter: "Aufmachen!" Het is één van onze vaste nummers, we doen alsof we Duitsers zijn. Kattenkwaad in het kwadraat. De man kijkt ons glazig aan vanuit zijn glazen hokje op de brug. Hij denkt aan de gestolen fiets van zijn opa, en laat ons een halfuur bij een dukdalf dobberen. "Beroepskansloze kale kano!" kermt Michel. "Scheisse!" bromt Bob.

Natuurlijk hebben we allemaal zo onze problemen, maar daar hebben we het niet over. We begrijpen elkaar ook zo wel. De gesprekken gaan nergens over. Heerlijk. Toch gebeurt er wat, iets onuitgesprokens, iets onderhuids, iets vertederend moois. Het komt in golven en is ook zo maar weer weg. Bijvoorbeeld door een opmerking als: "Gisteren nog naar Nederland-Duitsland gekeken? Wat een ellende hè?"

"In het donker veranderen we de kajuit in een luidruchtige discotheek voor kleuters."

De half-Deense filosoof Stine Jensen verwoordde het ooit heel goed: "Vrouwen hebben praatvriendschappen, mannen doe-vriendschappen. Vrouwen delen gevoelens, mannen doen samen dingen, zodat ze juist even kunnen ontsnappen aan gevoelens. Een mannenvriendschap is een vluchtheuvel om aan je huwelijk te ontsnappen, terwijl de vrouwenvriendschap een surrogaat is voor het niet-functionerende huwelijk."

Tja, gooi maar in mijn pet. Het is misschien wel psychologie van de koude grond.

We varen Alkmaar in. Iemand heeft een tasje met lichtgevende brillen van de Action meegenomen. In het donker veranderen we de kajuit in een luidruchtige discotheek voor kleuters. Muziek schalt uit de speakers. We eten pasta en gaan de binnenstad in. Op de terugweg bakt André zijn traditionele wentelteefjes.

Geradbraakt varen we Weesp weer in, de thuishaven van het tuitlullengenootschap. Volgend jaar weer!