Jaap van Deurzen

Drankgelag voor de overledene

24 maart 2019 06:43

"Ik schaam me bijna om het te zeggen, Rob, maar ik heb nog nooit zo hard gelachen na een begrafenis", app ik mijn vriend. "Was gezellig!" appt hij uitbundig terug. We hebben net zijn moeder gecremeerd. De speeches zijn prachtig en komen binnen. Tranen vloeien.

Zodra we de bumper van de lijkwagen uit beeld zien glijden, ploppen de doppen van Freddy's flessen. "Wat bier betreft hebben we helaas alleen H., wil meneer misschien iets anders drinken? Glaasje wijn?" vraagt de lieve gastvrouw. Driewerf nee, gilt meneer half in paniek. De pakketdienst van Magere Hein staat niet echt bekend als een broedplaats van excellente sommeliers. "Met deze rode wijn kun je leer looien", beaamt Blond beschaamd. Het wordt evengoed beregezellig.

"Ik heb zelden zoveel mensen zien brullen van het lachen, huilen en drinken tegelijk."

Heeft schrijver en humorist Godfried Bomans dan toch gelijk gehad toen hij schreef: "Humor is een prachtige waterlelie die wortelt in het troebele water van verdriet"? In ons geval wortelt de humor natuurlijk in Freddy H.'s schuimende brouwsel, maar vreemd is het wel. Het ene lachsalvo na het andere rolt door de aula.

Het lijkt wel een omgekeerde 'Irish wake'. In een vorig leven woonde ik in Ierland in Connemara. De avond voordat iemand zou worden begraven, werd een wake gehouden voor de overledene. Ik heb zelden zoveel mensen zien brullen van het lachen, huilen en drinken tegelijk. Totdat ze er letterlijk bij neervielen; dit alles ter ere van de gestorvene.

Zeker als het ging om een ouder iemand werd zo'n wake een onstuimig drankgelag. De dag erna spoelden de nabestaanden dan als brak wrakhout aan op de begraafplaats, om daar de oorzaak van hun kater te begraven. Het is de normaalste zaak in Ierland. Wij doen nu min of meer hetzelfde ná de plechtigheid.

"Ik heb mensen echt laveloos zien worden achteraf. Ik heb een keer iemand begraven wiens familie al half kachel binnenkwam."

"Ja, dat zie je steeds vaker", zegt onze uitvaartadviseur Kees. "Mensen hebben zo tegen een begrafenis aan zitten hikken, dat er daarna een soort ontlading komt. Het wordt dan gewoon een gezellige reünie met een biertje en een wijntje."

"Ik heb mensen echt laveloos zien worden achteraf. Ik heb een keer iemand begraven wiens familie al half kachel binnenkwam. 'Ik ben de enige die wat gaat zeggen bij het graf', zei een man toen tipsy. We liepen de begraafplaats op en die man boog over de kist en zei: 'Pa, je was één grote pleurislijer', en wankelde toen weer fluitend weg."

In de business van het onderaardse heb je vaak een stevig gestel nodig, zegt Kees. "Als het om kinderen gaat, moet ik 's avonds altijd even bijkomen. Je hoort dan bijvoorbeeld hoe het de afgelopen maanden is gegaan met de chemokuur van een kind van 7. Dat hakt erin, hoor!  Dan moet ik gelijk mijn schijf deleten."

"De mannen naast de lijkwagen kunnen zich misschien, tussen neus en lippen door, wel een geintje veroorloven."

De gezichten van de uitvaartadviseurs blijven in de aula altijd strak in de plooi. De mannen naast de lijkwagen kunnen zich misschien, tussen neus en lippen door, wel een geintje veroorloven, zoals deze gouwe ouwe: "Je kunt er ook geen peil op trekken, hè? Gisteren was het doodstil, nu is het stervensdruk!" Humor als broodnodige elixer.

Of deze: "Weet je wat het scheelt als je een Duitser begraaft met zijn mond open? Nee!? Een kuub zand! Zo’n grote muil!" zegt een bejaarde 'kraai'. Met twee handen vormt hij een gat ter grootte van een volwassen schol. Schaamteloos? Welnee, humor is overwonnen droefheid. En, let wel, er is één troost, we gaan allemaal een keer, zoals de vijand van Hein ooit dichtte:
 
En pas maar op, o lepen kraaijen,
Dat Hein je zelve niet komt maaijen,
Of je met zijn doodzeis aaijen.
En je zoo in t graf doen zwaaijen
Om nimmer hier weer rond te draaijen