Pieter Klein

Onschuldig in de 'hel van Bangkok'

12 maart 2019 05:55

Het is een klein onderzoek en een beknopt rapport. 19 pagina’s. Maar het oordeel van de Nationale ombudsman over het optreden van justitie, politie en ministerie van Justitie en Veiligheid in de affaire-Johan van Laarhoven is snoeihard. Eigenlijk zegt de ombudsman: de voormalige coffeeshophouder uit Brabant en zijn Thaise vrouw zijn er in geluisd door de Nederlandse autoriteiten, en teren uitsluitend daarom weg in een Thaise cel.

Lees dat rapport, en dan weet je wat je kan overkomen als de staat – om welke reden dan ook – jou in het vizier heeft, en onderweg op hol slaat.

Ombudsman Reinier van Zutphen formuleert het netjes. De ombudsman houdt in de gaten of onze overheid een beetje oog heeft voor 'de menselijke maat', en of overheidshandelen rekening houdt met 'het perspectief van de burger'. Of je dus behoorlijk met je eigen burgers omgaat. Of wat de overheid doet 'evenredig' is. Nou, in de zaak Van Laarhoven dus niet: politie, justitie en ministerie handelden 'onzorgvuldig' en de lezing van onze overheid noemt hij ronduit 'ongeloofwaardig'.

In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot 103 jaar cel

Weet u het nog? De drugspionier/ondernemer Johan van Laarhoven, voormalig eigenaar van softdrugs-keten The Grass Company, zit samen met zijn vrouw sinds juli 2014 in een Thaise cel. Veroordeeld wegens het 'witwassen' van drugsgeld. In Nederland legaal verdiend geld, ja, dankzij ons gedoogbeleid. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot 103 jaar cel. Inmiddels is dat in hoger beroep teruggebracht tot 75 jaar (waarvan minstens 20 jaar moet worden uitgezeten). Zijn echtgenote werd als medeplichtige veroordeeld tot 12 jaar cel.

Hoewel Nederlandse rechters tot tweemaal toe hebben geoordeeld dat de bijdrage van onze overheid aan de strafvervolging in Thailand 'niet onrechtmatig' was, is voor iedereen die deze zaak volgt al langer duidelijk dat er iets heel erg stinkt. Er wordt al lange tijd campagne gevoerd om Van Laarhoven uit zijn cel, en naar Nederland te krijgen, onder het motto: Justice for Johan.

De affaire heeft z’n oorsprong in 2011, als Justitie een tip krijgt dat er zaken niet zouden deugen bij The Grass Company. Van Laarhoven (Tilburg, 1960) is in 2008 verhuisd naar Thailand om op z’n lauweren te gaan rusten, doet rond 2011 afstand van z’n bedrijf, maar wordt er door het OM van verdacht nog steeds de spin in het web te zijn. Het OM verdenkt Van Laarhoven en z’n broer van het op grote schaal telen van en handelen in (soft-) drugs, witwassen, en deelname aan een criminele organisatie. In 2012 en 2013 zoekt Nederland contact met Thailand over mogelijkheden om beslag te leggen op z’n geld en goederen, er wordt door Nederlandse officials een hele 'powerpointpresentatie' gegeven over het strafrechtelijk onderzoek.

En dan gaat er iets heel erg mis.

Dan volgt in 2014 een officieel rechtshulpverzoek aan Bangkok. Net nadat een militaire junta is aangetreden. Justitie bereidt in het onderzoek invallen voor in Luxemburg en Spanje, en wil hetzelfde doen in Thailand. Geen arrestatie, maar onderzoek, en telefoontaps. En dan gaat er iets heel erg mis. Thailand wil niet meewerken. Politie en justitie besluiten een tandje bij te zetten, want men vreest dat er bewijs verdonkeremaand zal worden. Er wordt een curieuze afslag genomen; het begin van de 'highway to hell'.

Politie en OM besluiten – na afstemming met het ministerie – om Bangkok in een brief te opperen om zélf een Thais strafrechtelijk onderzoek te starten. Die brief gaat niet alleen over witwassen, maar noemt óók de vermeende drugsdelicten in Nederland én suggereert de inzet van alle mogelijke middelen naar Thais recht. En passant wordt de vrouw van Van Laarhoven in de brief niet genoemd als getuige (zoals ze was aangemerkt), maar als verdachte. Dat de Nederlandse autoriteiten wísten dat dit zeer ernstige gevolgen kon hebben was ook duidelijk; eerder was al benoemd dat Thailand de doodstraf voor drugscriminaliteit kent.

De brief zet een keten van noodlottige gebeurtenissen in gang. De Thai gaan zelf onderzoek doen, zelf vervolgen, en officiële verklaringen van Nederlandse officials worden ingebracht als bewijs. Dat zal uiteindelijk leiden tot de langjarige veroordelingen. En dus was dit overheidshandelen niet proportioneel, concludeert de ombudsman nu.

De overheid verkeert nog steeds in een staat van ontkenning.

De overheid verkeert nog steeds in een staat van ontkenning. Met diezelfde houding werd een kritisch parlement bepaald niet ruimhartig geïnformeerd. Onwelgevallige feiten werden weggemoffeld, gebagatelliseerd, stukken achtergehouden. Lees de lange reeks antwoorden op Kamervragen maar na. Het ministerie van Justitie en Veiligheid probeerde het onderzoek van de Nationale ombudsman te torpederen, omdat er nog een strafrechtelijk onderzoek liep. Van Zutphen beet door, omdat begin vorig jaar bleek dat er 'geen reëel zicht was' op een Nederlandse vervolging – ruim 7 jaar na de eerste tip.

De overheid is een slechte verliezer. In de schriftelijke reactie op het rapport van de ombudsman zegt de hoogste ambtenaar van het ministerie dat het belang van opsporing en vervolging van 'ernstige strafbare feiten' niet lijkt te worden 'meegewogen in de oordeelsvorming' van de ombudsman. Ook minister Grapperhaus toont nog weinig zelfreflectie. Men moet het verder 'bestuderen'.

Soms hoop ik dat de overheid lessen trekt. Dat men zelf schoon schip maakt, dat fouten ruiterlijk worden erkend. Zeker het ministerie dat moet waken over onze rechtstaat. Als de menselijke maat belangrijk is, het 'perspectief van de burger' – handel daar dan naar. Hoe ingewikkeld kan het zijn?