Olaf Koens

Naar school met een vliegtuig

04 maart 2019 06:00

De bus maakt een bocht bij het Dolmabahçepaleis. Mijn dochter tekent met haar wijsvinger dieren op de wasem aan de binnenkant van de ramen. Door de vleugels van een vlinder kijken we naar buiten.

"Pappa? Toen jij klein was, ging jij toen naar een Turkse of naar een Russische school?" vraagt ze. 

"Ik heb mijn hele jeugd nooit gevlogen. Daar was geen geld voor."

Het is moeilijk mijn dochter uit te leggen wat normaal is en wat niet. Ze is vier jaar oud. In die paar jaar woonde ze in drie verschillende landen. Ze houdt van vliegen. Ik heb mijn hele jeugd nooit gevlogen. Daar was geen geld voor. Ik moet uitleggen dat het Nederlands niet alleen een taal is die wordt gesproken door haar vader, door Nijntje en door een paar gekke ongeschoren vrienden van pappa. Ik moet uitleggen dat we niet naar het Dolmabahçepaleis kunnen verhuizen, hoewel je daar inderdaad heel goed op een step rondjes kunt rijden.

"Ik ging naar een Nederlandse school", zeg ik. Dat op die school Fries werd gesproken, laat ik maar achterwege. Het was een kleine school, in een dorpje aan de rand van de Waddenzee. Wij woonden twee dorpen verderop.

"Als het regende, bracht mijn moeder mij soms achter op een brommer naar school."

Ik wil vertellen dat ik naar school moest fietsen. En dat mijn moeder mij soms achter op een brommer naar school bracht. Als het regende, als de harde wind met zware slagen over de dijken sloeg.

"We woonden toen in een klein dorpje", zeg ik.

"Kleiner dan Istanbul?" vraagt mijn dochter.

"Ja. Heel klein", zeg ik. 

"Kleiner dan Moskou?"

"Nog kleiner."

"Heel klein?"

"Met maar heel weinig mensen", zeg ik.

"Zoveel mensen als in de bus?" vraagt ze. 

"Soms spoelde op het wad een zeecontainer aan als teken van leven uit de grote wereld."

Ik kijk om me heen. De bus zit vol. De meeste mensen staan. In het dorp van mijn Friese jeugd woonden minder mensen dan er in deze bus staan. Ik twijfel of ik dat kan uitleggen. "Nog minder", zeg ik maar. Mijn dochter is tevreden met het antwoord en tekent weer dieren op het raam van de bus. 

In mijn jeugd waren er geen paleizen, geen vliegtuigen. Soms spoelde op het wad een zeecontainer aan als teken van leven uit de grote wereld. Met een storm losgeslagen van de grote vaart, zo ons kleine dorp in. Er waren eens duizenden sportschoenen. Er waren plastic soldaatjes die je omhoog kon gooien, dan kwamen ze met een kleine parachute naar beneden dwarrelen. Ik heb er maanden mee gespeeld. 

"Een keer kwam een hond achter ons aan. Ik zie mijn moeder nog voorover leunen, het gas zo ver mogelijk open."

Ook de brommerritten kan ik me goed herinneren. Door de weilanden, langs de boerenerven waar de waakhonden blaften naar de brommer. Een keer kwam een hond achter ons aan. Ik zie mijn moeder nog voorover leunen, tegen de wind in, het gas zo ver mogelijk open. De kaken van de hond achter me.

"Hoe denk je dat ik vroeger naar school ging?" vraag ik mijn dochter.

Ze denkt er lang over na. 

"Met het vliegtuig?"

Olaf Koens (1985) is correspondent voor RTL Nieuws in het Midden-Oosten. Na zijn studie filosofie ging hij in 2007 als correspondent aan de slag in Moskou om verslag te doen over Rusland en de voormalige Sovjet-Unie. In 2014 is hij door Villamedia uitgeroepen tot Journalist van het Jaar. Koens heeft ook boeken geschreven: 'Koorddansen in de Kaukasus' en 'Oorlog en Kermis'.