Jos Heymans

Van fraudeur tot pooier, het taalgebruik in de Kamer

09 februari 2019 06:00

Politiek columnist Jos Heymans over wat hem opvalt in de Haagse en Europese politiek.

Het was weer eens raak deze week in de Kamer. PVV’er Machiel de Graaf werd door DENK-Kamerlid Selçuk Öztürk tot het uiterste getergd en verloor zijn zelfbeheersing. “Ik zal je najagen; dan ben je van mij!”, beet De Graaf het Nederlands-Turkse Kamerlid toe. Om even later zijn spijt te betuigen omdat hij zich had laten gaan.

Öztürk had het er wel naar gemaakt. De afgevaardigde van DENK vond dat De Graaf tijdens het debat over bijstandsfraude teveel sprak over Turken en Marokkanen maar geen woord wijdde aan frauderende Nederlanders. Hij verweet De Graaf dat die zelf wegens fraude in opspraak was geraakt. De PVV’er beet hem toe met bewijzen te komen, onweerlegbare bewijzen, maar die had Öztürk niet.

Ik heb internet afgezocht, op zoek naar het verhaal dat De Graaf wegens fraude in opspraak is geraakt. Niet te vinden. Er is één verhaal dat De Graaf toen hij drie functies tegelijk vervulde (Haagse gemeenteraad, PVV-voorzitter in de Eerste Kamer en medewerker van de fractie in de Tweede Kamer) als medewerker bijna nooit op zijn werk verscheen. Maar hij is niet ontslagen en het woord fraude komt in het stuk niet voor.

De Graaf kon het nog opbrengen zijn excuses aan te bieden, maar daar was bij Öztürk geen sprake van.

Het is nogal wat, zo’n beschuldiging, en daarom was het verbijsterend te zien hoe lauw Kamervoorzitter Arib reageerde op het incident. De onbewezen beschuldiging van Öztürk richting De Graaf noemde Arib 'echt heel naar' en ze adviseerde het DENK-lid om aangifte te doen als hij bewijzen heeft. Daar bleef het bij. Arib heeft weliswaar beperkte middelen om op te treden, maar ze kan een Kamerlid het woord ontnemen en uitsluiten van het debat als het Kamerlid blijft weigeren het taalgebruik te kuisen. Ze deed niets.

De Graaf kon het nog opbrengen zijn excuses aan te bieden, maar daar was bij Öztürk geen sprake van. Die noemde en passant PVV’er Dion Graus, niet aanwezig bij het debat, een pooier. Arib liet het gaan. SP’er Jasper van Dijk las Öztürk wel de les: "De heer Öztürk neemt helemaal niets terug. Hij is hier gekomen met verdachtmakingen zonder bronvermeldingen, puur en alleen om de zaak op te spelen en daar een mooi filmpje van te maken op Facebook. Ik vind dat laag, een lage manier van debatteren."

Dat had Arib, in haar eigen woorden, ook kunnen zeggen. De Kamervoorzitter had steviger kunnen reageren. In september vorig jaar kapittelde zij de Kamer, na klachten van televisiekijkers. Die ergerden zich aan het grove en harde taalgebruik van Kamerleden. Arib las de Kamer de les: het debat mag fel zijn en op het scherpst van de snede worden gevoerd, maar persoonlijk worden heeft geen zin. Respect moet voorop staan. Het werkte slechts één dag.

Teksten als 'even dimmen' en 'doe even normaal man' zijn weliswaar niet fraai, maar geen belediging.

In het verleden werden misschien wel ergere dingen gezegd. In 1846 daagde het Kamerlid Van Isselt de minister van Justitie zelfs uit tot een duel omdat die hem beledigd had. Beide politici kozen een secondant, maar tot een duel is het nooit gekomen. Ook is het nog steeds wettelijk verboden om een bevriend staatshoofd te beledigen (binnenkort behandelt de Eerste Kamer de afschaffing). 'Johnson moordenaar' werd daarom 'Johnson molenaar' om een gevangenisstraf van maximaal twee jaar te ontlopen.

Teksten uit de laatste decennia als 'even dimmen' (Jan Marijnissen tegen de Kamervoorzitter), en 'doe even normaal man' (Geert Wilders tegen Mark Rutte) zijn weliswaar niet fraai, maar geen belediging. Dat is nu anders. Het is onmiskenbaar dat de verwijten steeds persoonlijker en harder worden. Geert Wilders suggereerde vorig najaar dat Alexander Pechtold het te druk had in Meppel, verwijzend naar de ex-vriendin van de D66-leider. En nu worden Kamerleden door collega’s weggezet als pooier en fraudeur. Arib, waar blijf je?