Pieter Klein

Angstige vragen bij een sluipende crisis

29 januari 2019 06:13

Bekruipt jou de vrees ook wel eens? De gedachte dat je kinderen het minder goed zullen hebben dan jij? Dat ze minder makkelijk hun plaats veroveren, dat er meer schaarste zal komen en minder zekerheden zijn? Dat ergens onderweg, de afgelopen jaren, een fundamenteel vooruitgangsgeloof is gesneuveld, vanzelfsprekendheden zijn geërodeerd en verworvenheden op de tocht kwamen te staan?

"Maar wat nou als het allemaal minder wordt?"

Ik heb altijd geloofd in ontplooiing, van individuele vrijheden en verantwoordelijkheden die daar tegenover staan. Maar wat nou als het allemaal minder wordt? Minder vangnet. Minder publieke voorzieningen. Minder overheid om je te helpen om weer op te staan. Minder welvaart. Geen antwoorden op de grote vragen van deze tijd: (inkomens-) ongelijkheid, klimaat, migratie. Of, dichter bij huis: een baan. Een woning. Een pensioen. En ondertussen steeds minder dat gevoel dat we het samen doen, gegijzeld door verdeeldheid, vervreemding en onmacht.

Ik las de oproep ‘Groter denken, kleiner doen’, het recente boekje van Herman Tjeenk Willink, minister van Staat, en oud-vice-voorzitter van de Raad van State.

Hij is bezorgd over de politiek-maatschappelijke tegenstellingen, het verdwijnen van samenhang, het ontbreken van antwoorden die uitstijgen boven een regeerakkoord voor één periode. Tjeenk Willink signaleert een ‘sluipende crisis’ en een ‘betonrot’  die de democratische rechtsstaat langzaam aantast. Het leidt bij hem tot ‘angstige’ vragen of het tij gekeerd kan worden. Herkenbaar?

De analyse van Tjeenk Willink is in essentie simpel. De verzuilde samenleving die Nederland was werkte goed: zuilen werkten samen, en binnen die zuilen werden mensen gehoord. Na de ontzuiling is verzuimd daarvoor iets in de plaats te stellen. Sociale verbanden werden losser, we kregen een praktisch, gedepolitiseerd bestuur, gefixeerd op geld, begroting op orde, maar zonder samenhangend verhaal over waar we eigenlijk naar toe gaan – een vorm van verwaarlozing.

"Overal moest marktwerking zorgen dat het goed kwam: de managers en consultants namen het bestuur over"

Er is jarenlang bezuinigd, geprivatiseerd, publieke taken werden afgestoten. De postbode verdween, de bibliotheek, God liet z’n gezicht niet meer zien in Jorwerd, politiebureaus sloten, overal moest marktwerking zorgen dat het goed kwam: de managers en consultants namen het bestuur over. En keer op keer bleek dat uitvoeringsorganisaties en overheidsdiensten niet berekend waren op hun taak. Of het nou gaat om toezicht, ICT-projecten, de Nationale Politie, de Belastingdienst, grote infrastructuur, of de rechtspraak: het piept en het knarst. Een overheid die z’n burgers in de steek laat.

Tegelijk voelden die burgers de effecten van de financiële- en bankencrises. Die zijn we weer te boven gekomen, en we schijnen weer redelijk optimistisch te zijn, maar de moderne burger heeft een ijzersterk geheugen. Die burger is ook niet vergeten dat de Europese Unie na de val van de Muur Europa verzuimde te benoemen dat het vrij verkeer van personen na de uitbreiding van de Unie ook negatieve gevolgen zou hebben. Er werd weggekeken, ontkend, terwijl de effecten overal voelbaar waren: verdringing op de arbeidsmarkt, loonconcurrentie, moderne slavernij, overlast, geen bewaking van de buitengrenzen – het zou een van de drijvende factoren achter ‘Brexit’ worden.

"Naar wie moet je luisteren? Naar de Gele Hesjes, in Frankrijk, of Nederland? Naar de klimaattafels? Naar wat de zwijgende meerderheid vindt?"

Het boekje van Tjeenk Willink is een oproep aan burgers en professionals om zich te bemoeien met het politieke debat, zich te laten horen. ‘Maatschappelijke democratie’ noemt hij dat. Of: ‘citoyenneté’, republikeins burgerschap. Ik ben er wat somber over. Naar wie moet je luisteren? Naar de Gele Hesjes, in Frankrijk, of Nederland? Naar de klimaattafels? Naar wat de zwijgende meerderheid vindt? (En wat vindt die eigenlijk?). Naar de 30 schrijvers en intellectuelen die vrijdag in The Guardian een hartstochtelijk pleidooi hielden vóór Europa en de Europese Unie?

Of juist naar de flanken, die zich op social media luidruchtig roeren- tegen Europa, tegen ‘fake news-media’, tegen klimaatplannen? Iedereen gevangen in het algoritme van z’n eigen gelijk.

Het is interessant als iedereen zich roert, maar ligt de sleutel niet veel meer als wij, de burgers, meer zeggenschap krijgen over politieke keuzes en over hoe onze samenleving wordt ingericht? Ik ben benieuwd met hoeveel voortvarendheid de voorstellen van de commissie-Remkes worden opgepakt.

Laat maar komen, die democratische vernieuwing, het hele scala: een correctief, bindend referendum. De gekozen formateur. Meer macht voor burgers. Meer macht ook voor het parlement, om de controle op de macht beter te kunnen uitoefenen. Maar ik vrees de sentimenten bij onze politieke elites, verwijzingen naar Brexit, verwijzingen naar het Oekraïne-referendum.

"Zelfs Mark Rutte is tegenwoordig pro-EU, sneerde ik laatst naar een goed ingevoerde VVD’er"

Als we daar een ding van moeten leren, dan is het dat het tijd wordt dat onze politici de bangigheid achter zich laten. Dat ze zeggen waar het op staat, bijvoorbeeld als het gaat om Europa, en de Europese Unie. Jarenlang hebben veel partijen mismoedig gedaan over Europa en niet gezegd waar het op stond. Tjeenk Willink: "Een renationalisatie van de politiek, een terugtrekken op eigen erf, zal niet werken. Die levert onze democratische rechtsorde uit aan krachten die zich niets van grenzen aantrekken.” (Lees: globalisering, financiële markten, misdaad etc). En: "De keuze is: meedoen aan de nationale grensoverschrijdende samenwerking en daarmee (bescheiden) invloed uitoefenen, of de eigen autonomie bewaken en daardoor steeds vaker overgeleverd raken aan wat andere, meer invloedrijke staten eenzijdig of gezamenlijk beslissen."

Politieke partijen zijn jarenlang te laf geweest om dit hardop te zeggen: bang voor het volk, bang voor de kiezer. Nu we her en der nationalisme zien, handelsoorlogen, veranderende economische verhoudingen op wereldschaal, zien sommigen het licht. Zelfs Mark Rutte is tegenwoordig pro-EU, sneerde ik laatst naar een goed ingevoerde VVD’er. “Ja, we zijn tegenwoordig voor Europa,” riposteerde hij. ‘We?’, vroeg ik pesterig? Ja, zolang Rutte er zit – niet nogmaals die tweespalt tussen premier en Tweede Kamerfractie, zoals destijds bij de hulp aan Griekenland. Ergo: de VVD heeft de pro-Europa-koers nog niet echt verinnerlijkt.

"Dit is wel wat er nodig is: politici die heldere keuzes over het algemeen belang voorleggen, ook als ze impopulair zijn."

Dit is wel wat er nodig is: politici die heldere keuzes over het algemeen belang voorleggen, ook als ze impopulair zijn. Over Europa, het klimaat, verdelingsvraagstukken. Dit vraagt om een debat dat opener en inhoudelijker is (met meer aandacht voor uitvoering van beleid) dan de feitenarme politisering waar we nu vaak getuige van zijn. Het vraagt daarna en daarnaast dat verdeeldheid wordt overbrugd. Tjeenk Willink: “Zonder bereidheid tot overleg valt dit land van politieke en religieuze minderheden uit elkaar.”

Er is een hoger algemeen belang dat met overleg wordt gediend, ook als we het met de uitkomst niet altijd eens zijn. Overleg vooronderstelt: luisteren, concessies doen, landsbelang voor partijbelang, compromis voor politiek gewin.

Laten we met deze blik de komende weken eens kijken naar de rol van onze leidende politici en ze op die wil en dit vermogen beoordelen - in de kinderpardon-crisette, het klimaatgedoe, in wat komen gaat voor en ná de verkiezingen.

Als het landsbestuur in het gedrang komt.