Pieter Klein

Laten we in 2019 wat meer liefde zaaien

01 januari 2019 09:24

Nieuw jaar. Nieuwe dag. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Iedere dag opnieuw. Kijken en leven alsof het de eerste keer is. Vrij van ballast, patronen, de verzonnen, vertekenende geschiedenissen die we geheugen of ervaringen noemen. Weten dat iedere eerste keer ook de laatste keer is. De laatste eerste dag: dinsdag 1 januari 2019. Je leeft deze dag maar éen keer; het is je laatste eerste dag van dit jaar.

Hoe zou je vandaag leven als het je laatste dag was? Hoe zou je kijken, voelen, doen? Zou je naar de klok kijken, naar hoe de dag verstrijkt? Zou je je energie steken in wat echt belangrijk is? En waarom heb je verzuimd dit eerder te doen?

"Als je maar één leven hebt, één kans, wat voor zin heeft dat leven dan?"

Een gevoel van weemoed overviel me, bij het naderen van de laatste dag van het oude jaar. Als je alles maar één keer hebt, wat heb je dan? Ik overpeinsde het motto uit ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ van Milan Kundera: ‘Einmal is keinmal’. Eén keer telt niet.

Als je maar één leven hebt, één kans, wat voor zin heeft dat leven dan? Of ligt in die tragiek van mens zijn juist - of tegelijk - de zin én schoonheid besloten? Gaf ik m’n kinderen met kerst daarom die fraaie bundel 'Pessimisme kun je leren', die Özcan Akyol samenstelde uit de gedichten van Lévi Weemoedt?

"Ik heb net de eerste keren zonder mama gehad; kerst, oud en nieuw, haar eerste verjaardag zonder haar aanwezigheid."

Vergeef me de melancholie: ik ga het nieuwe jaar in als 'motherless child', als moederloze zoon. Ik heb net de eerste keren zonder mama gehad: kerst, oud en nieuw, haar eerste verjaardag zonder haar aanwezigheid, al die andere eerste dagen zonder haar nabijheid. Ik had me voorgenomen geen waarde te hechten aan al die eerste keren.

Omdat we in het laatste jaar zo dicht bij elkaar waren gekomen, omdat alles goed was, en ik zelfs opluchting voelde toen ze vredig insliep. Maar die eerste keren doen toch iets met je, ze woekeren, overvallen je. Zoals die eerste keer toen ik in de auto opeens luisterde naar dat hartverscheurende 'Mama', van Frank Boeijen.

Lees door onder foto

Alie Klein – van der Scheer Alie Klein – van der Scheer

Ik dacht dat de tranen op waren; er bleken zeeën van gemis te zijn.

Mijn moeder overleed thuis, in de eerste uren van 4 mei 2018, na een ziekbed van driekwart jaar.

Schildklierkanker. De diagnose in de zomer van 2017 was zó slecht dat we rekening moesten houden met nare scenario's en heel weinig tijd. Mama raakte haar stem bijna kwijt, kon niet meer zingen – haar vluchtheuvel naar troost voor en verzoening met de dingen waarmee we op dit Ondermaanse worstelen. We hadden al geoefend in afscheid nemen. M'n moeder lag vaker in ziekenhuizen: hart, nieren, reuma, baarmoeder. We hadden geluk gehad. Dat waren eerste keren afscheid. De laatste keer naderde.

"De wereld van mama werd snel kleiner; haar krachten namen af."

Het was het begin van een rauwe, heftige, verdrietige, kwetsbare, maar ook heel bijzondere en lieve periode. De wereld van mama werd snel kleiner; haar krachten namen af, het lichaam werd langzaam gesloopt, mentaal bleef ze sterk en alert. M’n vader, broer en zus en ik hebben haar intensief verzorgd en het was een emotionele achtbaan; steeds opnieuw dachten we dat ze ons ontglipte, maar na die zwartste dagen, bleef ze knokken. Naar de hemel en terug. Alsof de grote tovenaar mijn moeder vergeten was.

De wereld werd kleiner; misschien viel de schoonheid daarom wel nadrukkelijker op. Alsof het hart al van vroeger leed genezen was. En wij de wereld al een beetje in een hemels licht konden zien. Dit was een kunst die m’n moeder toch al verstond en ons probeerde bij te brengen - liefdevolle, zorgvuldige aandacht. Eenvoud. Oog voor detail. Goed kijken, luisteren, voelen.

"De schoonheid van een boeket, de rozen naast haar bed. Bloemenkaartjes."

Naast de zorg tijdens haar ziekte, vielen de kleine dingen op. De schoonheid van een boeket, de rozen naast haar bed. Bloemenkaartjes. Muziek waarnaar we luisterden. De laatste keer herfst, en toch nog een keer de ontluikende lente… Nog één keer asperges, buiten in de zon, met een vriendin en een glas wijn, nog één keer een BBQ. Boekjes van Toon Tellegen, die m’n moeder in die laatste dagen schaterend las. De gedichten die we deelden, van Ida Gerhardt tot Rutger Kopland, of dat verdrietige, louterende The Remorseful Day van A.E. Housman.

En dat prachtige gedicht van Esther Naomi Perquin, waarin eenvoud samenvalt met verbinding en alles ok is: 'Zon'.

"Voor vriendinnen van mij uit het verleden werd ze een soort tweede moeder."   

Mijn moeder was een sociaal-bewogen, betrokken vrouw, oprecht nieuwsgierig naar de wereld om haar heen. Actief in kerk, zang, vrouwenbond. En daarbuiten. Geëngageerd. Ze kwam het best tot haar recht onder vier ogen. Voor vriendinnen van mij uit het verleden werd ze een soort tweede moeder. Haar vriendinnen beschouwden haar vaak als kameraad door dik en dun. Je beste vriend, iemand die je kon vertrouwen.

Ze was geen heilige. Mijn moeder had – diplomatiek gezegd - een neiging tot en gave voor regie en controle. Voor iemand zoals ik, die naar verluidt als eerste woorden sprak ' 'ikke zelf', was dat niet altijd eenvoudig – ik ben sowieso radicaal en rebels m’n eigen weg gegaan. Goddank had ik jaren eerder mijn ouders al uitdrukkelijk bedankt voor alles wat ze voor me hadden gedaan en een diepe buiging voor ze gemaakt. Ik had m’n moeder al gezegd dat alles ok was, en dat voor zover er iets was, dat dat in mij zat – mijn demonen. Ik ben op tijd thuisgekomen.

"Geen razende, verzengende, gekmakende, geile of egoïstische liefde, maar een waarachtige, onbaatzuchtige liefde." 

Ik denk dat mijn moeder dit exact aanvoelde, toen zij me samen met mijn vader op mijn 50ste verjaardag – tweeëneenhalf jaar geleden- een kunstwerk gaf. Een cirkel met twee mensen. Een beeld dat verbinding en liefde uitdrukt. Geen razende, verzengende, gekmakende, geile of egoïstische liefde, maar een waarachtige, onbaatzuchtige liefde – een van veiligheid, respect – je geborgen weten. M'n moeder koos er toen een tekst bij, in het Duits: "Wo mann Liebe aussäht, da wächst Freude empor." Later kwam ik erachter dat het eigenlijk van Shakespeare is, maar de Duitse variant klinkt romantischer, mysterieuzer. Bijna religieus.

Je kunt geloof verliezen (zoals ik), of hoop, maar wie liefde geeft, zaait iets moois. Vandaar uiteindelijk het motto tijdens de kerkdienst, en op het graf van mijn moeder: ,,Wie liefde uitstraalt, wakkert vreugde aan.” De dag van het afscheid was een prachtige dag. M’n broer speelde 'Als de liefde maar blijft winnen’ van Daniël Lohues'.

Met vrouwen uit de familie zongen we 'Make you feel my love'.

Een oceaan van rozen, bloemen; een eerbetoon aan het leven, een leven, en de liefde.

"Wie liefde zaait, geeft, uitstraalt, doet iets wat ons eerste, enige en laatste leven echt betekenis geeft." 

Ik dacht deze eerste jaarwisseling zonder mijn moeder veel aan die woorden: wie liefde uitstraalt, wakkert vreugde aan. Ik dacht: ik wil mama gedenken. Ik wil de woorden die ze voor mij koos, en die we uiteindelijk voor haar kozen, benoemen, op de eerste dag van het nieuwe jaar. Omdat ze zoveel meer betekenen dan alle goede voornemens: wie liefde zaait, geeft, uitstraalt, doet iets wat ons eerste, enige en laatste leven echt betekenis geeft. Laten we in 2019 wat meer liefde zaaien.

Ik denk dat m’n moeder zou moeten glimlachen als ze dit las. Ik denk dat ze zou zeggen: ,,Dank je wel, lieve zoon. En laat het los. Laat me los. Leef. Leef je leven, en doe het in liefde.”

Ik doe m’n best mam. Ik mis je. Deze is voor jou.

Dag mam!