Jaap van Deurzen

Een standbeeld voor alle schoonmakers

30 december 2018 06:21

Ik zie hem bijna elke dag. Sterker nog, ik wacht geduldig tot hij op komt dagen. De reus is een constante in mijn leven geworden, een onderdeel van mijn dagelijkse routine, Zijn verschijning heeft iets geruststellends. Als ik hem zie, weet ik dat onze grenzen veilig zijn en de dijken het gaan houden. De dag kan beginnen.

Op zijn elfendertigst sjokt hij de bocht in tegenover ons huis aan de gracht. Het is een man met een missie. Hij is flink uit de kluiten gewassen en ik schat hem ergens midden vijftig. Hij is gekleed in het blauworanje pak met fluorescerende strepen en dito broek van de park- en plantsoenendienst. Zijn schoenen zijn enorm. Als het somber weer is, draagt hij een geruite pet die qua kleur vloekt met de rest. Hij heeft waarschijnlijk artrose in zijn rechterknie want hij loopt met een 'knikje'.

"Zijn prikstok is een gecamoufleerde antenne. Hij is bezig met een undercoveractie in opdracht van de gemeente."

Op zijn rug draagt hij een blauwe tas. Ik heb geen idee wat erin zit. In balorige buien fantaseer ik wel eens dat het zijn bijna lege batterijen zijn, waardoor hij noodgedwongen op halve kracht door het leven hobbelt. Méér zit er niet in.

Soms schiet ik door en fantaseer ik dat er een setje geavanceerde afluisterapparatuur in zit. Zijn prikstok is een gecamoufleerde antenne. Hij is bezig met een undercoveractie in opdracht van de gemeente. Zijn  compagnons in het complot, zeg maar de Weesper 'Jansen en Janssen', zitten vermomd met opnameapparatuur in de cabine van een vuilniswagen en lepelen de informatie naar binnen. We leven in grimmige tijden. (Eerlijk is eerlijk, in die rugzak kan ook gewoon een broodtrommeltje met belegde bammetjes zitten, maar dat vind ik te saai. Je bent een fan van Kuifje of niet.)

"Ik heb een zwak voor mensen die onze troep opruimen. Waar zouden we zijn zonder deze helden?"

Als in een vertraagde film sleept hij een blauwe vuilnisbak op wieltjes achter zich aan. In zijn rechterhand heeft hij een lange stok met een soort happertje. Met de precisie van een chirurg vist hij rustig minuscule stukjes papier en plastic van straat. Haastige spoed is zelden goed.

Ik houd van deze man. Hij houdt mijn omgeving leefbaar. Maar ik heb nog nooit een woord met hem gewisseld. Misschien mishandelt hij thuis zijn vrouw wel met een gloeiende pook. Los daarvan zou ik ook niet weten wat ik tegen hem moet zeggen. "Zo, lekker aan het prikken?" Het klinkt zo denigrerend. Terwijl ik zielsdankbaar ben voor wat hij doet.

Ik heb een zwak voor mensen die onze troep opruimen. Je komt ze overal tegen en doorgaans lopen we ongeïnteresseerd aan ze voorbij. Maar waar zouden we zijn zonder deze helden? Waarschijnlijk naar adem happend tussen ons eigen afval.

"Overal liggen etensresten, kranten, koffiebekers, koptelefoons en opnameschijfjes."

Onze redactie wordt schoongemaakt door een lieve Aziatische vrouw die als een exotische wind over onze werkvloer wervelt. Als je 's morgens zo'n redactie oploopt, lijkt het alsof er de avond ervoor een op hol geslagen, blinde baviaan op alle bureaus is gaan hengsten. Overal liggen etensresten, kranten, koffiebekers, koptelefoons en opnameschijfjes.

Dagelijks rolt ze haar wagentje met schoonmaakmiddelen de redactie op. Als een samoeraivechter recht ze haar rug en overschouwt het slagveld. Dan trekt ze kordaat aan haar schort en begint de stal uit te mesten. Ik heb haar nog nooit een tel stil zien zitten.

Goedgemutst groet ze het binnenstromende journaille ('Moggel!') en lacht haar lieve lach. Ik wil haar omarmen, zoenen. Ze heeft een oordopje in en belt geregeld in een vreemde taal. Het geluid dat ze produceert heeft iets weg van een aanlopend fietswiel, maar is zó fascinerend. Ik waan me even op een oosterse rijstpaddi.

Ik wil een standbeeld voor alle schoonmakers van het land.