Jaap van Deurzen

De kapper als natuurlijke vijand

23 december 2018 06:02

'Als je haar maar goed zit', staat in schitterend Carrera-marmer boven de poort van ons Weesper paleisje gebeiteld. We hebben het dan over het kapsel van vrouwlief Blond. Aan die grijze pleeborstel van mij valt weinig eer te behalen, maar wee degene die haar haar verkloot. Beschouw een goed vallend kapsel als een soort 'Pacificatie van Weesp'.

"Steevast keilt ze de prutsers na één knipbeurt uit haar adressenbestand."

Vrouwen zijn jaloers op Blonds halflange lokken die rond haar schouders vallen. "Zo wil ik het ook", hoor ik ze mompelen. Pas als haar coupe de vorm begint aan te nemen van een Noors trollenkapsel, laat ze het knippen. Want kapsters zijn haar natuurlijke vijanden. Een vast adres heeft ze niet. Als ze hoort dat er in Mongolië een goeie zit, reist ze af. Toch doen ze het zelden goed. Steevast keilt ze de prutsers na één knipbeurt uit haar adressenbestand.

Maar er is hoop. De nieuwe 'knip-ster' heeft blijkbaar de hele elite van het Gooise matras aangeharkt. Dat is dus geen tuttebel met een tweedehands schaartje. Haar 'atelier' ligt op een halfuurtje treinen van Weesp en haar agenda is vol tot april 2027. Maar plotseling is er een gaatje. Blond kan haar lol niet op. Dit is coupe-kunst in de maak. Hakjes aan, kleertjes sjiek de friemel. Op pad. 

"Ze is op oorlogspad. Ik hoor het aan het gestamp van haar hakken op de trap."

Als een trillend juffershondje lig ik op de bank af te wachten wat het resultaat is. Het kan zijn dat ik straks in een soort oorlogszone bivakkeer, óf in het land van melk, honing en hosanna's. Dat laatste verwacht ik wel, als ik naar de tarieven kijk. Daar knip je zo'n beetje de halve, vrouwelijke bevolking van Ermelo voor.   Aan de intensiteit waarmee de deur beneden wordt dichtgesmeten, hoor ik hoe de knipbeurt is verlopen. Dat wordt een nieuwe sponning. Het is hommeles. Ze is op oorlogspad. Ik hoor het aan het gestamp van haar hakken op de trap.

"Kijk eens wat een zootje ze er van heeft gemaakt", briest Blond bij binnenkomst. "Wat vind jij?"

"Het zal wel weer aangroeien. Ze kan het er ook niet meer aanplakken, hè?"

"Je lijkt een beetje op de maagd Maria na een verbleekte zonvakantie in de Algarve. Welk knaagdier heeft er aan jou geknabbeld?" grap ik monter. Het is een kwestie van niet geschoten, altijd mis. Vaak krijg ik haar met deze teksten aan het lachen en smelt het ijs. Nu niet.   Daar gaat het restant van tantes vliesdunne porseleinen kerstservies. Aan de karige hoeveelheid kopjes en schotels is de frequentie af te lezen van onze matrimoniale oorlogsvoering. Blond heeft nu eenmaal een temperamentje. Kom bij haar niet aan met verzoenende zinnetjes als: "Potjandorie, die heeft er een potje van gemaakt. Maar het zal wel weer aangroeien. Ze kan het er ook niet meer aanplakken, hè? Hoehahaha!" Het schuddebuikende gezelschap gaat dan nuchter over tot de orde van de dag.    "Zit mooi, joh!" probeer ik nog als een slijmerig weekdier en ontwijk tantes stijlvolle theepot. Als een hoopje ellende zakt ze in haar stoel.

"Het lijkt het alsof ik tegenover een verwaarloosde zwerfster zit met een doodswens."

Daags erna zit ze mismoedig aan de ontbijttafel. Ze heeft haar volledige haardos naar voren geschoven. De manen hangen als een blond gordijn tussen ons in. Het lijkt het alsof ik tegenover een verwaarloosde zwerfster zit met een doodswens.

"Kijk eens hoe mijn haar valt! Er is gewoon een tweedeling ontstaan. Ik kan dat mens wel afsteken", brult Blond, die het in dit soort omstandigheden niet zo nauw neemt met de Nederlandse taal. (Afsteken: een term uit de olie- en petrochemische industrie, waarmee het afblinden van een pijpleiding ter plaatse van een klepaansluiting of twee flenzen met behulp van een steekpan of zogenaamde blindflens wordt bedoeld)

In mijn ooghoek zie ik een gekleurd scherfje van een porseleinen kopje liggen. Het wordt een moeizame kerst.