Jaap van Deurzen

Moeder in de stress, vader in de zandbak

18 november 2018 06:53

Zo, dat was weer de Week van de Werkstress. Pfff. Ik werd al moe toen ik erover las.

Natuurlijk lijden niet alleen vrouwen aan werkstress, maar het zijn er wel veel. Af en toe vraag ik me ook af hoe ze het flikken, het combineren van een gezin met een paar koters, manlief en voltijds werken.

Breek de dames de bek niet open, horrorverhalen zat. Over het racen naar crèches die op het punt staan te sluiten. Over de opgewarmde, kleffe happen uit de magnetron. Over het gevoel de godganse dag afgepeigerd te zijn. 'Moeder' als overtreffende trap van 'moe'. De striae in de wallen onder hun ogen. 

"De man brengt ze naar school, ballet of balspel, daarna vindt hij alles wel."

Vader verpakt 's morgens zijn bammetjes in vetvrije folie en is foetsie. Veel zorgtaken zijn niet besteed aan het opperhoofd. De man, die het vlees snijdt, brengt ze naar school, ballet of balspel, daarna vindt hij alles wel.

Mannen beweren dat ze de moederlijke zorg niet kunnen overtreffen, blijkt uit Europees onderzoek. Gerenommeerde pedagogen vinden dat nonsens. Dat vrouwen meer doen rond kinderen is een feit, maar 'meer' is niet per se 'beter'. Heren! Ga rammelen met die pannen en rollen met die prammen.

Maar waar vind je ze nog? Toen ik nog in de grote stad woonde, heb ik er ooit eens één in het wild ontmoet. Dagelijks haalde hij zijn zoontje van school. Het was een vrouwvriendelijk compromis, biechtte hij op tijdens een buurtfeestje. "Zij werkt ook, en we willen hem niet door het kinderdagverblijf laten opvoeden." Ik was net terug van een reportagereeks in Afghanistan en had het idee dat hij tegenover mij iets moest uitleggen.

"Doordeweeks zaten ze aan de rand van troosteloze, betonnen bakken in de binnenstad en ontwierpen zandkastelen."

Op hetzelfde feestje oreerde zijn vrouw dat een kind een vader nodig heeft die er fysiek voor hem is. "Anders maak je er Dutrouxtjes van", beweerde ze met een verbijsterende stelligheid. Er volgde een lang relaas over de jeugdige ontberingen van een trits seriemoordenaars. Haar ogen glommen. Ik keek naar het manneke aan haar voeten en kon er met de beste wil ter wereld geen Jeffrey Dahmer of Ted Bundy in ontdekken. Ik zag eerder haar echtgenoot ervoor aan om haar langzaam te wurgen met een kledinghaakje. 

Hij was financieel adviseur en werkte vaak vanuit huis. Het was een boomlange, leptosome man met een designerbril en de uitstraling van een bushokje. Zijn zoontje had een passie voor zand. Doordeweeks zaten ze aan de rand van troosteloze, betonnen bakken in de binnenstad en ontwierpen zandkastelen. Die werden dan volgens een vast ritueel weer verwoest. Ze grepen elkaar bij de hand door een tunnel van zand en trokken de armen plotseling in een woeste ruk omhoog.

"Was dit waar ze ooit van hadden gedroomd, met hun prins in zijn witte Hyundai Pony?"

De torenspitsen spetterden alle kanten op. Het zand kleefde aan pa's chique bril. Het jongetje in hem werd elke dag herboren. En dan werd er natuurlijk een nieuw en groter kasteel gebouwd. Totdat vader het zat was en zoonlief scheppend soleerde. 

Langs de randen van de zandbak zaten de oma's, au pairs en vermoeide moeders die even niet aan het werk waren. Over de hoofden van hun kroost staarden ze elkaar aan. In hun ogen trok het leven in één monotone streep voorbij. Tenminste, zo voelde het. Ik had het idee dat ze zaten te peinzen over hun verzande huwelijken. Was dit waar ze ooit van hadden gedroomd, met hun prins in zijn witte Hyundai Pony? Met een schuin oog keken ze naar het spel van vader en zoon. Hij wel, zag je ze denken.