Jaap van Deurzen

De vertrouwde echo van mijn moeder

28 oktober 2018 06:23

Ik dwaal door het appartement van mijn net overleden moeder. Ik laat mijn vingers over de porseleinen poppetjes glijden, die allerlei vormen hebben. Ze was er gek op. Het voelt bijna aan als heiligschennis.

"Overal kom ik mezelf tegen, als peuter, puber en papa."

Het huis moet leeg, luidt de oekaze van de verhuurder. Het zeil moet eruit en alle gaatjes in de muren moeten worden gedicht, dicteert de gevoelloze pandjesbaas. Nieuwe bewoners wachten. Schoorvoetend beginnen we aan de exercitie om de laatste sporen van haar uit de woning te wissen.

Overal kom ik mezelf tegen, als peuter, puber en papa. Ze bewaarde talloze foto’s. Op de ene ben ik een mollig manneke met een mond vol spierwitte melktandjes, die voor één keer op pa’s mooie stoel mocht poseren. (Overdag werd het kussen ingeklapt en was de ‘fauteuil’ voor iedereen verboden gebied. Wee degene...)

"Ik kende drie akkoorden, maar voerde daarentegen wel een perfecte imitatie van Ray Charles uit."

Op andere foto’s speel ik gitaar op verjaardagen en bruiloften. Ik kende drie akkoorden, maar voerde daarentegen wel een perfecte imitatie van Ray Charles uit. Tijdens het zingen van de bluesy smartlap 'I can’t stop loving you', gooide ik bij gebrek aan tekst hartstochtelijk mijn rechterarm omhoog en sloot mijn ogen om het liefdesleed te accentueren. Dat kunstje hield ik een paar jaar vol. Tot het gezelschap er kotsmisselijk van werd en ik tegen mijn eerste publieke zeperd opliep.

Ik zie me zelf terug als graatmagere adolescent. Veel dunner kon de homo sapiens niet zijn. Als we zo’n lichaam nu op de buis zouden zien zou er een collecte worden gestart. Ik heb het vetgehalte inmiddels ruimschoots omhoog weten te krijgen. Recalcitrant kijk ik in de lens. Hoe bedoel je? Kiekje voor later? Wie heeft daar behoefde aan? Ik niet! Nu ben ik er blij mee.

"In haar wilde fantasie viel ik geheid in handen van roofzuchtige bedoeïenen."

Ik zie het koperen Tunesische theestelletje dat ik jaren geleden als souvenir voor haar meenam uit de woestijn. Naar een ander continent gaan was in haar ogen sowieso een beetje oplossen in het niets. In haar wilde fantasie viel ik geheid in handen van roofzuchtige bedoeïenen of zou ik ontvoerd worden door Ali Baba. Met betraande ogen zwaaide de zeemansdochter me uit. "Kijk je uit?" gebood ze me tachtig keer. "Ja ma, ik zal een foto laten maken als ik op zo’n kameel zit." Ik had ook kunnen zeggen dat ik van plan was aan een rafelig koord boven een leeuwenkuil te gaan hangen. "Ach kind, kijk toch uit!"

Het was ver voor de tijd van de mobieltjes, telefonisch contact was bijna onmogelijk. Bibberend van angst zat ze de volle veertien dagen uit.

"Mijn moeder ging toen ook een beetje dood en kwam nooit meer over het verlies heen." 

Ik zie het mini-altaartje voor mijn zusje Roos, die vijf jaar geleden stierf aan borstkanker. Mijn moeder ging toen ook een beetje dood en kwam nooit meer over het verlies heen. 

Hij is er nog, de grotesk lelijke, kobaltblauwe asbak die ik haar ooit gaf voor haar verjaardag. Het onding heeft de vorm van een opengewerkte zeeslak en diende totaal geen doel. Maar weggooien kon ze het glazen gevaarte niet. Net als alle andere prullaria krijgt de blauwe puist straks een tweede leven in een kringloopwinkel.

"Wat heeft het leven in vredesnaam voor zin, dreunt de existentiële vraag na in mijn hersenpan."

We laten een professioneel bedrijf de woning leegruimen. Langzaam verandert het ooit zo overvolle appartement in een lege betonnen huls. Zonder de 'strookjes' lijkt het huis lichter. Op de plekken waar haar zelfgemaakte schilderijtjes hingen, zitten spierwitte pukkels Alabastine. Het deurtje van een keukenkastje klappert zacht in de tocht.

Wat heeft het leven in vredesnaam voor zin, dreunt de existentiële vraag na in mijn hersenpan. "Wie het antwoord weet, mag door naar de volgende ronde! Ik ben er al", hoor ik haar heelal-lach.

Pas bij het weggaan hoor ik die o zo vertrouwde echo. "Kijk je uit?"