Pieter Klein

Adieu, Wim Kok

23 oktober 2018 08:00

'M'n vrouw is mijn enige maatje', zei Wim Kok ooit over zijn vrouw Rita. Die uitspraak is me altijd bijgebleven. Net zoals de anekdote dat Rita de enige adviseur was die hij echt vertrouwde. Voor wie hij altijd tijd maakte, crisisberaad of niet. Als Rita belde, moest de rest even wachten. Op het ministerie van Financiën stonden ze er – soms - versteld van. Lag er een voorstel op tafel dat Wim Kok van de hand wees, met de motivering: 'M'n vrouw vond het ook onzin'.

"Ik nam altijd een zweem van eenzaamheid waar als ik Kok observeerde: distantie, argwaan ook, behoedzaamheid."

Als jonge politiek verslaggever, eerst voor de radio, later voor de krant, heb ik Wim Kok jarenlang hinderlijk gevolgd, vanaf 1991. Ik nam altijd een zweem van eenzaamheid waar als ik Kok observeerde: distantie, argwaan ook, behoedzaamheid. Alsof hij een man was die vanwege z'n talenten per ongeluk in het verkeerde toneelstuk terecht was gekomen en de politieke habitat voor geen cent vertrouwde. Niet geheel ten onrechte; er zijn te veel spelletjes, en te veel mensen verwarren eigenbelang met algemeen belang. Wim Kok is een van de zeer weinigen die daar niet aan meedeed.

Wim en Rita Kok Wim en Rita Kok

Jaren later zou hij tegen me zeggen dat het waar was, dat leiderschap een zekere eenzaamheid met zich meebracht. Als leider van de PvdA, als minister van Financiën, als minister-president. En dat hij zo gebakken was: "Ik herken me wel een beetje in het beeld van de solitair." Z'n 'eenvoudige' afkomst (timmermanszoon) was ook zo'n ding. Als-ie een bijeenkomst had gehad met bankiers, hoogwaardigheidsbekleders of diplomaten, en je vroeg hem hoe het was, met de hoge heren: "Het was geen gezelschap van hoge heren, want ik was erbij." Maar waagde het niet om te suggereren dat een mens van dubbeltje geen kwartje kon worden, dan werd-ie bloedlink: het sociaaldemocratisch bloed.

"Kok kon in die moeizame periode een narrige, nukkige man zijn, die soms z'n medewerkers afsnauwde." 

Misschien heb ik daarom ooit wel een zwak gekregen voor Wim Kok. Omdat, als je goed keek, je een zachte kwetsbaarheid zag, en een innemende onzekerheid, en een zeldzame onkreukbaarheid. Verantwoordelijkheid willen nemen. De innerlijke, moeizame zoektocht naar wat het juiste is om te doen. Al die jaren dat-ie onder vuur lag, vooral als PvdA-leider – de miljardenbezuinigingen van Lubbers-Kok, de WAO-crisis die hem bijna de kop kostte, het eeuwige verwijt van gebrek aan visie.

Kok kon in die moeizame periode een narrige, nukkige man zijn, die soms z'n medewerkers afsnauwde. Ik bewaar aan die periode andere herinneringen, als ik hem thuis opzocht, of hij op z'n fiets voor de zoveelste keer naar de radiostudio kwam, om zich te laten doorzagen over de zoveelste crisis (als de PvdA regeert is er altijd wel een crisis, of sluimert die ergens). Aardige man, geen poeha, geen opsmuk. Vriendelijk ook: die pretlichtjes in z'n ogen. En soms die vaderlijk-ironische blik: "Kom maar op met die rotvragen van je." Maar wel bereid om zich te wéér te verantwoorden. Wim Kok dook - bijna - nooit.

"De manier waarop hij een constitutionele crisis vermeed rond het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima."

Sinds z'n toch nog plotselinge overlijden, zaterdag, is veel gezegd over de betekenis van Kok. De man die de kruiwagen vol kikkers die vakbeweging heet, bij elkaar hield. Die verantwoordelijkheid nam voor het Akkoord van Wassenaar, in 1982, de basis van het poldermodel, en economisch herstel. Die uiteindelijk in de schoenen van Den Uyl stapte als politiek leider, en als minister van Financiën moest saneren. Verbonden aan de totstandkoming van de EMU, en dus de euro. Paars-I. De manier waarop hij een constitutionele crisis vermeed rond het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima.

Wim Kok en koningin Máxima Wim Kok en koningin Máxima

Ooit, 20 jaar geleden, schreef ik met Redmar Kooistra een boek over hem – 'Wim Kok: het taaie gevecht van een polderjongen'. Daarin beschreven we hoe Kok onderhandelt en beslissingen neemt: "Kok polst zijn intimi, zijn medewerkers, informeert bij zijn tegenspeler, zonder zelf het achterste van zijn tong te laten zien. Hij schuift het nemen van beslissingen voor zich uit, en als alle adviseurs hun zegje hebben gedaan, dan kiest hij langzaam zijn eigen koers. Kok neemt geen besluit, hij groeit ernaar toe."

"Hij nam wel besluiten, maar nam er ruim de tijd voor, en het was een kunst die hij als premier perfectioneerde."

Ik herlas het dit weekeinde, en dacht: dit was bedoeld als kritiek op besluiteloosheid, maar het deugde eigenlijk niet. Hij nam wel besluiten, maar nam er ruim de tijd voor, en het was een kunst die hij als premier perfectioneerde. Inhoudelijk zeer precies. Omdat-ie wist dat tussen droom en daad wetten in de weg staan, en praktische bezwaren. Omdat Wim Kok een pragmaticus was, politicus van de smalle marges. Of, zoals Wouter Bos het gisteren omschreef: "Kijk uit met het omarmen van principes als je niet weet wat de consequenties kunnen zijn."

Ik verloor Wim Kok – en Nederland – professioneel een beetje uit het oog toen ik in 1999 correspondent in Groot-Brittannië werd. Vanuit m’n ooghoeken nam ik waar hoe het elan van Paars-I in Paars-II verbleekte, tot het de vorm van afbladdering en doorschuiven van besluiten aannam. Een sluimerend maatschappelijk onbehagen stak de kop op, verwoord door Pim Fortuyn, met z’n felle kritiek op de 'puinhopen van paars'. Het NIOD-rapport over Srebrenica liet Kok geen andere keus dan alsnog af te treden: geen schuld, wel verantwoordelijkheid.  En toen was er die politieke moord, op Fortuyn op 6 mei 2002, verloor PvdA-kroonprins Ad Melkert de verkiezingen, en was het exit Kok.

"Kok toonde zich bezorgd. Over de 'atomisering' van de samenleving, de vervreemding, de hufterigheid en onverschilligheid, de verruwing."

Er is Kok nadien verweten dat hij het niet meer goed zag. Dat hij de aansluiting over wat er broeide in de samenleving had gemist. Ik denk dat dat niet klopt. En dat het een miskenning inhield van de betekenis van een van de laatste staatsmannen die we hadden; iemand die echt premier van alle Nederlanders wilde zijn, en dat in zijn vezels voelde. En dat dat ook werd herkend, al was het niet door iedereen. Het werd ook zichtbaar in de buitengewoon lovende en sympathieke reactie van de huidige minister-president, Mark Rutte, op de dood van Wim Kok. Zoals een staatsman dat zou doen.

Wim Kok en Ad Melkert Wim Kok en Ad Melkert

Ik herinner me het lange gesprek met Wim Kok, op het Catshuis, op 6 januari 1998, voor het boek dat we toen schreven. Kok toonde zich bezorgd. Over de 'atomisering' van de samenleving, de vervreemding, de hufterigheid en onverschilligheid, de verruwing: "Het lijkt wel alsof mensen steeds minder met elkaar hebben." Kok wist en voelde dat een periode van politieke polarisatie aanstaande was. Ik voelde hoe hij toen zag dat het electoraat verder op drift zou raken, dat staatsmannen niet meer zouden worden geloofd. Ik voelde toen een tragiek; de wetenschap dat dit niet te keren viel.

"Ik hoop – tegen beter weten in – dat er een hemel is. En dat Wim Kok daarvandaan vaderlijk moet glimlachen om deze column."

Er is veel kritiek mogelijk op Wim Kok, ik heb daar jarenlang professioneel uiting aan gegeven. Recent hoorde ik dat hij heel ernstig ziek was, en dat het mogelijk niet lang meer zou duren. Ik dacht: ik moet hem een brief schrijven om iets aardigs te zeggen. Ik wist niet wat ik moest schrijven, ik dacht: het is misplaatst. En ik ben niet van de afdeling hagiografie. Ik ben niet van die club. Ik hoor nergens bij. Ik ben een journalist. Nu heb ik spijt dat ik niet heb geschreven.

Ik hoop – tegen beter weten in – dat er een hemel is. En dat Wim Kok daarvandaan vaderlijk moet glimlachen om deze column en denkt: lief dat je dit zegt. Leuk om te horen, en nu weer aan het werk. En dan die guitige blik.

Adieu, Wim Kok.

Pieter Klein