Even geen taalpurist

'Overgroot oma'

10 oktober 2018 02:44

"Overgrootoma is geen woord." Ik probeer het vriendelijk tegen de begrafenisondernemer te zeggen. "Overgrootoma is geen Nederlands, het is overgrootmoeder." Ik wil het uitleggen, maar het lukt niet. "Het staat mooi in het rijtje",  zegt hij. "Onze geliefde moeder, schoonmoeder, oma, overgrootoma." Ik kijk mijn moeder aan. Haar moeder is overleden, wat vindt zij dat er op de rouwkaart moet komen te staan? "Ik vind het wel mooi",  zegt ze zacht. Ik bedenk me dat mijn oma het ook mooi had gevonden. 

"Overgrootoma is geen Nederlands" 

Mijn dochter en ik noemden haar gekscherend 'oude oma' of 'opoe' en daar had ze een bloedhekel aan. "Noem me dan omie", fleemde ze tegen mijn dochter die haar vervolgens plagend in haar rolstoel door de kamer trok en midden in de kamer op de rem zette. Schik hadden ze dan met z’n tweeën.

De afgelopen jaren kwam ze die kamer nauwelijks nog uit. Ze woonde al bijna 70 jaar in het huis waar ze na haar trouwen met mijn opa introk. Het huis waar ze eerst samen met haar schoonouders woonden, want er was (net als nu) een tekort aan betaalbare woningen. Wat had ze een hekel aan haar schoonmoeder. Volgens mijn oma gaf mijn overgrootmoeder heel veel geld uit aan zondagse hoeden, terwijl zij een sneer kreeg toen ze een nieuw vloerkleedje voor de slaapkamer kocht. Ik weet niet hoe vaak oma mij dat verhaal heeft verteld, inclusief de details over de dure hoedenwinkel, waar je aan moest bellen als je iets wilde kopen.

Later vraagt de dominee aan ons, de kleinkinderen, hoe wij onze oma herinneren. "Zacht", wil ik zeggen. Ik bedoel daar niet haar karakter mee, maar haar huid, buik en borsten, waar ik als kind zo tegen aan kon kruipen en dat het dan naar zeep rook. Hoe moet ik dat deze vreemde man nou uitleggen.

"Oma las ons tussen de middag voor uit de kinderbijbel, nadat wij boterhammen met kookworst en curry naar binnen hadden gepropt."

Oma was christelijk. Ze las ons tussen de middag voor uit de kinderbijbel, nadat wij boterhammen met kookworst en curry naar binnen hadden gepropt. Ze heeft ons er niet mee bekeerd, maar we kennen wel de verhalen over Mozes in het biezenmandje en Jona in de walvis. Ze zong op zondag altijd luidkeels mee met de kerkdiensten op tv. Ze was al een jaar of 30 slechthorend en mijn vader had een speciale luidspreker gemaakt die ze naast zich in de stoel legde.

Sinds een paar jaar stond er een bed in de woonkamer en was het een komen en gaan van mensen van de thuiszorg. Oma zat het liefste aan de eetkamertafel. Ze verzamelde daar alle spulletjes die ze nodig had: kauwstaafjes voor haar poedeltje, Libelles, foto's van de achterkleinkinderen, nagelschaartjes, een theeglas, zakdoekjes, souvenirtjes die we voor haar meebrachten van vakantie.

"Ik praat het nu goed door te stellen dat jij dat mooi gevonden had, maar correct Nederlands is het niet."

De begrafenisondernemer draait zijn laptop naar ons toe. Ik zie dat hij 'overgroot oma' met een spatie ertussen heeft geschreven in de opzet voor de rouwkaart. "Waarom schrijf je 'overgroot' spatie 'oma'?" Ik begin aan mijzelf te twijfelen. Misschien dat er een speciaal jargon voor rouwkaarten is. "Anders wordt het zo’n lang woord", zegt hij overtuigend. Ik kijk naar mijn familieleden in de kamer. Het lijkt er niet op dat zij hier een punt van willen maken en het is niet het moment om de taalpurist uit te hangen. 

Vooruit dan maar oma, geen overgrootmoeder maar 'overgroot oma' op jouw kaart. Ik praat het nu goed door te stellen dat jij dat mooi gevonden had, maar correct Nederlands is het niet.