Pieter Klein

De stint en de geur van wanbeleid

02 oktober 2018 09:00

Soms vraag ik me af welke autoriteiten je kunt vertrouwen als het gaat om onze veiligheid. Soms denk ik intuïtief: er wringt iets, maar ik weet niet wat. Soms weet ik zeker: hier deugt iets niet. Dat is het geval in vrijwel al het politiek-bestuurlijk handelen rond de stint.

Een dag na het dramatische ongeval met de elektronische bakfiets bij Oss, op 21 september, schreef de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer: "Er is op dit moment geen informatie die aanleiding geeft om de toelating van de stint op de openbare weg te herzien." Ruim een week later, op 1 oktober, einde van de dag, komt minister Cora van Nieuwenhuizen op basis van 'nieuwe informatie' en 'potentiële veiligheidsrisico's' tot exact de tegenovergestelde conclusie – er is te veel 'twijfel' over de veiligheid. Geen van de 3500 stints - vooral gebruikt voor vervoer naar de kinderopvang - mogen sinds vannacht de weg nog op. Het is waarschijnlijk het einde van een leuk, innoverend bedrijf dat milieuvriendelijke verkeersoplossingen verzon – en waarvoor de overheid een flinke medeverantwoordelijkheid draagt.

Dat er iets mis is, wist de minister direct na het ongeluk al. 

In 'een oceaan van vragen' beschreef ik al hoe betwistbaar de toelating van de stint was, in 2011, als 'bijzondere bromfiets'. De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) plaatsten nogal kritische kanttekeningen, maar die werden terzijde geschoven. Dat er iets mis is, wist de minister direct na het ongeluk al. Ik checkte eind vorige week alle toelatingen van bijzondere brommers, na de Segway, 16 in totaal sinds 2011, en in álle gevallen ging het om een vervoermiddel voor individuen. Niet voor hele groepen, laat staan kinderen. Je hoeft maar naar foto's van de modellen te kijken en je deze vraag te stellen: welke afbeelding hoort niet in dit rijtje thuis?

De RDW had het ding eerder eigenlijk afgekeurd omdat het te breed was – dat hoorden we dus pas na het ongeluk in Oss.  Wat de minister op 21 september ook wist, is waar de RDW de stint expliciet wel en niet op had gekeurd. Het staat al keurig verstopt in de bijlage.

Het zijn namelijk de eigen wettelijke eisen van haar ministerie die de RDW toetst – niets over gashendel, uitschakelen met de sleutel, of andere ongemakken. Zij wist de dag na het ongeluk dus ook al dat de RDW destijds iets heel geks opschreef bij de beoordeling van eis op grond van artikel 5.6.91, over de 'inrichting voor het vervoer van lading': "Niet van toepassing". Die lading – dat zijn kinderen… maximaal 10. Inmiddels wakker geworden, heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de RDW inmiddels alsnog om opheldering gevraagd, over wat hier nou mee werd bedoeld. En wat er verder nou exact is getest. Wakkere tiepes.

Ik zou het wel weten, als ik de advocaat van het bedrijf Stint was. 

Het wordt nog gekker. De minister verwijt de makers van de stint nu dat zij wijzigingen in het product niet hebben doorgegeven aan het ministerie. In de beschikking aan Stint van gisteren staat juist niet dat de fabrikant heeft gehandeld in strijd met regelgeving. Er staat alleen iets in over een zwaardere elektromotor die in 2014 werd geïntroduceerd. Hier hebben slimme juristen van het ministerie meegekeken. Want die zal het ongetwijfeld zijn opgevallen dat de zwaarte van de motor niet valt onder de toelatingseisen die de RDW toetst; het was slechts een 'specificatie'  van het product. En de juristen zullen ook hebben gezien dat nieuwe toetsing of melding helemaal geen keiharde voorwaarde was toen de goedkeuring werd verleend. Er was slechts gezegd dat de stint aan de al geformuleerde eisen van SWOV en RDW moest blijven voldoen.

Nou, die eisen kennen we. Ik zou het wel weten, als ik de advocaat van het bedrijf Stint was. Er is alle grond aanwezig voor een forse schadeclaim.

Geen wonder dat de inspectie zaterdag en zondag op kousenvoeten opereerde, toen met stint werd gesproken. Eerst opperde de inspectie een 'terugroepactie'. Daar wilde Stint niet aan. Toen werd geopperd: doe een oproep om al jullie elektrische bakfietsen stil te zetten. Daar wilde de advocaat van Stint niet aan.

Toegegeven, de eerste bevindingen van het technisch onderzoek van de ILT zien er slecht uit voor de stint: door stroomuitval kan de bolderkar automatisch overschakelen naar de hoogste versnelling, de gasveer kan afbreken en de handrem is niet krachtig genoeg om een stint op snelheid te stoppen. Stoppen kan, maar dan moet je de sleutel eruit halen, en die zit links – bij de handrem. 'Onnatuurlijk', zegt de inspectie. Wat de inspectie er weer niet bij zegt is hoeveel van die stints dan zijn getest en hoe exact. Sterker, het lijkt of de inspectie in het 'feitenrelaas’ alles erbij haalt om het 'ingrijpende' besluit van Van Nieuwenhuizen mogelijk te maken. Men beroept zich op een dossier van 'derden', een bedrijf dat goederen vervoert, dat tot dezelfde bevindingen zou komen. En op een incident in Amsterdam, waarbij de bolderkar alleen tot stilstand kwam door de sleutel om te draaien. "De politie in Amsterdam heeft hiervan proces-verbaal opgemaakt.” Oh ja, wanneer?  Hoe 'nieuw' is deze informatie?

Wat hebben inspecties eigenlijk gedaan? Iets van toezicht? 

Waarom kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat sprake is van een witwasoperatie, waarin het tekortschieten – of wanbeleid, zo je wilt – van de overheid wordt weggetoverd?

Als je de brieven aan de Tweede Kamer, het feitenrelaas van de inspectie, de stukken die horen bij de toelating leest, vraag je je af: wat heeft de overheid, wat hebben inspecties eigenlijk gedaan, de afgelopen zeven jaar? Iets van toezicht? Controle?

Trouwens: waarom vertelt minister Van Nieuwenhuizen de Tweede Kamer niet dat sinds de eerste vier toelatingen van ‘bijzondere brommers’ zoals de stint, de overige 12 niet meer zijn beoordeeld door de SWOV? Misschien kan zij de Kamer ook eens ruimhartig informeren over waarom de stint in Duitsland tot dusver niet toegelaten is?

En hoe zij samen met haar collega van Economische Zaken nu met veiligheid omgaat: het kabinet steunt de ontwikkeling van allerlei 'light electric vehicles' namelijk met subsidies. Sterker, in het kader van de 'Green Deal' wil het kabinet allerlei ‘onnodige belemmeringen’ wegnemen.

"De veiligheid moet voorop staan", zei Van Nieuwenhuizen gisteren, in de toelichting op het besluit dat Stint tot faillissement zal brengen. Hetzelfde ministerie dat in 2011 een loopje nam met de eigen regels en het testrapport van de RDW niet goed las, dat anderhalve week geleden deed alsof er niets aan de hand was, is nu opeens kampioen veiligheid.

Je zou denken dat de Tweede Kamer namens ons het naadje van de kous wil weten, en om te beginnen de dossierkast 'bijzondere bromfietsen' zou opvragen. Niets is minder waar. Ik hoorde de voorzitter van de vaste Kamercommissie zeggen dat het Kamerleden in de nasleep van Oss gepast leek om terughoudend te zijn. Dat moge nobel klinken, maar gepaster lijkt mij het als de Kamer gewoon respect betuigt door te doen waar het voor wordt betaald: controle op de macht. Omwille van de veiligheid.