Jos Heymans

Het 151ste Kamerlid

09 juni 2018 08:11

In een ruimte in de Tweede Kamer die de misleidende naam Rooksalon voert, waren deze week zes oud-voorzitters te gast. Een unicum dat nagenoeg alle naoorlogse Kamervoorzitters – voor zover niet overleden – bijeen waren om naar aanleiding van een boek van Elsevier-journalist Gerry van der List te verhalen over hun belevenissen. Alleen Dick Dolman (PvdA) ontbrak wegens ziekte. En oud-voorzitter Anouchka van Miltenburg VVD) had vanaf haar onderduikadres – beweerde althans de schrijver – laten weten niet te zullen komen.

"Waarom maken Kamerleden van kleine partijen geen kans om voorzitter te worden?"

Dat was niet handig van Van Miltenburg. Haar opvallende afwezigheid zonder opgaaf van redenen zette haar weinig succesvolle Kamervoorzitterschap, dat eindigde met haar gedwongen aftreden voor haar rol in de Teevendeal, opnieuw in de schijnwerpers. Dat aftreden was ook al zo’n unicum: nooit eerder was een Kamervoorzitter voortijdig opgestapt.

Dus in die Rooksalon zaten op volgorde van anciënniteit Wim Deetman (CDA), Piet Bukman (CDA), Jeltje van Nieuwenhoven (PvdA), Frans Weisglas (VVD), Gerdi Verbeet (PvdA) en Khadija Arib (PvdA). Vertegenwoordigers van de destijds drie grootste partijen. En daar hadden we meteen het eerste gespreksonderwerp te pakken: waarom maken Kamerleden van kleine partijen geen kans om Kamervoorzitter te worden?

Miniatuurvoorbeeld

Zes Kamervoorzitters op rij. Vanaf links: Deetman, Bukman, Van Nieuwenhoven, Weisglas, Verbeet en Arib. (Foto ANP)

Nu kunt u mij meteen om de oren slaan met de opmerking dat de PvdA met negen zetels mag worden gerekend tot de kleine(re) partijen. Dan heeft u een punt. Maar Arib was al voorzitter toen de PvdA met 38 zetels de tweede partij was. Ze mocht van de rest van de Kamer blijven omdat VVD, CDA en D66 kennelijk geen geschikte kandidaten hadden. En de PVV had al een paar keer eerder tevergeefs geprobeerd het voorzitterschap in de wacht te slepen. Maar het is de partij van Wilders niet gegund, en het zal de PVV ook nooit gegund worden.

"Een Kamerlid dat voorzitter wordt, is niet meer inzetbaar voor de fractie."

Maar partijen als de SP, GroenLinks, ChristenUnie, SGP, 50PLUS en andere kleintjes hebben nooit een voorzitter geleverd. De reden is niet zozeer dat deze partijen geen geschikte kandidaten zouden hebben – SGP'er Kees van der Staaij bijvoorbeeld zou het prima kunnen – maar die partijen kunnen gezien hun omvang geen man of vrouw missen. Een Kamerlid dat voorzitter wordt, is niet meer inzetbaar voor de fractie. Het werk moet door andere partijgenoten, vaak toch al overbelast, worden overgenomen. Die kijken dus wel uit om een fractiegenoot naar voren te schuiven.

Dat pleit ervoor om de Kamervoorzitter, eenmaal gekozen, in de fractie te laten vervangen door de volgende op de kieslijst. Dat wordt de voorzitter het 151ste Kamerlid. Maar zonder stemrecht, om de partij die de voorzitter levert niet te bevoordelen. Dan blijft de Tweede Kamer bovendien het maximum aantal van 150 leden tellen.

"Een Kamervoorzitter moet kunnen rekenen op het vertrouwen van alle leden."

De oud-voorzitters voelen daar in meerderheid wel voor. Het idee is in het verleden eerder opgeworpen, maar heeft het nooit gehaald. De Kamer wil een voorzitter uit de eigen gelederen en niet iemand van buitenaf, wat een 151ste Kamerlid de facto zou zijn. In 1814 is door een van de opstellers van de eerste Grondwet, Gijsbert Karel van Hogendorp, geprobeerd de Kamer te laten leiden door een onafhankelijk ambtenaar, een raadpensionaris. Maar daar voelde het parlement helemaal niets voor. De voorzitter moest uit hun midden komen, mocht niet meepraten, maar wel meestemmen.

Het boek van Gerry van der List draagt de in die zin misleidende titel 'Boven de partijen'. De Kamervoorzitter is lid van een van de partijen en stemt, meestal keurig volgens de fractiediscipline. Hij of zij staat er dus niet boven. Daarom is het essentieel dat een Kamervoorzitter, om goed te kunnen functioneren, kan rekenen op het vertrouwen van alle leden.

Wie dat niet heeft, is verloren. Het overkwam Anouchka van Miltenburg, toen CDA-leider Buma suggereerde dat de voorzitter de discussie een bepaalde kant op wilde sturen. Een stoot onder de gordel. Het wordt Buma door al die naoorlogse Kamervoorzitters tot op de dag van vandaag kwalijk genomen.

Jos Heymans

Politiek columnist Jos Heymans over wat hem opvalt in de Haagse en Europese politiek.