Jaap van Deurzen

Veldslag op de Gooise Gazastrook

13 mei 2018 06:55

Ik ben in oorlog met een bolle bullebak met een honkbalpetje. Zijn herdershond draagt een muilkorf. Ik ben als de dood voor dat beest, omdat-ie waarschijnlijk een peuter heeft opgevreten.

Elke dag loopt de man met Wodan de stad in. Pal tegenover mijn huis, aan de andere kant van de gracht, laat hij het dier schijten. In de winter slaat de damp van de drollen. Na deze onrechtmatige daad loopt hij onaangedaan verder.

Het conflict begint als ik op een dag demonstratief, wijsvinger-wapperend zijn actie afkeur. Veilig aan de overkant van de gracht, dat wel. Het zou heldhaftiger zijn geweest als ik met een honkbalknuppel was gaan zwaaien, maar zo ben ik niet. De stille staar-oorlog begint. Daar komt geen pleister aan te pas.

"De herder zakt door zijn poten en draait bij wijze van bonus nóg een bolus"

Het is waarschijnlijk een vreemd gezicht. Man en hond kijken me hoogmoedig aan met een houding van: wat wil jij dan, flapdrol? Een flauwe glimlach speelt rond de lippen van de man. Soms fluistert hij iets naar beneden. De herder zakt dan door zijn poten en draait bij wijze van bonus nóg een bolus. De spanning hangt in de lucht. De watervogels in de gracht houden heel even hun snavel. En dan gebeurt het.

Mijn geallieerde is in aantocht. Het is een nuffig buurvrouwtje met een bos vuurrood haar en een vermoeid ruggetje. Aan een touwtje trekt ze een platgeslagen hondje dat waarschijnlijk een kruising is tussen een teckel en een fret.

"De vrouw stopt bij het plaats delict en laat het mormel poepen"

De herdershond heeft een diep respect voor dit knaagdier en gaat gevoeglijk opzij. De vrouw stopt bij het plaats delict en laat het mormel poepen. En dan pakt ze demonstratief een plastic zakje en schept de ontlasting op. Ze kijkt de man indringend aan en laat de zak voor zijn gezicht bungelen. De boodschap is duidelijk: zó kan het ook.

De man schudt zijn logge hoofd en laat een middelvinger zien. Nors verlaat hij het strijdperk. Ook de herdershond druipt met de staart tussen de poten af. Ik zet het Wilhelmus op en salueer naar mijn o zo dappere strijdmakker aan de andere kant van de gracht.

In het water begint intussen het volgende conflict. Geloof me, dit is zo'n beetje de Gooise Gazastrook. Gelijk Joden en Palestijnen leefden hier eenden en waterkippen ooit vreedzaam samen. Tot de komst van Willem de Veroveraar, een wild waterhoen met territoriumdrift. Die beschouwt de plas als zijn privédomein en vliegt als een dolle achter elke indringer aan. Veelal zijn dat tamme eenden die hier liggen te dobberen. Soms hangen ze potsierlijk met hun kop onder water en zuigen ze aan onzichtbare plantenstengels.

"Het slagveld is compleet als de terroriserende buurtkat zich laat zien"

De veldslag begint bij zonsopgang. Plots klinkt het geluid van tientallen kwetterende watervogels. Het lijkt op het hysterische gelach van een roedel geestelijk gestoorden. Je bent gelijk klaarwakker. Willem rent als het ware over het water en prikt zijn witte snavel in de eendenkonten. De logge lieverds hoppen de wal op en wachten tot hij de gracht aan de andere kant schoonveegt en duiken dan weer het water in. Zo gaat dat de hele dag door. Een lieve buurvrouw zou Willem wel willen wurgen. 

Het slagveld is compleet als de terroriserende buurtkat Trumpy zich laat zien. De moddervette rode kater is de onbedoelde bondgenoot van Willem de Veroveraar. Zodra het hoen de eenden op de kant heeft gejaagd, sluipt Trumpy op ze af. Eens een jager, altijd een jager.

Maar de obese kater is te log en ploft steeds te laat neer. De eenden liggen al in de plomp. Pissig poept hij een perk vol, het is een grove schending van het oorlogsrecht. De avond valt. Na een dag vol conflicten keert de rust aan het front weer.

Jaap van Deurzen