Jaap van Deurzen

Beroofd

01 april 2018 06:24

Ze belt rond half elf 's avonds. Dat doet ze normaal nooit. Het is gebeurd, denk ik: mijn moeder van over de negentig is er niet meer. Maar dan dringt plotseling tot me door dat ze het zelf is.

"Ik ben beroofd", zegt ze luchtig, misschien zelfs wel een tikkeltje triomfalistisch. Gefeliciteerd, floep ik er bijna uit. Want er zit ruis tussen haar toon en het drama. Maar dan komt het trieste verhaal.

"Ze pakt mijn wankele moeder bij de arm en leidt haar de slaapkamer in"

Het gebeurt 's middags. Een keurig geklede dame staat voor de deur en zegt in zwaar geaccentueerd Nederlands: "Ik kijken hoe jij gaat!" Sinds de aftakeling van de ouderenzorg, waarbij bejaarden gedwongen langer thuis wonen, komen artsen af en aan in de aanleunwoning. In multicultureel Rotterdam zijn die ook van buitenlandse afkomst. Niks mis mee. Prima vaklui. Van wantrouwen is absoluut geen sprake.

"Ik heb een ontsteking in mijn maag", zegt mijn moeder moedeloos. Het is het haakje dat de vrouw nodig heeft om haar verhaal aan op te hangen. "Ja, daarom ik jou onderzoeken, moet van dokter." Ze pakt mijn wankele moeder bij de arm en leidt haar via de hal de slaapkamer in. 

Ik zie mijn ma voor me. Klein, gekrompen en kromgetrokken als een hoepel. Lijdend aan alles wat je zoal in het medisch handboek tegenkomt. Haar ooit zo sterke gestel is veranderd in smeltend fondant. Trillend als een espenblad, met de handen tegen de muur, schuifelt ze door het vertrek, als de dood voor de dood.

"Mijn moeder hoort het geluid van allerlei kastdeurtjes die geopend worden"

Maar er mankeert niets aan haar verstand. Dat er al eerder iemand van de huisartsenpost langs is geweest, vindt ze vreemd. Schoorvoetend laat ze zich leiden en ploft op bed. De vrouw sjort haar broek naar beneden en zegt dat ze haar buik wil onderzoeken. De tactiek is duidelijk: als ze met haar broek omlaag ligt, komt ze niet zo makkelijk het bed weer uit. "Zo terug", zegt de vrouw.

Mijn moeder hoort het geluid van allerlei kastdeurtjes die geopend worden. De angst slaat toe. "Dit klopte niet! Mijn hart ging tekeer", zegt ze later tegen mij. Vertwijfeld trekt ze haar stretchbroek omhoog en schreeuwt: "Hé, wat doe je?" In de andere kamer antwoordt de vrouw: "Ik handdoek zoeken. Ik helpen."

"Niks helpen! Eruit!" gilt mijn moeder. Zonder rollator strompelt ze de kamer in. "Jij naar wc, ik heb plas nodig", commandeert de vrouw verbeten. Ze duwt het tegenstribbelende mensje richting badkamer. "Jij bent helemaal geen dokter", protesteert mijn moeder onmachtig!

"Dan ik koffie zetten!" En, opeens, alsof er een vonk uit het verleden overslaat, roept de strijdbare vrouw die mijn moeder ooit was: "Jij blijft met je pokkenpoten van die koffie af. D'R UIT!"

"Verbijsterd blijf ik achter. Uit welk stinkend riool ben je gekropen als je dit soort dingen doet?"

In de hal komt een buurvrouw naar buiten en ziet een wildvreemde man. "Ik wacht op lift", antwoordt hij op de vraag wat hij daar doet. Maar er is geen lift te bekennen. Die is een gang verder. De man rent weg. Zijn handlangster, die nog binnen is, wordt mobiel gebeld en ook zij neemt de benen. Exit Florence Nightingale.

De politie komt. Mijn moeder doet aangifte. Er is een portemonneetje met 250 euro gestolen. De camerabeelden rond de flat zullen worden bekeken, maar daar moet eerst een rechter aan te pas komen. Ook verdachten hebben recht op privacy.

Verbijsterd blijf ik achter. Uit welk stinkend riool ben je gekropen als je dit soort dingen doet? Volgens de politie is dit schering en inslag en de impact is groot. Mijn moeder is bang, 's nachts kraakt de flat. "Ik wil hier weg!" En dan, bijna smekend: "In wat voor wereld leven we?"

Vandaag wordt ze 92. 

Jaap van Deurzen