Jos Heymans

Politicus van het jaar

30 december 2017 06:00

Politiek columnist Jos Heymans over wat hem opvalt in de Haagse en Europese politiek

Wij Nederlanders zijn verzot op lijstjes, zeker aan het einde van het jaar. Waar koop je de lekkerste oliebol, wie wordt uitgeroepen tot politicus van het jaar, welke talenten gaan in 2018 doorbreken? Het is een leuke vrijetijdsbesteding, niet meer dan dat. Hecht er alsjeblieft geen waarde aan; het stelt helemaal niks voor.

En stel dat de politici de journalist van het jaar gaan kiezen; daar zitten we toch niet op te wachten?

Ik moet de hand in eigen boezem steken, waar het gaat om het meewerken aan iets dat geen waarde heeft. Als bestuurslid van de Parlementaire Pers Vereniging heb ik samen met twee collega’s jarenlang de verkiezing van de politicus en van het politiek talent van het jaar georganiseerd. Dat was best een klus. Je moest je de blaren op de tong praten om de parlementaire journalisten te overtuigen vooral mee te doen. Lang niet iedereen was bereid om zijn of haar voorkeur bekend te maken.

Er waren zeker serieuze bezwaren. Waarom moet ik een politicus van het jaar kiezen? Daar ben ik als journalist niet voor ingehuurd; ik hoor verslag te doen van politieke gebeurtenissen, ik ben geen jurylid. En stel dat de politici de journalist van het jaar gaan kiezen; daar zitten we toch niet op te wachten? Hoe geloofwaardig ben je nog als politici jou de beste journalist van het Binnenhof vinden? Daar moet je toch niet aan denken.

Als wraak voor de geringe medewerking kochten we de meest afzichtelijke beker die er te vinden was om de nukkige politicus te eren.

Langzaam kalfde de belangstelling voor de verkiezing af. Aanvankelijk koos de parlementaire pers ook de slechtste politicus van het jaar. Daar is na enige tijd mee gestopt; politici met die titel waren niet bereid om de prijs in ontvangst te nemen en zichzelf voor een groot publiek voor schut te zetten. De verkiezing werd live op radio uitgezonden en ’s avonds verscheen een ingekorte versie op tv. Daar zat geen minister of Kamerlid op te wachten.

Maar ook degenen die kans maakten op de titel politicus van het jaar of politiek talent waren soms moeilijk te overtuigen om naar de uitreiking te komen. Ze wilden vaak zeker weten dat ze gewonnen hadden, anders kwamen ze niet. Inderdaad kinderachtig, maar we hadden er maar mee te dealen. We wilden de winnaar in de uitzending. Als wraak voor de geringe medewerking kochten we de meest afzichtelijke beker die er te vinden was om de nukkige politicus te eren.

Inmiddels is de verkiezing ter ziele; er wordt nog wel een politicus van het jaar gekozen, maar niet meer door de parlementaire journalisten. De belangstelling van de pers nam jaar op jaar af; het was niet meer waar dat de politicus door een groot aantal parlementaire journalisten werd gekozen. Maar veel belangrijker; er werd aan de verkiezing veel te veel waarde gehecht. Laatst nog bij de vorming van het kabinet Rutte-3; over Wouter Koolmees en Carola Schouten werd geschreven dat deze kandidaat-ministers door de parlementaire pers ooit waren verkozen tot politiek talent van het jaar. Alsof het een rechtvaardiging betrof van de keus van hun partijleiders.

Geert Wilders werd door het publiek vier keer gekozen tot politicus van het jaar (2010, 2013, 2015 en 2016); bij de journalisten lukte hem dat alleen in 2007

Er zat ook iets raars aan. Zo kon iemand zowel tot de beste als de slechtste politicus worden verkozen. Het overkwam Jozias van Aartsen in 2003 (beste) en in 2004 (slechtste). Ook waren er grote verschillen tussen de keus van het publiek en van de pers. Geert Wilders werd door het publiek vier keer gekozen tot politicus van het jaar (2010, 2013, 2015 en 2016); bij de journalisten lukte hem dat alleen in 2007. Wat weer voeding gaf aan Wilders’ overtuiging dat de pers links is. Daarom wordt PVV’ers tot op de dag van vandaag ten sterkste ontraden in perscentrum Nieuwspoort te komen; ze hebben daar niks te zoeken, vindt Wilders.

Hoewel de verkiezing tot politicus of talent van het jaar eigenlijk niks voorstelt (er zijn geen kwaliteitseisen waaraan iemand moet voldoen; het is een beauty contest), valt het op dat verkozen politici - zeker de talenten - er doorgaans niet slechter van worden. Ze worden er zelfs premier mee (Rutte), minister (Koolmees, Schouten) of vooraanstaand fractievoorzitter (Dijkhoff).

Of ze waren dat al (Kok, Lubbers en Balkenende als premier, Hennis en Dijsselbloem als minister, en Marijnissen en Sap als fractievoorzitter), gebiedt de eerlijkheid te zeggen.