Jaap van Deurzen

Was will das Weib?

31 december 2017 06:00

Vrouwlief Blond is hersteld van de griep – die geen griep was, maar een verkoudheid. Die duurde in mijn beleving ongeveer zes weken. Ik ben kapot. Met hernieuwde krachten sprint ze tijdens de feestdagen weer door het leven. Tot ze voor haar klerenkast staat en ik het aloude mantra hoor dat klinkt als een desperaat repeteergeweer: "Ik heb helemaal niks om aan te trekken!" 

Als ik nu een euro krijg van elke man die op enig moment in zijn leven hetzelfde heeft gehoord, kan ik me zorgeloos terugtrekken op een tropisch eiland.

"Met wat ik zie hangen in de klerenkast, kun je alle vrouwen van een gemiddeld Zeeuws dorp aankleden."

Op mijn leeftijd ontkom je niet aan een leesbril, maar voor de rest kan ik op 300 meter het geslacht van een vlieg bepalen, mijn zicht is prima. En ik zie de moeder aller uitpuilende kledingkasten voor me. Daar kun je alle vrouwen van een gemiddeld Zeeuws dorp mee aankleden. "Ja, wat daar hangt is van voor de Eerste Wereldoorlog, alles is oud", kermt Blond.

Zo heren, dat is nog een euro. 

Ze heeft maatje 36 en als ze een met bloed besmeurd slagersschort aantrekt, staat het nog fabuleus. Toch gaat ze in wanhoop de stad in en komt ze met lege handen thuis. En dan zegt ze: "Ik zag toch zo’n mooi jurkje! Alle vrouwen in de winkel zeiden: wat staat dat je móóóói! Maar ik heb het niet gekocht. Daar heb ik spijt van."

Ja, heren, wat doe je dan? Leve de liefde! Je knalt een hamer op je spaarvarken, stapt in de koets en koopt dat jurkje. Het is een flinterdun, gifgroen kanten kleedje. Je tikt een slordige 200 euro af en met de voorpret van de gulle gever deponeer je het pakje in de vroege ochtend onder de kerstboom.

"In haar handen, voeten en billen stroomt geen bloed, maar freon."

In mijn geval is dat een fout moment. Blond is een langzame starter. Een soort dieselmotor bij 33 graden onder nul. Daar moet eerst wat warms in, maakt niet uit wat, koffie, thee of opgewarmde pokon. "Staat die kachel aan?" bast ze bozig als ze de trap afkomt. Het is het tweede mantra in onze liefdevolle loopgravenoorlog. Ik heb het altijd warm, zij heeft het altijd koud. 
 
Daar gaat weer een eurootje, mannen. In haar handen, voeten en billen stroomt geen bloed, maar freon, dat is een chemische verbinding die in koelsystemen wordt gebruikt. Daar kun je niet tegenop stoken. Het compromis staat nu op 23 graden. 
 
's Avonds sluip ik achter gesloten gordijnen gekleed in teenslippers door het pand. Zij ligt met een ijsmuts op onder een dikke molton deken op de bank. Onze buurman, die voor noodgevallen een sleutel van ons huis heeft, kwam een keer onverwacht de kamer in en dacht dat hij in een gesticht voor gestoorden was beland.

"Ze overlaadt me met complimenten voor mijn lieve actie en zweert dat ze niet boos is."

En dan ziet ze het pakje onder de boom. "Dat is toch niet dat jurkje, hè?" klinkt het dreigend. "Dat wil ik niet, hoor! Heb ik ook gezegd." Het voelt alsof ik onder de aanstormende hoeven van Rudolf het edelhert terecht ben gekomen. "Maar..." stamel ik onthutst. "Het stond toch zo mooi?" "Ja, dat wel, maar dat trek ik maar één keer per jaar aan, en dan hangt het verder in de kast."

Ja, naast die andere 600 jurkjes, piept een vilein stemmetje in mijn achterhoofd. Ze overlaadt me met complimenten voor mijn lieve actie en zweert dat ze niet boos is, maar verrukt. Ze heeft nu een tegoedbon van twee meier. 
 
Heren! Was will das Weib? De vraag stellen is hem beantwoorden. Zelfs Freud kwam er niet uit, en die had er voor doorgeleerd. Het nieuwe jaar komt eraan en ik zeg: moedig en vooral liefdevol voorwaarts!

Jaap van Deurzen