Roel Geeraedts

Wil de echte oppositieleider opstaan?

08 juli 2017 06:00

Terwijl de formatie van een nieuw kabinet in de slow-cooker zit, kunnen de potentiële oppositiepartijen deze zomer alvast over hun eigen strategie nadenken. Wie staat vanaf september op als de onbetwiste oppositieleider in de Tweede Kamer?

Vaak is de grootste partij die buiten de boot valt, leider van de oppositie. Dat zou dus Geert Wilders zijn. Maar met zijn PVV plaatst hij ook zichzelf liefst buiten de Haagse mores. En de meeste andere oppositiepartijen mijden iedere vorm van samenwerking. Officieel mag Wilders zich oppositieleider noemen, maar in de praktijk is hij het niet.

Vooral buiten de Tweede Kamer is hij de echte oppositieleider. Dat toonde hij maar weer eens aan door afgelopen week in Arnhem te demonstreren tegen de benoeming van Ahmed Marcouch als nieuwe burgemeester. Het was het begin van de slag om Arnhem –​ Wilders hoopt daar in maart mee te doen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Hij haalde dus een politiek-strategische publiciteitsstunt uit. Met matig succes: zo veel mensen kwamen er nu ook weer niet opdagen, al haalde hij er wel de lokale media mee.

"Roemer heeft afgelopen jaren al vaker aangetoond dat hij geen echte oppositieleider is."

Ook op de linkerflank is nog niet duidelijk wie het voortouw neemt als oppositievoorman. Jesse Klaver wil van zijn GroenLinks graag een beweging maken waar alle andere linkse partijen kiezers aan gaan verliezen. En dus proberen zowel Emile Roemer (SP) en Lodewijk Asscher (PvdA) hem zo min mogelijk in de spotlights te hebben.

Roemer heeft afgelopen jaren al vaker aangetoond dat hij geen echte oppositieleider is. Zijn debatkunsten vallen vaak tegen. Dat maakt hem vooral bij grote, belangrijke debatten wat flets en soms zelfs vrijwel onzichtbaar. Terwijl je als politicus juist bij die debatten moet shinen als een felle zomerzon.

Waarschijnlijk gaan Klaver en Asscher strijden om het oppositieleiderschap. Asscher is al begonnen met zijn campagne, terwijl hij nog onderdeel uitmaakt van het demissionaire kabinet. Zijn pleidooi voor hogere salarissen voor leraren was pure politieke profilering.

Dat viel overigens niet al te goed bij coalitiegenoot VVD. Asscher krijgt daar nog wel een politieke rekening voor gepresenteerd. Want ook de partijen die straks in een kabinetscoalitie zitten, hebben invloed op wie 's lands oppositieleider wordt.

In debatten kan de VVD er bijvoorbeeld voor kiezen om telkens Jesse Klaver te bestempelen als de leider van de oppositie. Om zo Lodewijk Asscher en zijn PvdA weg te zetten als een miezerig klein en onbeduidend links partijtje.

Hoewel er nog lang geen nieuw kabinet op het bordes staat, staan de volgende verkiezingen al voor de deur.

Wel valt op dat Asscher het debat met Wilders niet schuwt. Zijn voorganger Diederik Samsom dacht dat het slim was om in debatten Wilders niet al te veel uit te dagen. Dat zou de PVV alleen maar meer publiciteit opleveren. Asscher daarentegen is al een paar keer uit zijn achterste bankjes geschoten om Wilders verbaal aan te vallen.

Jesse Klaver heeft dus een geduchte concurrent. En er staat veel op het spel. Want hoewel er nog lang geen nieuw kabinet op het bordes staat, staan de volgende verkiezingen al voor de deur.

De gemeenteraadsverkiezingen in maart zijn razend belangrijk voor Klaver en Asscher. GroenLinks kan de behaalde verkiezingswinst vertalen naar lokaal niveau. En voor Asscher kan succes in de gemeenten het begin betekenen van herstel van de PvdA. Zo zou hij met maar negen zetels toch kunnen uitgroeien tot onbetwiste oppositieleider.

Roel Geeraedts