Buitenland

IS in Libië, moet het Westen ingrijpen?

04 februari 2016 20:34 Aangepast: 04 februari 2016 21:25
Beeld © AFP

Westerse landen overwegen om militair in te grijpen in Libië. Reden is de opmars van terreurgroep IS. Maar wat wil IS precies in Libië en wat kan en wil het Westen daar tegen doen? Een overzicht in vijf vragen.

Hoe groot is Islamitische Staat in Libië?
IS controleert 150 kilometer kuststrook van Libië rondom de stad Sirte.

Thumbnail

Vanuit dat gebied pleegt IS aanslagen, bijvoorbeeld op olie-installaties, vertelt Libiëkenner Jan Michiel Otto, hoogleraar in Leiden. Het Amerikaanse ministerie van Defensie schat dat er 5000 tot 6.500 IS-strijders in het gebied zitten  Dat zijn er twee keer zoveel als een paar maanden geleden werd geschat. Veel van hen komen uit het buitenland. Helemaal onder controle heeft IS het gebied trouwens niet, zegt Otto. ‘Er is binnen de stad enig verzet. Er is een sniper die de afgelopen tijd verschillende IS-mensen heeft doodgeschoten’.

Hoe heeft IS zo groot kunnen worden?
Nadat dictator Khadaffi ​in 2011 werd verdreven, ontstond er een machtsvacuum waar honderden gewapende groeperingen met hun eigen agenda’s insprongen. Sinds zomer 2014 zijn er zelfs twee verschillende regeringen die elk een deel van het land proberen te controleren. . IS is een van de gewapende groepen, en heeft de macht kunnen grijpen in Sirte. Elders is dat IS niet gelukt, zoals in Derna. Otto: ‘Sirte is de stad waar Khadaffi vandaan kwam. Veel mensen daar voelden zich na de revolutie niet happy omdat ze aan de verkeerde kant stonden. Een deel van hen heeft zich nu bij IS aangesloten.’ Daarnaast lijkt het wetteloze en uitgestrekte Libië een  ideale plek voor nieuwe aanwas van IS om naar toe te reizen. 

Waarom is de opmars van IS een probleem?
Ten eerste is IS een probleem voor heel veel Libiërs. Het leven onder IS is nu eenmaal bepaald geen pretje. Voor minderheden is het ronduit levensgevaarlijk. Vorig jaar onthoofdde IS tientallen Egyptische en Ethiopische christenen in het land.

Maar ook Europa heeft een probleem. IS kan aanslagen voorbereiden in het land. Ook kunnen ze jihadisten opleiden voor de strijd in Irak en Syrië. Verder is het onmogelijk om de vluchtelingenstroom naar Italië te stoppen zolang er geen regering is die de controle heeft over de Libische kust. Mensensmokkelaars kunnen nu vrij hun gang gaan.

En dan is er nog de olie. Libië heeft de grootste reserves van heel Afrika. Het zou desastreus zijn als IS daar de beschikking over krijgt. Dat gebeurt nog niet maar de terreurgroep richt al wel een hoop schade aan.

Thumbnail

Otto: "Vorige maand viel IS een enorme terminal aan bij Ras Lanuf. Daarbij gingen miljoenen vaten olie in vlammen op. Dat was een groot drama voor Libië. Een groot verlies van geld."

Wat kan het Westen doen in Libië?
Sommige Westerse landen overwegen nu om troepen naar Libië te sturen. 6000 Britse en Italiaanse troepen zouden het Libische leger moeten gaan trainen om de strijd aan te gaan met IS. En er wordt gesproken over het bombarderen van Islamitische Staat net als in Syrië en Irak.

Maar is dat een goed idee?
Volgens Otto kan dat heel verkeerd uitpakken zolang er geen betrouwbare regering is in Libië om mee samen te werken. De VN en de EU hebben daarom het  afgelopen jaar stevig druk uitgeoefend op de twee rivaliserende regeringen in Libië om samen te gaan. Dat lijkt te lukken, al is er ook steeds weer onenigheid; onder meer over de vraag wie het leger moet leiden. 

Otto: "Voor je het weet steun je de verkeerde, of creëer je grote onvrede. In Irak heeft de VS het echt verprutst door alle Baath-mensen naar huis te sturen. Daardoor is IS juist ontstaan. Dat zou zich zomaar kunnen herhalen. We moeten ons heel goed blijven informeren. Veel politici willen iets doen; de wijsheid van Obama is dat hij lessen trekt uit de fouten van Bush. Dus: kalm aan, niet overhaast ingrijpen en als je al iets doet, niet te snel schieten."

Daarnaast zit de Libische bevolking niet te wachten op Westerse troepen: Otto: "Direct na de val van Khadaffi werd een grote enquête gehouden in Libië met de vraag of buitenlandse troepen in het land welkom waren. Het overweldigende antwoord was: dat willen wij niet. Dat leeft nog steeds vrij sterk. Dat moet je niet onderschatten."

`