EU-plan vluchtelingen

Waarom het plan om vluchtelingen te spreiden, op zoveel weerstand stuit

27 mei 2015 05:26 Aangepast: 27 mei 2015 09:28
Een bewoner van het asielzoekerscentrum in Kamp Zeist in 2014. Beeld © ANP

Bootvluchtelingen die Europa via de Middellandse Zee proberen te bereiken, moeten eerlijker over de lidstaten van de Europese Unie worden verspreid. Daarvoor wordt vandaag een plan gepresenteerd. Vijf vragen.

1. Wat is het probleem?
Al jaren wagen duizenden migranten in gammele bootjes de oversteek naar Europa. Hun aantal groeit. Alleen al dit jaar zijn er meer dan 60.000 migranten overzee in Europa aangekomen. Bijna de helft zet voet aan wal in Italië, maar ook Malta en Griekenland krijgen veel vluchtelingen te verwerken. Opvangcentra zijn overvol en het zorgen voor deze migranten is ook financieel een zware last. Daarnaast komen veel vluchtelingen om het leven tijdens de overtocht. De Verenigde Naties schatten dat alleen al dit jaar 1380 migranten zijn verdronken. Nadat in april een boot met naar schatting 800 migranten was gezonken, kon Europa niet langer wegkijken. De Europese Commissie beloofde een nieuwe aanpak: mensensmokkel beter tegengaan, meer vluchtelingen van zee redden, en vluchtelingen herverdelen over de lidstaten.

2. Wie zijn die migranten? 
Een deel van de vluchtelingen komt uit conflictgebieden als Syrië. Ze zijn op de vlucht geslagen voor oorlogsgeweld. Daarnaast reizen veel mensen uit Eritrea naar Europa. Ook zij lopen gevaar in eigen land. Een andere grote groep komt uit Afrikaanse landen als Ivoorkust, Gambia en Senegal. Deze mensen, voornamelijk jongeren, zien geen toekomst in eigen land. De overheid is vaak corrupt, de scholing is slecht en er is weinig zicht op een goede baan. Ze hopen op een beter leven in Europa, maar worden daar door veel mensen als 'gelukszoekers' gezien.

3. Wat houdt het plan in? 
Volgens bronnen rond de commissie moeten de lidstaten een groep van 40.000 migranten herverdelen. Het zou gaan om vluchtelingen, voornamelijk Syriërs en Eritreërs, die voldoen aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning. Deze mensen zitten nu in opvangcentra in Italië en Griekenland. Via een verdeelsleutel die rekening houdt met de grootte van de bevolking, welvaart, het werkloosheidspercentage en het aantal vluchtelingen dat een land de afgelopen jaren al heeft opgenomen, worden deze mensen over de verschillende lidstaten verdeeld. Op basis van deze verdeelsleutel zou Duitsland de meeste vluchtelingen moeten opnemen: zo’n 18,4 procent. Nederland zou  4,3 procent van de vluchtelingen moeten opnemen, 1740 mensen. Dit komt boven op een eerder plan, waarbij 20.000 vluchtelingen van buiten de EU over de landen worden verdeeld. Het gaat dan om Syrische vluchtelingen die in kampen in Libanon en Jordanië zitten. Van deze mensen zou Nederland er 732 moeten opnemen.

4. Heeft het plan kans van slagen? 
Het stuit op veel weerstand. Grote landen als Frankrijk en Spanje willen niet meedoen. Hongarije noemt het 'gekkenwerk'. Ook Nederland reageert afhoudend. Veel Noord-Europese landen stellen als belangrijke voorwaarde dat Italië en Griekenland de migranten beter registreren. Bovendien hoeven Groot-Brittannië, Ierland en Denemarken sowieso niet mee te doen. Die hebben bij toetreding tot de Europese Unie afgesproken dat zij niet gebonden zijn aan Europese afspraken over asielzaken en immigratie. Toch heeft Ierland evengoed aangeboden om het aantal vluchtelingen op te nemen dat het volgens de verdeelsleutel zou krijgen. Voorstanders van het plan zijn de landen die nu zwaar gebukt gaan onder de last van de migranten: Italië, Griekenland en Malta.

5. Zijn er nog andere oplossingen? 
Tegenstanders van het plan willen dat Europa meer inzet op het voorkomen van migratie. Zo wil Groot-Brittannië dat meer wordt gedaan om mensensmokkelaars aan te pakken. Ook gaan er stemmen op voor een betere samenwerking met landen als  Libië en Egypte om te voorkomen dat migranten vanuit deze landen naar Europa vertrekken. Maar zeker met Libië is het lastig om afspraken te maken, omdat de politieke situatie daar ronduit chaotisch is en de regering geen grip heeft op een groot deel van het land. Verder willen verschillende landen, waaronder Nederland, meer investeren in de economie van Afrikaanse landen. Daarmee hopen ze te bereiken dat minder Afrikaanse jongeren naar Europa afreizen. Minister Ploumen maakte gisteren bekend hier 50 miljoen euro voor uit te trekken. 

`