Economie

DNB: In 2020 nog steeds 350.000 hypotheken onder water

07 oktober 2015 13:00 Aangepast: 07 oktober 2015 13:15
Beeld © RTL Z

De huizenprijzen stijgen al weer even, maar ook als dat doorgaat zullen in 2020 nog altijd tussen de 250.000 en 350.000 huishoudens met hun hypotheek onder water staan.

Dat zegt De Nederlandsche Bank (DNB) in het halfjaarlijkse ''Overzicht financiële stabiliteit''.

Daarbij is er vanuit gegaan dat de huizenprijzen de komende jaren met 2 tot 3 procent per jaar blijven stijgen. Dat komt bij elkaar opgeteld uit op een prijsstijging van tussen de 10 en 16 procent.

Huiseigenaren 30-40 jaar hebben vaak restschuld
De Nederlandse hypotheekschuld is in totaal meer dan 95 procent van het bbp. Dat is één van de hoogste van de wereld. Vooral dertigers zijn getroffen. In het eerste kwartaal van dit jaar was de hypotheek voor 61 procent van de huiseigenaren tussen de 30 en 40 jaar nog hoger dan de waarde van het huis. Als zij moeten verkopen, dan zijn hun financiële buffers over het algemeen niet genoeg om de restschuld te voldoen.

Er zijn wel huiseigenaren geweest die vrijwillig extra hebben afgelost, maar dat heeft volgens DNB de problematiek van restschulden maar beperkt verkleind. Maar 11 procent van de extra aflossingen resulteerde erin dat de hypotheek niet meer onder water stond.

Grotere regionale verschillen huizenmarkt 
​De huizenprijzen stijgen in grote delen van Nederland, vooral in de randstad en de grotere steden. Het herstel op de woningmarkt komt mede door de lage rente. Daardoor kunnen mensen meer geld lenen en de woonlasten worden gedrukt. In vergelijking met het dieptepunt van de markt in 2013 zijn huizenprijzen 6 procent hoger.

Verreweg het best gaat het in Amsterdam, waar de situatie op de woningmarkt al tekenen van overspanning laat zien. Voor eenderde van de huizen die binnen de ring wordt verkocht, wordt meer dan de vraagprijs geboden. Aan de randen van Nederland liggen huizenprijzen echter nog altijd onder de top van 2008.

Na 2018 nóg minder lenen?
Tot 2018 wordt het bedrag dat huizenkopers kunnen lenen afgebouwd. Over drie jaar kun je niet meer dan de koopsom lenen en dus niet meer de aankoopkosten. DNB vindt dat dat bedrag verder omlaag moet. Het Financieel Stabiliteitscomité adviseert om het bedrag dat geleend kan worden te verlagen tot 90 procent van de koopsom. Kopers zullen dus 10  procent zelf moeten sparen, plus de aankoopkosten. Het IMF wil zelfs dat het leenbedrag sneller en meer wordt verlaagd.

De gedachte achter een lager bedrag dat kan worden geleend is dat (vooral jongere) huizenkopers minder snel met een restschuld te maken krijgen. Daarnaast zou het banken minder snel met slechte leningen opzadelen.