Economie van overmorgen – deel 4

Hoeveel globalisering verdraagt de mens?

550be67d7c2c00c55d5959d3_beeld-groot.jpg550be52b6ff2e2f45732f31b_beeld-klein.jpg550be51e7c2c00c55d59599d_beeld-middel.jpg
22 maart 2015
H

et is fijn om voor een habbekrats de wereld over te kunnen vliegen en overal de vertrouwde H&M binnen te kunnen lopen. Maar wat hebben we straks zelf nog te zeggen over de kwaliteit en productie van de spullen die we kopen als het voorgenomen vrijhandelsverdrag (TTIP) tussen de VS en de Europese Unie er komt? De euro en democratie lijken in toenemende mate met elkaar op gespannen voet te staan, en eurokritische partijen krijgen steeds meer aanhang. Wat gaat er mis? En hoe kan het beter? Daarover gaat deel 4 van de reeks De economie van overmorgen, waarin Hella Hueck (RTL Z) en econoom Robert Went van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de kennis van vandaag proberen te vertalen naar de samenleving van de toekomst.

21 februari 2015, Brussel. De Eurogroep-vergadering over Griekenland is rond middernacht eindelijk afgelopen. ‘Wat gaat u zeggen tegen de Griekse bevolking, wier democratie u zojuist verpletterd heeft?’ vraagt de Britse journalist Paul Mason op de persconferentie. De Grieken hadden tijdens de verkiezingen, vier weken eerder, massaal laten weten onder het juk van de zogeheten Trojka uit te willen. Maar de Europese ministers van Financiën, de Duitse minister Schäuble voorop, zijn onwrikbaar: Griekenland blijft onder streng toezicht van het IMF, de Europese Centrale Bank en de Europese Unie en moet nieuwe bezuinigingen doorvoeren. De voorzitter van de Eurogroep Jeroen Dijsselbloem kijkt geïrriteerd, en antwoordt Mason afgemeten dat hij de vraag niet ‘open en objectief’ vindt. Vervolgens duikt hij in de technische details van de deal.

Euro versus democratie

De voorzitter van de eurogroep spreekt natuurlijk namens de kiezers van alle eurolanden, maar toch wringt er iets in de Europese democratie. Wat voor zelfbeschikkingsrecht hebben de Grieken nog? Hebben schuldeisers uiteindelijk de doorslaggevende stem over welk beleid een land binnen de eurozone voert? En met welke legitimatie dan? De bekende historicus Timothy Garton Ash formuleerde het toenemende ongemak hierover mooi: “De Finse vicepresident van de Europese Commissie, Jyrki Katainen, reageerde op de verkiezingszege van Syriza met de uitspraak: ‘Verkiezingen maken niet dat we ons beleid gaan veranderen.’ Nou, reken maar van wel. Dat heet democratie, de allerbeste Europese politieke uitvinding ooit.”

De introductie van de euro, en alles wat sindsdien gebeurd is om die overeind te houden, heeft behoorlijk wat overhoop gehaald in Europa. Basale democratische principes zijn ingeleverd, 27 nationale parlementen hebben over steeds minder zaken beslissingsbevoegdheid terwijl het machtscentrum, niet in Brussel maar in Berlijn, de afgelopen jaren steeds sterker is geworden. De verzuchting van Henry Kissinger (en velen na hem) dat je in Europa nooit weet wie je moet bellen als er problemen zijn, is achterhaald: Angela Merkel is de ongekroonde Queen of Europe.

Europa wil een stevig machtsblok zijn in de wereld dat zich kan meten met de VS en China. Maar tegelijkertijd willen wij in Nederland zélf over onze eigen wetten blijven gaan. Het VVD-Kamerlid Joost Taverne doet daar nog een schepje bovenop: hij wil de macht van het internationale recht inperken. Volgens Taverne zitten we met alle internationale verdragen die we getekend hebben inmiddels met een democratisch gat.

550c1092c2e2e3f557562b54_kraken-groot.jpg550c10e27c2c00c55d59604b_kraken-klein.jpg
Kraken verbieden of niet? Mogen we dat zelf in Nederland oplossen, of beslissen Europese juristen op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens?

You can’t always get what you want.

Trilemma : er zijn drie opties, maar je kunt er maar twee tegelijkertijd kiezen.

Europa laat op dit moment pijnlijk zien waar de Turkse Harvard-econoom Dani Rodrik al jaren voor waarschuwt. We zitten klem in een politiek trilemma: democratie, economische integratie en nationale soevereiniteit gaan niet samen. We moeten er twee kiezen. De menukaart voor globalisering ziet er zo uit:

Infographic - Volvo S40 550c1bc46ff2e2f45732f7cc_gfx-menukaart-small.png

Menu 1
Nationale staat en democratie: Bretton Woods

550be8fbafd603c85d5dcd02_brettonwoods-groot.jpg550bf0fc6ff2e2f45732f437_brettonwoods-small.jpg
De top in Bretton Woods van 1944 – Bron: getty 

Deze combinatie floreerde net na de Tweede Wereldoorlog. Op een grote financieel-economische top in het Amerikaanse Bretton Woods (1-22 juli 1944) werden de spelregels vastgelegd voor de nieuwe wereldorde na de oorlog. Daar werd afgesproken de internationale handel actief te bevorderen. Er werd een begin gemaakt aan het Marshall-plan. In Europa was geld niets meer waard door inflatie, er was een grote werkloosheid en een enorm tekort aan financiële middelen om de goederen en oorlogsschulden te kunnen betalen, en voor de wederopbouw.

Tegelijkertijd werd besloten het grensoverschrijdende kapitaalverkeer sterk te beperken en reguleren. Zo zouden landen de ruimte houden om hun eigen economisch beleid te voeren en zelf te bepalen wat nodig was voor hun ontwikkeling. Dat werkte. De jaren 1945-1973 kenden gemiddeld hoge groei, en landen hadden een dienstbare, kleine financiële sector. In de wetenschappelijke literatuur wordt wel over de ‘gouden jaren van het kapitalisme’ gesproken.

Menu 2 
Nationale staat en globalisering: Gouden dwangbuis

550c0b827c2c00c55d595f47_sb-groot.jpg550c179b7c2c00c55d596116_sb-klein.jpg
Multinationals in het straatbeeld – Bron: istock 

Globalisering lijkt onomkeerbaar en onvermijdbaar. Kapitaal is met één druk op de knop te verplaatsen naar een ander land. Multinationals kiezen het land met het laagste belastingtarief uit voor hun hoofdkantoor. Nationale staten voelen zich gedwongen hun wetgeving en beleid zó aan te passen dat ze aantrekkelijk zijn voor buitenlandse investeerders. Subsidies worden afgeschaft, staatsbedrijven geprivatiseerd. Volgens de Amerikaanse journalist Thomas Friedman leidt dit tot een ‘golden straightjacket’ – een gouden dwangbuis. Je economie groeit. Maar de politieke keuzemogelijkheden van je burgers worden gemarginaliseerd.

“Wanneer je land in de gouden dwangbuis stapt, worden je politieke keuzes gereduceerd tot Pepsi of Coke – tot  kleine nuances in smaak en beleid, kleine aanpassingen in ontwerp om rekening te houden met lokale tradities, en dingen die wat losser kunnen hier of daar. Nooit tot grote afwijkingen van de centrale gouden regels”
Thomas Friedman

De beloftes van politici en economen over wat globalisering, Europese integratie en de euro de burger zouden opleveren, zijn niet uitgekomen, of maar gedeeltelijk. We kregen wel minder democratie, maar niet de extra groei die daar volgens Thomas Friedman tegenover zou staan. We kregen ook niet het door het CPB van Coen Teulings beloofde weeksalaris erbij dankzij de introductie van de euro. Intussen nemen de verschillen binnen Europa toe, net als de twijfel over de onomkeerbaarheid van de invoering van de gemeenschappelijke munt.

Menu 3 
Globalisering en democratie: Wereldregering

550c0be9c2e2e3f557562ac0_vn-groot.jpg550c1de9c2e2e3f557562dda_vn-klein.jpg
Beslissen op wereldniveau  – Bron: ANP 

Er is nog een derde optie. Dan combineer je verregaande economische integratie met het verplaatsen van de democratie naar een hoger niveau. Een wetgevend Europees parlement met een serieus eigen budget, dat een Europese regering kan benoemen en naar huis sturen, zou dat bijvoorbeeld zijn. En een wereldparlement met een wereldregering, om de economische globalisering in goede banen te leiden. Nationale parlementen verliezen dan een belangrijk deel van hun macht, worden een soort provinciale staten.

Minder dom

In theorie is zo’n wereldfederatie een optie, maar het is totaal niet realistisch - zegt Dani Rodrik zelf ook. Op Europees niveau zoiets bereiken, met zoveel verschillende belangen, is ook al (bijna) niet te doen. We zien tijdens de crisis met Griekenland opnieuw dat Duitsers op de eerste, tweede en derde plaats Duitsers zijn, dat de Grieken Grieken zijn en blijven, terwijl wij Nederlanders blijven – en dat meestal ook graag zo willen houden. We hebben in alle lidstaten onze eigen sociale en fiscale systemen. En solidariteit met andere landen die in de problemen raken, zoals nu Griekenland, is er vooral in woorden. Probleem daarvan is dat de euro op langere termijn alleen houdbaar is als de sociaal-economische modellen van lidstaten veel dichter naar elkaar toe kruipen.

“Ik ben er niet eens meer zeker van dat Frankrijk en Duitsland op langere termijn samen in de eurozone kunnen blijven als ze hun arbeidsmarkten, verzorgingsstaten en belastingregimes niet harmoniseren”
Dani Rodrik

Het is de vraag of er een meerderheid te vinden is die zulke grote concessies wil doen om de euro overeind te houden. Op dit moment lijkt het daar in elk geval niet op – veel burgers zijn sceptisch. Teken aan de wand: hoe meer macht het Europees parlement verwierf, hoe lager de opkomst werd bij Europese verkiezingen. Dat schrijft Derk Jan Eppink in zijn af en toe hilarische kijk achter de schermen van het Europees parlement. “De gemiddelde opkomst zakte van 63 procent in 1979 tot 43 in 2014.”

Een ander signaal: eurokritische partijen zoals het Front National in Frankrijk, UKIP in het Verenigd Koninkrijk en de PVV in Nederland krijgen steeds meer steun. Ook waar zulke partijen niet opkomen zien we in heel Europa dat veel traditionele partijen steeds eurokritischer worden. Ook de elite, die altijd voor meer Europese integratie stond, slaat aan het twijfelen of we in Europa wel op de goede weg zijn. Zelfs Wolfgang Müchau, columnist van de Financial Times en altijd pro-Europa, geeft het op: ‘Voor mij is het belangrijkste argument om uit de eurozone te stappen, dat een lidstaat zich zo kan verlossen van een belachelijk slecht beleid… De belangrijkste reden om uit de eurozone te stappen, is dat het je de mogelijkheid geeft om minder dom te zijn.”

Hoe moet dit verder? Lastige vraag: eerst maar even de quiz.

1. Wie schreef dit?
Ideeën, kennis, wetenschap, gastvrijheid, reizen – dat zijn de dingen die vanwege hun aard internationaal zouden moeten zijn. Maar laat goederen, wanneer dat redelijk en mogelijk is, thuis gemaakt worden, en laat bovenal de financiële sector vooral nationaal zijn.
2. Wie zei dit?  
”In het tijdperk van globalisering betekent gepoolde soevereiniteit méér macht, niet minder.”
3. Wie zei dit?
Ik dacht altijd: als reïncarnatie bestaat, wil ik terugkomen als de president of de paus of een .400-slagman in het honkbal. Maar ik wil nu terugkomen als obligatiemarkt, dan kun je iedereen intimideren.
4. Wie zei dit?
Op een dag zullen er, naar voorbeeld van de Verenigde Staten, de Federale Staten van Europa zijn.
(klik hier voor  de antwoorden)
1.
a: John Maynard Keynes
  
2.
c: José Barroso 

3.
a: Clinton-adviseur James Carville

4.
b: De eerste president van de VS George Washington
Infographic - Volvo S40 550c1342c2e2e3f557562bbd_gfx-banen-small.png

Nederland Handelsland 

Fries that bind us 

550be6ec6ff2e2f45732f34a_friesthatbind.jpg

Zonder internationale handel zou onze maaltijd heel wat saaier en minder gevarieerd zijn. Het beste symbool van economische globalisering is het Big Mac Menu,  concludeerden wetenschappers van de universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika in 2008: “We hebben ontdekt dat het een maaltijd is die twintig verschillende ingrediënten bevat, afkomstig van over de hele wereld: onder andere aardappelen, die oorspronkelijk uit Zuid-Amerika komen, bloem en uien uit het Midden-Oosten, koffie uit Ethiopië en mosterd uit India.”

Moeten we, als dat überhaupt al zou kunnen, dan maar stoppen met globalisering en met Europese samenwerking? Nee, natuurlijk niet. Wij Nederlanders hebben een erg groot buitenland waar we mee handelen, waarin we investeren en waar we naartoe gaan op vakantie. En omgekeerd zijn er veel landen die profiteren van investeringen uit (en handel met) ons land. Zo houden wij in China een kleine miljoen mensen aan het werk.

Een goed functionerende wereldeconomie is dus sterk in ons belang. We verdienen 32 procent van ons nationaal inkomen (bbp) over de grens en importeren veel producten, grondstoffen en diensten die we zelf niet hebben, en niet kunnen of niet meer willen maken, of die elders beter of goedkoper geproduceerd kunnen worden.

Internationale afspraken over handel en investeringen zijn van groot belang. Niemand ziet Noord-Korea als een wenkend autarkisch perspectief. Maar de balans is zoekgeraakt tussen wat we internationaal regelen en waar we zelf nationaal nog wat over te zeggen hebben. Hoe groter, Europeser, internationaler, globaler, des te beter, is steeds meer het devies geworden. Van de ooit geroemde subsidiariteit - alle beslissingen op een zo laag mogelijk niveau nemen - is weinig overgebleven. Maar we hebben nu wél verregaande economische globalisering, maar géén bijpassend adequaat mondiaal bestuur. En dat gaat er ook niet komen op afzienbare termijn – we zien eerder de tendens dat ‘nationaal beleid’ en ‘nationale belangen’ weer meer aandacht krijgen.

Het is geen wonder dat in steeds meer Europese landen een stevige discussie aan het ontstaan is over TTIP, het handelsverdrag tussen de VS en de Europese Unie waarover op dit moment wordt onderhandeld. In Duitsland en Oostenrijk is volgens een peiling van de Europese Commissie op dit moment zelfs een meerderheid van de bevolking tegen TTIP. Bij ons is volgens diezelfde peiling 74 procent voor.

Maar hoe kan je voor een Verdrag zijn, als je nauwelijks weet wat de consequenties zijn? Op het eerste gezicht klinkt het natuurlijk goed: meer handel voor exportland Nederland. Maar wat zijn nu écht de baten van dat verdrag? Welke prijs gaan we hiervoor betalen? Dat vragen veel Europeanen (en ook steeds meer Amerikanen) zich af. We gaan daarom wat dieper op TTIP in.

Infographic - Volvo S40 550c1c80afd603c85d5dd252_gfx-levert-small.png

TTIP van de ijsberg

“Luister, ik ben de eerste om te erkennen dat eerdere handelsverdragen niet altijd hebben voldaan aan de torenhoge verwachtingen”, zei de Amerikaanse president Obama onlangs in een toespraak. Toch is hij nu uit op de bevoegdheid om snel en zonder dat het Congres ertussen kan komen nieuwe handelsverdragen af te sluiten. Voor zijn ambtstermijn erop zit, wil hij nog geschiedenis schrijven met een nieuw verdrag in Azië (TPP) en een verdrag met de Europese Unie (TTIP). De onderhandelingen voor TTIP liet hij op 13 juni 2013 samen met toenmalig EU-president Barroso officieel van start gaan. De inzet: meer banen en hogere economische groei aan beide kanten van de Atlantische Oceaan. Het middel: de bevordering van handel en investeringen.

Bij ons schuift de Europese Commissie TTIP naar voren als win-winproject om Europa in de vaart der volkeren voort te stuwen. Het is de commissie erom te doen een ‘vrije, open en op regels gebaseerde wereld’ dichterbij te brengen. TTIP zal ons meer werk en welvaart brengen, stelt de commissie. Maar die claim is gebaseerd op berekeningen met een model dat volgens de gebruikers daarvan zelf ‘op het gebied van arbeidsmarkteffecten beperkingen heeft’. En in alternatieve schattingen van de kosten en baten van TTIP door Jerome Capaldo, die aan de Amerikaanse Tuft University en bij de ILO werkt, komen aanzienlijke negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid en inkomens in Europa naar voren.

Sleepless in Seattle

Schattingen over wat meer handel ons precies zal opleveren, blijven discutabel. Capaldo is de eerste om toe te geven dat de uitkomst van alle modellen mede wordt bepaald door wat je erin stopt. Maar ondertussen weten we dat vrijhandelsverdragen ook een negatief effect kunnen hebben op de positie van werknemers. Daar werd de wereld voor het eerst doordringend op gewezen in 1999, tijdens de grote top in Seattle van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Die bijeenkomst werd verstoord door tienduizenden vakbondsleden, activisten en burgers die zich zorgen maakten over de gevolgen van toenemende handelsliberalisering - zie ook deze column van Robert.

Inmiddels is vrijwel algemeen geaccepteerd dat vrijhandel en globalisering ook nadelen kunnen hebben en verliezers kennen - in ons land schreef de SER over globalisering in een rapport in 2008. Onlangs moest een denktank van Obama’s eigen Democratische partij met schaamrood op de kaken erkennen dat het vrijhandelsverdrag tussen de VS, Canada en Mexico (NAFTA) uit 1994 niet voor alle Amerikaanse werknemers voordelig had uitgepakt. “Ik denk dat het een pluspunt was als je in een kantoor werkte, en een minpunt als je op de bedrijfsvloer werkte”, zei een van de voormannen van deze deskundigen.

Gebroken beloftes

De discussies over TTIP zijn symptomatisch voor hoe tal van debatten over globalisering verlopen. Voorstanders  – ‘cheerleaders’, zegt econoom Dani Rodrik – wijzen op de veronderstelde voordelen, en die worden in het vuur van het debat makkelijk nog wat aangedikt of mooier gemaakt. Zo moest de Duitse werkgeversorganisatie BDI recentelijk toegeven dat ze de voordelen van TTIP met de factor 10 had overdreven.

Echte nadelen zijn er volgens de voorstanders eigenlijk nooit, of die worden weggewuifd. En tegenstanders worden vaak weggezet als halve luddieten die eigenlijk zo ongeveer tegen de vooruitgang zijn. Hoe gênant dat kan uitpakken, zie je in de video hieronder. EU-commissaris Karel de Gucht, die tot voor kort de TTIP-onderhandelingen voor de EU leidde, gaat daarin onderuit bij interviewers die zijn rapporten beter lazen dan hijzelf.

Met TTIP uit de crisis?

Wij geloven van niet. Het gaat maar om kleine getallen, blijkt uit zowel de studies die op de voordelen wijzen als de studies die daar weinig van geloven: een half procentje groei of krimp in tien jaar tijd. De Europese Unie verdient op dit moment maar ongeveer een procent van haar bbp aan export naar de V.S. Dat zou - dat is best fors - met pakweg 50 procent omhoog gaan in 10 jaar tijd, volgens de rapporten die pro TTIP zijn. Maar de handel binnen Europa, waar we nu het meest aan verdienen, zal door TTIP dalen volgens deze zelfde studies, onder andere omdat we meer uit de V.S. gaan importeren. Linksom of rechtsom gaat TTIP dus hoogstens een marginaal effect hebben op de groei in Europa, positief of negatief. Dat is ook wel te verklaren: alle landen in de wereld willen meer exporteren, dus de winst die je met export kunt behalen is beperkt, zolang we nog niet kunnen uitvoeren naar Mars of de maan.

We voeren dus eigenlijk de verkeerde discussie. De problemen binnen Europa die om een serieus antwoord vragen zijn groot. Denk aan de lage groei, de hoge werkloosheid, grotere verschillen tussen landen en het onderlinge wantrouwen dat toeneemt. Het is daarom heel ongelukkig dat de Europese Commissie TTIP met veel bombarie als groeistrategie gelanceerd heeft. Er wordt nu veel tijd, middelen en intellectuele capaciteit aan TTIP besteed door de commissie, ministers en ambtenaren die vanuit de lidstaten betrokken zijn (bij ons is dat minister Lilianne Ploumen), en lobbyisten en maatschappelijke organisaties. Terwijl de echte discussie zou moeten gaan over een strategie voor duurzame groei van Europa – en daarin is handel niet meer dan een onderdeeltje.

Infographic - Volvo S40 550c1d50c2e2e3f557562dc5_gfx-sectoren-small.png

Een andere fundamentele discussie blijft ook onderbelicht. Er is nog maar erg weinig aan handelstarieven te verminderen door de VS en Europa. Voorstanders zien de meeste winst bij het gelijktrekken of wederzijds accepteren van regels en normen die in de VS en Europa gelden voor de productie van goederen. In de rapporten die op positieve effecten van TTIP wijzen wordt er vanuit gegaan dat ongeveer 80 procent van de winst gehaald wordt uit “niet-tarifaire” maatregelen. Daar komt de inmiddels beruchte discussie vandaan over de chloorkip die we volgens sommigen straks op ons bord dreigen te krijgen. Dat gaat echt niet gebeuren, zei EU-commissaris Malmström in dit interview. Maar hoe weten we dat nou écht zeker? Kort na het interview verscheen in  Engeland een nog onbevestigd bericht dat de chloorkippen wél onze kant opkomen.

Wat er ook uit de TTIP-onderhandelingen gaat komen, waar het in essentie om gaat is dit: elk nieuw bindend verdrag dat namens ons wordt ondertekend, leidt tot overdracht van een stukje soevereiniteit naar een hoger niveau. Een niveau waarop we er veel minder of helemaal geen greep meer op hebben. Of we dat willen, wordt ons nooit gevraagd. Dat moet anders worden. Minder vanzelfsprekend. We zien het aan de afkalvende steun voor Europa en globalisering: het is slecht voor het draagvlak van internationale regels en afspraken waarbij we wel degelijk baat hebben.

Een nieuw fundament

Het overdragen van stukjes soevereiniteit en delegeren naar een hoger niveau is niet per definitie beter, en het is ook lang niet altijd nodig. Europees en wereldwijd zijn we doorgeslagen – alsof een grotere schaal altijd beter is, en het maken van eigen keuzes en het volgen van eigen voorkeuren niet meer belangrijk is voor een land. We kunnen dat concreet maken met behulp van de ‘Principes voor een nieuwe globalisering’, nieuwe spelregels voor de wereldeconomie (en Europa) die Dani Rodrik heeft voorgesteld in zijn boek over de globaliseringsparadox. We halen de belangrijkste vijf eruit.

1

Markten, nationaal of internationaal, reguleren zichzelf niet, maar hebben andere instituties nodig (denk aan regels en wetten, toezichthouders, borging van publieke belangen) waarin ze zijn ingebed om te kunnen functioneren.

2

Democratisch bestuur (governance) en politieke gemeenschappen zijn nog steeds voor het overgrote deel binnen nationale staten georganiseerd, en dat zal op afzienbare termijn ook zo blijven. Als we te veel vertrouwen op mondiale instituties en bestuur, blijven we uiteindelijk zonder behoorlijke governance. Beter minder globalisering die werkt, dan als een donquichot blijven streven naar hyperglobalisering. Wat in theorie het beste is, hoeft in de echte wereld niet te werken. Dan is het misschien beter te streven naar de een na beste oplossing.

3

Er bestaat niet maar één weg naar welvaart. Landen moeten hun eigen route kunnen kiezen en de daarvoor best passende instituties ontwikkelen. Al veel te vaak is aan landen een ‘one size fits all’-programma voorgesteld of opgelegd dat is bedacht in een studeerkamer en niet past bij de problemen, mogelijkheden en voorkeuren van het land zelf. De bezuinigingen die Griekenland opgelegd krijgt, zijn daar een goed voorbeeld van.

4

Landen hebben het recht hun eigen sociale verworvenheden, regels en instituties te verdedigen. Als bijvoorbeeld door handel aantoonbaar binnenlandse sociale of milieunormen bedreigd worden waarvoor onder de bevolking brede steun bestaat, moet een land het recht hebben daar barrières tegen op te werpen. Democratie is ‘messy’ en leidt niet altijd tot een ‘goede’ uitkomst. Maar dit soort kwesties weghalen bij de bevolking, en overlaten aan technocraten of internationale instellingen, is de slechtste oplossing en ondermijnt de legitimiteit.

5

Landen hebben niet het recht hun instituties op te leggen aan andere landen. Regels voor globalisering mogen er niet toe leiden dat Nederlanders of Europeanen goederen moeten gaan consumeren die geproduceerd zijn op een manier die de meeste burgers in ons land of Europa onacceptabel vinden. En ze mogen er ook niet toe leiden dat de VS of Europese Unie handels- of andere sancties inzet om in bijvoorbeeld India de organisatie van de arbeidsmarkt of financiële sector te veranderen.

We weten natuurlijk niet of dit precies dé nieuwe regels zijn die we af zouden moeten spreken. Daar is discussie voor nodig. Maar we vinden ze wel een mooi startpunt voor een gesprek over het verbeteren van globalisering en Europese samenwerking. En het uitgangspunt dat nationale staten de belangrijkste politieke en bestuurlijke eenheid zijn én blijven, voor zover we kunnen overzien – dát is fundamenteel.

Globalisering redden

Economie van overmorgen 

550c25856ff2e2f45732f8d1_pdz.jpg

In dit verhaal stellen we grote en ingewikkelde vragen aan de orde waar we zelf ook nog lang niet altijd uit zijn, omdat we vinden dat ze meer aandacht en discussie verdienen. Op 26 maart organiseren we daarom een bijeenkomst in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam, waar minister Ploumen onze gast zal zijn en in gesprek zal gaan over globalisering, Europa en TTIP. Met ons, én hopelijk met u. De toegang is gratis

Waarom? Daarvoor gaan we even terug naar ons vorige verhaal, dat ging over bbp, welzijn en geluk. Welzijn en nationaal en individueel geluk hebben zo ongeveer als startpunt dat mensen zo veel mogelijk greep op hun eigen leven willen hebben, en de ruimte en de middelen moeten krijgen om eigen keuzes te kunnen maken. Daar is de afgelopen decennia veel te weinig rekening mee gehouden. Dat kan beter, met een nieuw fundament voor globalisering en Europese integratie.

We komen, tot slot, terug op de Big Mac die we eerder als symbool van globalisering langs zagen komen. Volgens Thomas Friedman leidt globalisering tot zoveel afhankelijkheden en relaties tussen landen, dat ze minder snel tegen elkaar ten strijde zullen trekken. Landen met een McDonald’s raken niet met elkaar in oorlog, schreef hij. Maar kort nadat zijn boek uitkwam, bombardeerde de NAVO Joegoslavië. En ook voordat Friedman zijn theorie ontvouwde, waren er al gevallen die lieten zien dat dit  verhaal niet klopt.

Het komt er daarom op aan om globalisering en Europa te redden van hun cheerleaders, en tegen zichzelf in bescherming te nemen. Daarom hebben we nieuwe spelregels nodig, voor globalisering en voor Europa. Alleen zo kunnen we proberen om het goede dat internationale samenwerking gebracht heeft, zo veel mogelijk te behouden. Het geeft ons meer greep en invloed op onze toekomst en op die van onze kinderen. Dan is het dus ook legitiem (en geen heiligschennis of populisme) om vraagtekens te plaatsen bij de voortdenderende Europese integratie, of bij het voortbestaan van de euro. Om de vraag te stellen of we eigenlijk wel aan TTIP moeten beginnen. En om de globalisering van handel en de financiële sector ter discussie te stellen.

Laat maar komen, die discussie!

Economie van overmorgen 

550c25856ff2e2f45732f8d1_pdz.jpg

In dit verhaal stellen we grote en ingewikkelde vragen aan de orde waar we zelf ook nog lang niet altijd uit zijn, omdat we vinden dat ze meer aandacht en discussie verdienen. Op 26 maart organiseren we daarom een bijeenkomst in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam, waar minister Ploumen onze gast zal zijn en in gesprek zal gaan over globalisering, Europa en TTIP. Met ons, én hopelijk met u. De toegang is gratis

Dit is voorlopig het laatste deel in de reeks Economie van overmorgen. Eerder verschenen deel 1: ‘Economie mogen we niet aan economen overlaten’ , deel 2: ‘Wij en de robots (in die volgorde)’ en deel 3: ‘Wij eisen geluk!’