Economie van overmorgen – deel 3

Wij eisen geluk!

54c228ee077f5525376f5b7e_beeld-groot.jpg54c229387bbf1d8c4cfd60be_beeld-klein.jpg54c2292e7bbf1d8c4cfd60bb_beeld-middel.jpg
25 januari 2015
D

e voorspellingen vlogen ons de afgelopen tijd om de oren: hoeveel groeit de economie in 2015, wat doet ons bbp? En wat betekent dat voor de winsten, de beurs en de lonen? Maar een vraag die je nou nooit eens hoort: wat betekent dat voor ons welzijn en geluk? Terwijl het daar toch om draait in het leven. Deel 3 uit de reeks De economie van overmorgen, waarin Hella Hueck (RTL Z) en econoom Robert Went van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de kennis van vandaag proberen te vertalen naar de samenleving van de toekomst.

Waar worden we gelukkig van? Dat is voor elk mens verschillend, maar in 1943 dacht de Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow die vraag universeel te kunnen beantwoorden met zijn piramide van basisbehoeften. Maslow geloofde in een onderscheid tussen ‘lagere behoeften’ (onderdak, seks, eten en drinken) en ‘hogere behoeften’, zoals jezelf blijven ontwikkelen. Je kunt pas door naar het volgende niveau als de lager geplaatste behoeften bevredigd zijn, is zijn theorie.  

Een wetenschappelijke onderbouwing is er niet voor. De mens is complex: al onze behoeften blijken dwars door elkaar heen te lopen. Ook (juist?) als de batterij van je telefoon leeg is, kun je genieten van de ondergaande zon. En wie ernstig ziek is, kan zich toch optrekken aan een goed boek. Daarom wordt de laatste jaren meer gekeken naar ‘subjectief welzijn’. Hoe tevreden ben je met de relaties die je hebt, met wat je verdient, je huis en werk, je omgeving, je gezondheid – met je leven dus? 

Wie denkt dat welzijn en geluk een geitenwollensokkenthema voor groene en linkse politici is, heeft het mis. In het Verenigd Koninkrijk hield de conservatieve premier David Cameron in 2010 een opvallende speech. Hij kondigde daarin aan het welzijn van de Britten beter te gaan meten, en aandacht voor welzijn een belangrijk onderdeel van zijn beleid te willen maken.

Infographic - Volvo S40
De aangevulde piramide van Maslow
“We gaan de vooruitgang van ons land meten, niet alleen hoe onze economie groeit, maar hoe onze levens beter worden; niet alleen ons levenspeil, maar de kwaliteit van ons leven.”
David Cameron

Cameron kreeg behoorlijk wat kritiek op deze ‘suikerspin-speech’. Het zou een rookgordijn zijn. Het Verenigd Koninkrijk heeft groei nodig, anders is de welvaartsstaat helemaal niet meer te betalen. Maar in tijden van crisis kun je als politicus niet zwaaien met mooie groeicijfers, stijgende koopkracht en meer banen. En dan is het mooi om te laten zien dat burgers ook in recessietijd gelukkig blijven. We weten namelijk uit onderzoek dat in rijke landen een beetje krimp van de economie nauwelijks effect heeft op het gemiddelde welzijn.

Dat geldt ook voor Nederland. Professor Ruut Veenhoven houdt in de World Database of Happiness voor 164 landen bij hoe gelukkig mensen zichzelf vinden op een schaal van 1 tot 10. Uit zijn gegevens blijkt dat de jarenlange crisis die we nu hopelijk achter ons hebben liggen, nauwelijks effect heeft op hoe we ons over het algemeen voelen. Nederland staat volgens de data van Veenhoven 15de op de lijst van gelukkige landen – Costa Rica staat bovenaan. En de gemiddelde Nederlander is er de afgelopen jaren, ook al was het dan crisis, niet echt ongelukkiger op geworden.

Infographic - Volvo S40
Bron: R. Veenhoven, Happiness in Netherlands (NL), World Database of Happiness, Erasmus University Rotterdam, The Netherlands. 

Ondanks de kanttekeningen die je erbij kunt maken, vinden we dat de Britten met iets bijzonders bezig zijn. Daarom gingen we naar Londen om te onderzoeken waar ze, vier jaar na de speech van Cameron, staan met het meten van welzijn en het gebruik daarvan voor beleid. We spraken met gelukseconoom Richard Layard, met Diane Coyle (die vorig jaar ‘‘GDP: a brief but affectionate history of GDP ”schreef) en met Charles Seaford van de New Economics Foundation. En we gingen langs bij Valerie Fender, hoofd economisch welzijn bij het Office for National Statistics (ONS), het Britse CBS. Daar moeten ze de mooie woorden van Cameron zien te vertalen naar praktische ‘managementinformatie’ voor politici.

We vertaalden de uitkomst van onze zoektocht in elf vragen en antwoorden over bbp, welzijn en geluk. Hier zijn ze.

1. Wat is er mis met het bbp?

Een van de belangrijkste cijfers waar politici, ondernemers en media op varen om te bepalen hoe goed het met Nederland gaat, is de groei van het bbp (bruto binnenlands product). Vooral milieuorganisaties vinden dat ene cijfer en de fixatie op groei kortzichtig. Zij waarschuwen dat we niet onbeperkt kunnen blijven groeien, omdat grondstoffen op raken en we de aarde steeds verder opwarmen als we blijven groeien.

Een ander punt van kritiek: het is niet zo belangrijk wat de precieze omvang van onze economie is en hoeveel die groeit. Veel belangrijker is of we daar als persoon, als land of als mensheid welvarender en gelukkig van worden. Deze kritiek op het bbp is niet nieuw. De grondlegger van het bruto nationaal product – Nobelprijswinnaar Simon Kuznets – waarschuwde daar 80 jaar geleden ook al voor. Maar sinds het bbp werd uitgevonden, is de economie ook ingrijpend veranderd. We zijn steeds meer een diensteneconomie geworden, en door de doorbraak van internettechnologie kraakt het bbp nog meer in zijn voegen. In dit filmpje dat we gemaakt hebben zie je waarom.

2. Bbp, weg ermee?

Nee, dat nou ook weer niet. Als je bij de dokter komt, zal vaak even je temperatuur gemeten worden. Maar om echt te kijken wat er scheelt, moet meer onderzoek worden gedaan. Zo kijken wij ook naar een indicator als het bbp. Het zegt iets, maar lang niet álles over hoe het met ons gaat.

3. Maar wacht even: moeten we gewoon niet stoppen met groeien?

Voor ons welzijn maakt een beetje meer of minder groei kennelijk niet uit in een rijk land als Nederland. En minder groei zou ook weleens goed kunnen zijn voor duurzaamheid en tegen de opwarming van de aarde. Er zijn activisten (zoals Naomi Klein in haar laatste boek No Time) bewegingen,en wetenschappers die pleiten voor ‘nulgroei’, of zelfs voor negatieve groei (‘krimp’). Dat vinden wij een slecht idee. Er zijn nog zoveel problemen op te lossen en voorzieningen en diensten te verbeteren waar we heel graag meer middelen voor zouden hebben. Misschien een nog belangrijker argument: als Nederland niet meer groeit of zelfs krimpt, leidt elke verbetering voor de ene persoon automatisch tot een verslechtering voor iemand anders. Zonder groei wordt de taart niet groter. Dat leidt tot haat en nijd en veel scheve ogen.

Een heel andere vraag is of altijd alles ondergeschikt gemaakt moet worden aan nog een paar promille extra groei. Wij vinden van niet. Economen zijn er goed in om groei en banen te voorspellen wanneer de politiek zou doen wat zij op grond van economische redeneringen goed beleid vinden. Daar zit vaak ook een maatschappelijke prijs aan, maar daar wordt door economen niet of nauwelijks naar gekeken. We kunnen bijvoorbeeld de grenzen open gooien voor iedereen die zich hier wil vestigen – er is onderzoek dat laat zien dat dit economisch voordelen heeft. Maar kunnen we dat aan in onze steden en buurten?

We zien na het drama van Charlie Hebdo dat Marine Le Pen van het Front National en Geert Wilders van de PVV willen dat we het Verdrag van Schengen opdoeken. Zo’n besluit zou de Nederlandse economie raken en niet goed zijn voor export en import, maar het staat mensen in een democratie vrij ervoor te kiezen die prijs te betalen als ze denken dat Nederland daar veiliger door wordt. En we weten dat geluk over het algemeen wordt vergroot als mensen méér zekerheid hebben over hun baan, inkomen en woonruimte, terwijl vanuit de overheid en het bedrijfsleven juist de redenering is dat we voor groei meer flexibiliteit nodig hebben. Hoe ver we daarin willen gaan, en of we altijd voor de maximaal haalbare groei moeten gaan, is wat ons betreft een open vraag.

Stoppen met groei is, kortom, geen goed idee. We hebben groei nodig. Maar als méér groei ten koste gaat van andere keuzes die we als samenleving belangrijk vinden, dan is inzetten op zulke groei niet vanzelfsprekend – dat is een keus.

4. Kunnen we dan geen bbp 2.0 ontwikkelen?

Als het bbp zo krakkemikkig is, kun je je inderdaad afvragen waarom we niet al lang iets beters hebben. Dat komt niet doordat het niet geprobeerd is. Er zijn wereldwijd meer dan honderd initiatieven voor het meten van welzijn, happiness, duurzame ontwikkeling of hoe je ‘nationaal geluk’ ook maar wilt noemen. Ook in Nederland wordt naar een upgrade van het bbp gekeken. Zo schreven Jan Pieter Smits en Rutger Hoekstra, die bij het CBS werken, onlangs samen met Niels Schoenaker een rapport (pdf) voor de Europese Commissie waarin maar liefst 53 nationale indicatoren en indicatorensets om duurzame ontwikkeling te meten met elkaar werden vergeleken.

Het is niet eenvoudig daar chocola van te maken, er zijn veel overeenkomsten maar ook verschillen. Duidelijk is wel: er zijn veel concurrerende indexen en indicatoren, en hét alternatief is er (nog?) niet. Het blijkt te complex om één goede indicator te ontwikkelen die alle genoemde problemen met het bbp ondervangt. En waar met sets van indicatoren gewerkt wordt (over onder meer inkomen, milieu, gezondheid en onderwijs) is discussie mogelijk over de vraag waarom die precies gekozen zijn. Deskundigen zijn het zwaar met elkaar oneens welke nou de beste is. Dat maakt het ook lastig voor alternatieven om door te dringen tot politici, journalisten en het grote publiek. Dus blijven we in de berichtgeving in kranten en op tv nog altijd maar leunen op het bbp: better the devil you know than the devil you don’t.

Infographic - Volvo S40

5. Alle ballen op geluk?

De 80 jarige hoogleraar economie Richard Layard, die net als zijn vrouw Molly lid is van het Britse Hogerhuis, verzorgde zelf onze broodjes, bordjes, flesjes sap en bestek tijdens een sandwichlunch in zijn pijpenla-kamer op de Londen School of Economics (LSE). Inderdaad, hij is van maart 1934 en nog steeds lekker aan het werk. In 2005 publiceerde hij het boek Happiness: Lessons from a New Science. Dat boek had een enorme impact. Het werd zelfs door de ambtelijke top van ons ministerie van Economische Zaken gelezen (dat er daarna weinig mee deed, maar dat is een ander verhaal).

“Als je een chronische fysieke ziekte hebt, word je bijna automatisch behandeld. Van de mensen die lijden aan depressies of angsten, wordt maar een kwart behandeld. Dat is flinke discriminatie van mentaal zieke personen.”
Richard Layard

Tien jaar geleden was het centraal stellen van geluk onder economen toch een beetje vloeken in de kerk. Het ging om groei, groei en nog eens groei. “Dat hele woord geluk is achteraf niet zo handig gekozen”, vertrouwt Layard ons toe als we bijna afscheid van hem nemen. “Veel mensen doen er toch lacherig over.” Wij moeten daar een beetje om grinniken. Je schrijft een invloedrijk boek dat achteraf niet de goede titel blijkt te hebben. Maar Layard, die zegt zich te verheugen op een vijfdaagse mindfulness-retraite waar hij samen met zijn vrouw naartoe gaat, kan er prima mee leven. Hij noemt geluk nu ‘subjectief welzijn’. Vaak is dat synoniem aan geluk. Hij heeft zich inmiddels gestort op therapieën tegen wat hij als het grootste probleem van deze tijd ziet: mentale ziektes, zoals depressies. In dit filmpje legt hij uit waarom. Zie ook deze column van Robert.

In het straatarme Bhutan wordt geluk wél centraal gesteld. Daar is het bbp vervangen door het bng: bruto nationaal geluk. Dat klinkt ontzettend sympathiek. Ook in ons land wordt met het concept gedweept. Maar in Bhutan zelf neemt de kritiek toe. En terecht, naar ons idee. Een overheid moet ter verantwoording geroepen kunnen worden door zijn burgers en mensenrechten respecteren. Daar hebben ze in Bhutan nog wel wat stappen te zetten.

We moeten er eerlijk gezegd er niet aan denken dat een regering eenzijdig vaststelt of de bevolking van haar land gelukkig is. We kunnen helaas niet objectief vaststellen of de mensen in Bhutan gelukkiger zijn dan in andere landen. En of de bevolking daar met de jaren gelukkiger wordt. De Verenigde Naties maakt jaarlijks een World Happiness Report, waar 104 landen aan meedoen. Maar Bhutan heeft tot nu toe geen gegevens aangeleverd. Dat maakt het sprookje van Bhutan toch een beetje tot, eh, bruto nationaal gelul.     

6. ‘Welzijn’ dus: maar hoe meten we dat?

Ben jij tevreden met je leven op dit moment? En wat voor cijfer geef je het dan? Het Office for National Statistics (ONS), het Britse CBS, heeft uit de uitgebreide internationale literatuur over het meten van persoonlijk welzijn vier vragen gedestilleerd, die het sinds enkele jaren regelmatig stelt aan burgers. Heel simpel geformuleerd, maar misschien best moeilijk en confronterend om ze te beantwoorden. Dit zijn ze:

  1. Hoe tevreden bent u over het algemeen met uw leven op dit moment?
  2. In hoeverre vindt u dat u iets doet wat de moeite waard is?
  3. Hoe gelukkig voelde u zich gisteren over het algemeen?
  4. Op een schaal van 1 tot 10, in welke mate voelde u zich gisteren ongerust?

Individueel welzijn wordt gemeten met de eerste vraag: wat zijn de gevoelens en gedachten van individuen over hun leven als geheel? Dat is ook de vraag die gesteld wordt voor de data die Ruut Veenhoven over vele landen verzamelt. De uitkomsten (op een schaal van 1 tot 10) kun je vervolgens met elkaar vergelijken en analyseren. Natuurlijk is hoe tevreden je bent met je leven een momentopname. Maar door regelmatig en systematisch die vraag te blijven stellen, kunnen eventueel trends gesignaleerd worden.

De Britten hebben een gigantische database opgetuigd waarin alle data online te bekijken zijn. Zo is bijvoorbeeld per provincie te zien of mensen iemand hebben in de omgeving waar ze op kunnen leunen als het even tegenzit.  De Britten doen ook uitgebreid onderzoek naar hoe het met het welzijn van kinderen gesteld is. Hoeveel zitten ze achter de computer? Zijn ze tevreden met hun uiterlijk? En als pubers iets dwarszit, hebben ze dan iemand om dat mee te bespreken?  

Infographic - Volvo S40
Wie zei dit?   “Als ieder kind van acht jaar zou leren mediteren, verdwijnt het geweld in de wereld binnen één generatie.”
Wie zei dit?   “Een cynicus is iemand die van alles de prijs kent en van niets de waarde.”
Over wie gaat deze film?   “Wij deelen in dit geluk”
1. C: De Dalai Lama  
2. A: Oscar Wilde 
3. B: Prinses Irene

7. En wat is ‘nationaal welzijn’?

Dat burgers individueel gelukkig zijn met het leven dat ze leiden, wil nog niet zeggen dat je het als land ‘goed’ doet. In het Verenigd Koninkrijk proberen ze ook te meten hoe het land er als geheel voor staat. Dan hebben we het niet alleen over persoonlijk welzijn, maar ook over de kwaliteit van het overheidsbestuur, het onderwijs en hoe we bijvoorbeeld omgaan met ons afval. Nationaal welzijn gaat ook over de vraag of de huidige niveaus van welzijn ook voor toekomstige generaties gegarandeerd kunnen worden. Het monitoren van relevante indicatoren kan bovendien inzicht bieden in mogelijkheden om individueel welzijn te verbeteren, bijvoorbeeld met meer onderwijs.

Naast Engeland meten ze ook in Canada en Australië het ‘nationale welzijn’, geïnspireerd door het rapport van de Commission on the Measurement of Economic Performance and Social Progress die door de Franse president Sarkozy was ingesteld en waarin o.a. de Nobelprijswinnaars Sen en Stiglitz zitting hadden. Deze commissie publiceerde in 2009 een rapport waarin wordt gepleit voor een dashboard met verschillend indicatoren naast het bbp 

Infographic - Volvo S40
Geluk in Engeland – Bron: Office for National Statistics, Engeland 

Er bestaat geen algemeen geaccepteerde definitie van wat nationaal welzijn is, en er worden ook andere termen gebruikt zoals ‘vooruitgang’, ‘kwaliteit van leven’ of ‘duurzaamheid’. Die definitie is ook niet zo belangrijk, vinden we. Wij denken dat elk land voor zichzelf moet uitzoeken waar het nationaal welzijn precies uit bestaat en wat daar belangrijk voor is. In het begin van dit stuk zagen we dat Maslow op zoek was naar een universele gelukspiramide. Maar Duitsers zullen ongetwijfeld andere accenten leggen op wat hun samenleving de moeite waard maakt dan Chinezen of Brazilianen, of Nederlanders.

8. Waar worden we gelukkig van ?

Een eigen huis, een plek onder de zon
en altijd iemand in de buurt die van me houden kon
Toch wou ik dat ik net iets vaker
iets vaker simpelweg gelukkig was

René Froger

Verschillen in persoonlijk welzijn tussen mensen worden (behalve door geërfd temperament) vooral bepaald door huwelijk, sociale relaties, werk, gezondheid, religie, en de stabiliteit en kwaliteit van de regering. Maar hoe dat precies zit, is weer voor iedereen anders. Uit een uitgebreide literatuurscan haalden onderzoekers 136 aspecten die van invloed kunnen zijn op individueel welzijn. 

54c23dc650f1708e4c82318c_cameron2.jpg
David Cameron met zijn echtgenote. Getrouwde stellen zijn tevredener met hun leven dan alleenstaanden. 

Getrouwde stellen zijn tevredener met hun leven dan alleenstaanden, gescheiden personen, of mensen die samenwonen. En mensen die getrouwd zijn, leven langer en zullen minder snel depressief worden, zelfmoord plegen of kampen met gezondheidsproblemen dan mensen die niet in het huwelijksbootje zijn gestapt. Toch betekent dit niet dat trouwen goed is voor je geluk. Het kan best dat mensen die trouwen sowieso al gelukkiger waren. Dat valt te lezen in een van de vele boeken over geluk die op de markt zijn, The Politics of Happiness van de Noord-Amerikaan Derek Bok, voormalig president van Harvard University.

Of dit in Nederland ook allemaal zo geldt, is onbekend. Het zijn leuke weetjes, maar het is lastig vast te stellen wat je er in de praktijk nou mee moet. Moet je dan maar trouwen, op dieet (met het risico dat je weer heel unhappy bent als je het niet volhoudt), in een god gaan geloven, of toch weer vol vertrouwen stemmen op een politieke partij die belooft écht alles anders te gaan doen?

Er is wel één duidelijk aanknopingspunt voor actie – voor bedrijfsleven en overheid:  internationaal onderzoek laat zien dat economische instabiliteit slecht is voor ons welzijn. Mensen die getroffen worden door werkloosheid, ervaren gemiddeld genomen een daling van hun welzijn. En we weten ook dat eenzaamheid en sociaal isolement slecht zijn voor ons geluk en onze gezondheid.

Waar overheid en bedrijfsleven ook een rol kunnen spelen, is bij het verminderen van werkstress en het voorkomen van burn-outs. Minister Asscher wil dit beroepsrisico nummer 1 de komende vier jaar samen met de werkgevers en vakbonden bespreekbaar maken en aanpakken. Er komen extra controles op gezonde werktijden, werkdruk en agressie op de werkvloer.  “Het is nu vaak nog een taboe om over werkstress te praten, daar schamen werknemers zich voor. Maar de bekende uitspraak ‘van hard werken wordt niemand ziek’, klopt in de praktijk niet”, zegt Asscher.

9. Wat kan ik zelf doen op mijn werk?

Wat drijft ons om ons elke dag naar ons werk te slepen, het beste uit onszelf en collega’s te halen en ’s avonds weer even die laptop aan te slingeren? Wie bijvoorbeeld journalist is of ambtenaar weet: uiteindelijk draait het niet om dat salaris. Mensen zéggen wel dat ze het liefst willen lummelen en op het strand mojito’s willen drinken, maar zo zitten we helemaal niet in elkaar, zegt de Amerikaanse psycholoog en gedragseconoom Dan Ariely. We willen onze hersens laten kraken, problemen oplossen én daar erkenning voor krijgen.

In dit filmpje laat hij mensen bionicle-poppetjes in elkaar zetten. De proefpersoon krijgt netjes per bionicle betaald, maar onder zijn ogen wordt het poppetje daarna net zo makkelijk weer uit elkaar gesloopt. Wat gebeurt er dan met je motivatie? Een fantastisch verhaal over leiding geven en de vraag ‘what gets people to care’.

Daarnaast circuleren op blogs en websites allerlei aardige lijstjes met manieren om relaxter, productiever en gelukkiger te werken. Zelf denken en proberen wat bij je past is natuurlijk het devies, maar hieruit blijkt onder andere dat je welzijn gebaat kan zijn bij lopen of fietsen naar je werk (als dat qua afstand te doen is, natuurlijk), blij zijn met wat je hebt en zoeken naar nieuwe ervaringen, en minder aaneengesloten werken door meer pauzes te nemen, een stukje te gaan wandelen, te zorgen voor natuurlijk licht, of even een tukkie te doen.

10. Moet de overheid zich wel bemoeien met mijn geluk?

“De staat is geen geluksmachine en moet dat ook niet willen zijn”, heeft premier Rutte eens gezegd. Mensen moeten de mogelijkheid hebben om zich te ontplooien, vrij van beperkingen. De overheid kan daarvoor randvoorwaarden scheppen, maar niet een manier van leven opleggen. Gelukkig niet. Je zou dus op het eerste gezicht zeggen dat Den Haag zich verre moet houden van pogingen tot ‘maakbaarheid’ van ons geluk.

Maar we kunnen er niet omheen dat elke dag beleid over ons wordt uitgestort dat invloed heeft op ons leven. Gaat de zorg voor onze ouders erop achteruit nu gemeenten sinds begin dit jaar verantwoordelijk zijn voor de zorg voor langdurig zieken en ouderen?  Moet er meer blauw op straat, zodat mensen zich veiliger voelen? Hoe gaan jongeren om met een oplopende studieschuld nu we een leenstelsel hebben? Je kunt best vinden dat de overheid zich niet met ons welzijn en geluk moet bemoeien, maar in de praktijk gebeurt dat wel.

Als we breder naar onze samenleving kijken dan alleen naar economische groei, en meer informatie hebben over hoe ons welzijn zich door de tijd heen ontwikkelt, hebben we munitie voor een debat over wat we echt belangrijk vinden in Nederland. Dat was precies de reden voor premier Cameron om het Britse CBS onderzoek te laten doen naar wat nationaal welzijn eigenlijk is, en hoe je dat zou kunnen meten.

“Het meten van nationaal welzijn zal een nationaal debat openen over wat echt van belang is, niet alleen in de regering, maar ook onder de mensen die ons leven beïnvloeden: in de media; in de zakenwereld; onder de mensen die de producten ontwikkelen die we gebruiken, die de steden bouwen waarin we leven, en die de cultuur vormgeven waarvan we genieten.”
David Cameron

11. De hamvraag: Kunnen we in Nederland gelukkiger worden dan we nu zijn?

Deze informatie kan dus ook de grondstof vormen voor overheidsbeleid. In Engeland worden nu voorzichtig de eerste stappen gezet, vertelde Charles Seaford van de New Economics Foundation. Uit onderzoek blijkt dat meer dan 1 miljoen Britten van boven de 65 zich eenzaam voelen. Ook zijn er aanwijzingen dat eenzaamheid een even grote killer is als overgewicht, roken en alcohol. Een groot maatschappelijk probleem dus, waar de overheid zich actief mee wil gaan bemoeien. Lokaal gaat nu in Groot-Brittannië gemonitord worden hoe het met de eenzaamheid staat, en of gemeenschappen versterkt kunnen worden. De vraag wat voor concreet beleid daar bij past, is food for thought – en nog niet zo makkelijk te beantwoorden. Maar dat verandert misschien nu het probleem is geagendeerd, en er mens- en denkkracht op wordt gezet.

We kunnen in ieder geval proberen beter in kaart te krijgen wat we in Nederland belangrijk vinden voor een goed leven. Toen ONS, het Britse CBS, in het Verenigd Koninkrijk de opdacht kreeg om het nationale welzijn te meten, deed het iets heel bijzonders. Ze vroegen de Britten zélf wat zij belangrijk vinden om zicht te krijgen op het nationaal welzijn. Dat had nog nooit iemand gedaan, vertelde Valerie Fender, hoofd economisch welzijn van het ONS.

Dat was een enorm project. Meer dan 35.000 burgers, mensen van maatschappelijke organisaties en wetenschappers namen deel aan de 175 activiteiten die hiervoor georganiseerd werden. Daar rolden uiteindelijk – hou je vast – 42 indicatoren uit, verdeeld over tien verschillende domeinen. In hoeverre gaan de Britten naar de stembus? Hoeveel mensen zijn er werkloos? Ernstig ziek? Financieel onafhankelijk? Al die indicatoren staan in Het Wiel. Waarom een wiel en geen lijstje? Daar is bewust voor gekozen. De indicatoren staan in een cirkel en niet onder elkaar, omdat er geen rangorde tussen de indicatoren is. Het is niet aan de overheid te bepalen of het milieu belangrijker is dan werk.

54c20e52077f5525376f57a9_wiel.png
Personal Well-being in het Verenigd Koninkrijk – Bron: Office for national statistics, Verenigd Koninkrijk

Het vertrouwde, ruim 80 jaar oude bbp is niet overboord gegooid, maar ook opgenomen in Het Wiel. Maar daar is andere belangrijke informatie bijgekomen over hoe het de mensen financieel vergaat. Bijvoorbeeld over hoeveel inkomen ze beschikken, wat ze aan vermogen en pensioen hebben opgebouwd, en hoeveel mensen moeilijk rond kunnen komen. Voor elke indicator is uitgedacht hoe daar betrouwbare informatie over kan worden verzameld. Elke drie maanden rapporteert ONS aan de politiek en het breder publiek hoe het ervoor staat met de 42 onderdelen van nationaal welzijn.

“Het wiel opnieuw uitvinden”
1. Spreekwoord: Dubbel werk verrichten

‘Het wiel opnieuw uitvinden’ geldt in de regel als tijdverspilling, maar in dit geval pleiten wij er toch echt voor dat we in Nederland ons eigen wiel gaan uitvinden. Door net als de Engelsen een nationaal debat te organiseren. Daarin moeten we de indicatoren verzamelen die wij bepalend vinden voor ons nationaal welzijn. Als het CBS daar vervolgens betrouwbare informatie over gaat verzamelen en er elke drie maanden over rapporteert, krijgen we een beter inzicht in hoe het met ons gaat dan wanneer we ons blijven blindstaren op een beetje meer of minder economische groei. En dan kunnen we, als het gaat om de keuzes waarvoor we als samenleving gesteld worden, misschien ook een beter gesprek met elkaar voeren over de gevolgen daarvan voor ons welzijn en ons geluk.

Dit was deel 3 in de reeks Economie van overmorgen. Eerder verschenen ‘Economie mogen we niet aan economen overlaten’ en ‘Wij en de robots (in die volgorde)’.
De volgende aflevering verschijnt in maart.