Woensdag 23 April
Menu Terug Zoeken
 
27 april 2012 10:09

Amerikaanse autobouwers wacht zware tijd

Amerikaanse autobouwers wacht zware tijd

Drie jaar geleden leek het einde nabij voor de Amerikaanse auto-industrie, maar nu kenmerkt deze sector zich juist door hoge winsten en stijgende verkopen. In de tweede helft van het hersteltraject wachten echter nieuwe uitdagingen.

De Amerikaanse auto-industrie heeft het ultieme nationale sportevenement aangegrepen om te laten horen dat ze de ellende uit 2008 en 2009 goeddeels te boven is gekomen. In een indrukwekkende reclamefilm die tijdens de rust van de Super Bowl werd uitgezonden, vergelijkt Clint Eastwood de tussenstand in de football-wedstrijd met de recente ontwikkelingen van de autofabrikanten. Als de sector toen net de eerste helft achter de rug had, zou die zeer overtuigend zijn afgesloten: General Motors boekte in 2011 een recordwinst van 7,6 miljard dollar en bij branchegenoot Ford kwam dat bedrag zelfs op 8,8 miljard dollar.

Tweede helft

Het begin van de tweede helft ziet er vooralsnog goed uit voor de auto-industrie. In de Verenigde Staten werden in maart ruim een miljoen auto’s verkocht – 12 procent meer dan een jaar eerder – en analisten verwachten dat de winst uit gewone bedrijfsuitoefening van GM en Ford zowel in 2012 als 2013 verder toeneemt.

De sterke winstgevendheid doet bijna vergeten dat de grote autofabrikanten iets meer dan drie jaar geleden failliet dreigden te gaan. In de nasleep van de kredietcrisis waren de Amerikaanse autoverkopen in de laatste maanden van 2008 met ruim een derde gedaald en in dat jaar maakte de sector een verlies van tientallen miljarden dollars.

Het is te danken aan liquiditeitsinjecties en goedkope leningen door de Amerikaanse regering van in totaal bijna 85 miljard dollar dat de grote autobouwers nog bestaan. GM en Chrysler gingen weliswaar failliet, maar beide bedrijven konden een doorstart maken doordat de overheid een belang in de ondernemingen nam. Ford ontving als enige geen rechtstreekse financiële steun. Het bedrijf kreeg wel de ruimte om nieuwe loonafspraken te maken met vakbonden. Bovendien gingen in het productieproces van de drie grote fabrikanten honderdduizenden Amerikaanse banen verloren. Zonder overheidssteun was de klap echter veel harder doorgedreund bij toeleveranciers en in andere onderdelen van de productieketen.

Blauwdruk voor herstel

Het indrukwekkende herstel van de autobranche roept de vraag op of de reddingsactie een blauwdruk kan zijn voor eventuele reddingsacties in andere sectoren. Een eerste drempel daarbij is het hoge prijskaartje, dat aanvankelijk dus op 85 miljard dollar uitkwam. Hoewel de opleving ervoor heeft gezorgd dat autobouwers het grootste deel van de steun konden terugbetalen, wordt er op het resterende staatsbelang in GM een verlies geleden van ruim 10 miljard.

Een tweede nadeel van de maatregelen is dat sommige structurele problemen nog niet zijn opgelost. Ford en GM kampen bijvoorbeeld nog met enorme tekorten op hun pensioenfondsen van respectievelijk 15 en 10 miljard dollar. De huidige winstgevendheid maakt het onwaarschijnlijk dat bonden akkoord zullen gaan met een verlaging van de uitkeringen, zodat de pensioenverplichtingen op termijn de resultaten van de concerns kunnen drukken.

Bovendien danken de Amerikaanse autofabrikanten het herstel voor een groot deel aan hogere autoverkopen op de thuismarkt als gevolg van de vervangingsvraag. Voor meer structurele groei op de lange termijn zijn de bedrijven onder meer afhankelijk van het versterken van de positie in groeimarkten zoals China. Dat wordt een lastige klus, aangezien de lokale merken daar vaak een groot kostenvoordeel hebben. Als Clint Eastwood gelijk heeft en de tweede helft voor de Amerikaanse auto-industrie net is begonnen, belooft deze een stuk zwaarder te worden dan de zeer succesvolle eerste helft.